Promotie MPS, ML II en III

Op 4 december 2018 is Esmée Oussoren in Rotterdam gepromoveerd op haar proefschrift ‘Studies on cartilage and bone disease in Mucopolysaccharidoses and Mucolipidoses’ (‘Studies over kraakbeen en botziekte in Mucopolysaccharidose en Mucolipidose’).

Skeletafwijking
Mucopolysaccharidose (MPS) en Mucolipidose (ML II en ML III) zijn zeldzame erfelijke stofwisselingsziekten die horen tot de groep lysosomale stapelingsziekten. Bij deze ziekten zijn meerdere weefsels aangedaan door stapeling van glycosaminoglycanen (GAGs) in het lysosoom, een onderdeel van de cel. Door GAG-stapeling in de kraakbeencellen, de botcellen en de ligamenten (bindweefselbanden) komen in MPS- en ML-patiënten vaak skeletafwijkingen voor.

Behandeling
Voor MPS is op dit moment al wel behandeling beschikbaar maar hiermee kunnen de afwijkingen in kraakbeen en botten niet worden voorkomen of genezen. Het ziekteproces van ML is zo gecompliceerd dat daar nog helemaal geen therapeutische opties voor ontwikkeld zijn. Om nieuwe behandeling te kunnen ontwikkelen, is het dus van groot belang om te achterhalen waarom het kraakbeen en bot zich bij deze ziekten afwijkend ontwikkelt, in vergelijking met de normale botontwikkeling. Daarnaast is het belangrijk om te onderzoeken hoe de botontwikkeling bij MPS- en ML-patiënten verloopt en welke verschillen er zijn tussen de patiënten. In haar proefschrift beantwoordt Esmée een aantal van de meest urgente van deze vragen en identificeert ze opties voor toekomstige studies.

Afwijkingen
De disfunctie van kraakbeen- en botcellen als gevolg van lysosomale GAG-stapeling bij MPS en ML veroorzaakt afwijkingen in botten, gewrichten en tanden met groeiachterstand, dysostosis multiplex, osteopenie/osteoporose, stijve gewrichten en abnormale tanden als gevolg. Door de ziekteprocessen en ontstekingen leidt dit vervolgens tot vroege secundaire osteoartrose (gewrichtsslijtage) waarvoor vaak al op jonge leeftijd chirurgische ingrepen zoals heupoperaties nodig zijn.

Vroege herkenning
Een andere ernstige complicatie van kraakbeen en botziekte in de meeste MPS I-, II-, VI- en VII-patiënten is vroege sluiting van de schedelnaden (craniosynostose). Vroege herkenning van craniosynostose is belangrijk, omdat sluiting van de schedelnaden vóór de leeftijd van 6 jaar de groei van de schedel kan remmen. Dit kan leiden tot verhoogde hersendruk, met als gevolg een visuele en ontwikkelingsbeperking. Het monitoren van de groei van de schedel en signalen en symptomen van verhoogde hersendruk is noodzakelijk, omdat chirurgische interventies mogelijk zijn.

Toekomst
Om betere therapeutische opties te kunnen ontwikkelen, is het nodig om te kunnen voorspellen hoe het bot zich zal ontwikkelen. Dit is per patiënt namelijk heel verschillend. Daarnaast is het effect van behandeling tot nu toe gering omdat de veranderingen in kraakbeen en bot in MPS en ML al heel vroeg tijdens de embryonale ontwikkeling ontstaan. Toekomstige behandelingen zullen zich daarom zowel moeten focussen op verbetering van kraakbeen en botkwaliteit in deze patiënten om zo skeletcomplicaties te voorkomen en mobiliteit te verbeteren als op het verminderen van pijn en het handhaven van zelfstandigheid van de patiënten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.