Verbetering kwaliteit van leven door aanpassen voeding bij volwassenen met mitochondriële aandoeningen

Heidi Zweers‘Een individueel dieetadvies voor volwassen patiënten met een mitochondriële ziekte kan tot een verbetering in de kwaliteit van leven leiden’, vertelt Heidi Zweers, diëtist aan het Radboudumc. Heidi Zweers doet op dit moment promotieonderzoek om te kijken wat een aanpassing in de voeding voor volwassen patiënten met een mitochondriële ziekte kan betekenen: ‘Het uiteindelijke doel is dat ze beter eten, meer kunnen, zich minder moe voelen en dat hun kwaliteit van leven verbetert.’

Probleem in kaart brengen
Eerst heeft Heidi Zweers gekeken naar de omvang van het probleem: ‘Hoe ziet hun voeding eruit? Hoe is de verhouding spier- en vetmassa? En hoe functioneren ze in het dagelijks leven? Dit hebben we bekeken door volwassen patiënten drie dagen lang een voedingsdagboek bij te laten houden en door allerlei metingen te doen.’

Individueel dieetadvies
Uit de analyse van de voedingsdagboeken blijkt dat volwassen patiënten niet de juiste hoeveelheid voedingsstoffen binnenkrijgen in vergelijking met de aanbevolen hoeveelheid en in vergelijking met de gemiddelde inname van de Nederlandse bevolking. Heidi Zweers: ‘Het blijkt dat ze minder eiwitten, calcium, vocht, vezels en vitamine D binnenkrijgen en teveel verzadigd vet en suiker. Deze tekorten en overschotten verschillen echter tussen patiënten, waardoor we aanraden om volwassen patiënten met een mitochondriële aandoening een individueel dieetadvies te geven.’

Minder spieren, meer vet
‘Daarnaast blijken de meeste patiënten minder spiermassa te hebben, wat logisch is met een spierziekte, en meer vetmassa’, vertelt Heidi Zweers. Ook blijken patiënten minder goed te functioneren. Ze kunnen minder goed lopen, hebben minder kracht in hun handen, etc.  ‘We vermoeden dat dit met de afgenomen spiermassa te maken kan hebben en dat kunnen we misschien verbeteren met voeding.’

Energiebehoefte
Om een goed dieetadvies te kunnen geven, is het belangrijk om te weten hoeveel energie patiënten uit voeding nodig hebben. Hiervoor heeft Heidi Zweers de energiebehoefte gemeten: ‘Het blijkt dat we de energie in rust goed kunnen schatten, maar dat we bij slechts een derde van de patiënten de energiebehoefte uit activiteit  goed kunnen schatten. Daarom raden we aan om voor het dieetadvies eerst de energiebehoefte uit beweging  goed in kaart te brengen. Dit kan met een geavanceerde stappenteller: actometer’

Werkt dieetadvies?
Op dit moment onderzoekt Heidi Zweers de effecten van een individueel dieetadvies in de zogenaamde Dynamite studie. Deze studie loopt van 2013-2017. Heidi Zweers: ‘We willen vooral heel praktisch dieetadvies geven aan patiënten, niet alleen over de hoeveelheid eiwitten en calcium, maar ook tips over bijvoorbeeld hoe patiënten gezond kunnen eten als ze moe zijn. We willen het vooral makkelijker maken voor patiënten en dat patiënten zich beter voelen. Op deze manier kunnen we ze een beetje controle teruggeven over een ziekte waar ze niet zoveel controle over hebben.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *