Ziekte van Menkes (ATP7A transporter)Inleiding

De arts Menkes beschreef in 1962 als eerste vijf patiëntjes met ernstige neurologische problemen en opvallende afwijkingen aan het haar. Hij werd uiteindelijk de naamgever van de ziekte van Menkes. Doordat een andere arts overeenkomsten zag tussen het haar van patiëntjes met de ziekte van Menkes en de wol van schapen met een kopertekort, werd ontdekt dat de ziekte wordt veroorzaakt door een defect in het kopertransport in de lichaamscellen van patiëntjes.

Patiëntjes met de ziekte van Menkes missen de kopertransporter ATP7A, dat er normaal gesproken voor zorgt dat koper door de darmcellen wordt opgenomen in het lichaam. Eenmaal in het lichaam zorgt ATP7A er ook voor dat koper binnen de lichaamscel wordt getransporteerd naar een apart onderdeel van de cel, het Golgi-apparaat. Verschillende enzymen die koper nodig hebben om goed te werken, worden in het Golgi-apparaat gemaakt. Doordat er dus in het Golgi-apparaat in cellen van patiëntjes met de ziekte van Menkes te weinig koper is, kunnen die enzymen hun werk niet goed doen, wat uiteindelijk de ziekte veroorzaakt.

De ziekte van Menkes is een zeldzame erfelijke ziekte met een geslachtsgebonden, zogenaamde X-chromosomale (of “X-linked”) overerving. De ziekte komt, zoals bijna elke X-chromosomale aandoening, vrijwel alleen bij jongens voor. Hoe vaak de ziekte precies voorkomt in Nederland is onbekend. Wereldwijd wordt de prevalentie geschat op ongeveer 1 op de 300.000 pasgeboren jongens in Europa en 1 op de 360.000 in Japan. In Australië ligt dit aantal veel hoger, tussen de 1 op de 50.000 en 1 op de 100.000, wat waarschijnlijk komt door een founder-effect (een concentratie van dragers in die bevolkingsgroep).