GSD-6 (Fosforylasedeficiëntie - lever)Symptomen
De meeste patiënten met GSD-6 hebben een fout in het enzym fosforylase. Ze komen meestal tussen hun eerste en vijfde levensjaar bij de kinderarts. Ze hebben dan een opvallend dikke buik. Dat komt door een sterk vergrote lever. Glycogeen heeft zich opgestapeld. Ook hebben ze vaak een groeiachterstand. Soms ook een lichte achterstand in de motorische ontwikkeling. Ze gaan vaak later zitten, staan en lopen dan andere kinderen.
Soms gaan ouders met deze klachten naar de huisarts. Soms zijn de klachten zo mild dat ze pas tijdens een onderzoek op het consultatiebureau worden ontdekt.
Patiënten hebben vaak last bij langere tijd niet eten (vasten). Ze hebben dan een lage bloedsuiker en/of een verhoogde ketonenwaarde. Ketonen zijn afvalstoffen die het lichaam maakt als er te weinig glucose is. In het bloed worden ook afwijkende leverwaarden (de transaminasen ALAT en ASAT) en een verhoogd vetgehalte (vooral cholesterol en triglyceriden) gemeten.
De lever wordt kleiner naarmate het kind ouder wordt. Rond de puberteit is de lever bij de meeste patiënten weer normaal. Krijgt een patiënt niet de beste behandeling, dan groeit het kind opvallend genoeg vaak ná de puberteit nog door. Zo bereiken patiënten alsnog een normale volwassen lengte.