De papa van Baby C

Hugo

Hugo Luijten schreef afgelopen 1 ½ jaar blogs voor de website van VKS. Dat stopt nu, omdat hij zijn verhalen uit gaat geven in boekvorm.
Dit is het eerste verhaal uit de verhalenbundel Baby C, die in de loop van 2014 zal verschijnen. Hugo Luijten schreef de veertig verhalen in Baby C als bezorgde vader voor zijn pasgeboren zoon, bij wie na de geboorte de stofwisselingsziekte SCHADD werd ontdekt. Wat volgde was een roerige tijd vol angstige momenten en onzekerheid. Gelukkig is Baby C inmiddels Kleuter C en gaat het goed met hem. De verhalen in Baby C zijn zeker niet somber, maar getuigen van een liefdevolle vader die geniet van zijn kleine mannetje, doorspekt met humor en tederheid.
Hou Hugo’s website www.hugoluijten.eu  in de gaten voor de publicatiedatum, of vraag hem je op de hoogte te houden van de publicatie van zijn boek door een mail te sturen aan hugo@hugoluijten.eu 

 

Daar sta ik dan als kersverse vader. Aan het bedje van mijn doodzieke zoon. Een week geleden was hij er nog niet eens, en nu weet ik niet of hij de volgende week zal halen. Wat een mens toch allemaal kan meemaken in veertien dagen tijd.

Asgrauw is hij. Doodstil ligt hij deze nacht uit te zweten. Tussen traag bewegende medicatiepompen. Aangesloten op zeker tien slangen en snoeren, die als tentakels zijn lichaam verlaten. Verlicht door groene en rode lampjes en het blauwe schijnsel van digitale schermen.
Een week geleden durfde ik nauwelijks een pleister van mijn eigen knie te trekken en wist ik het verschil niet tussen een echo en een scan. Nu hou ik als een volleerd dokter een rood lijntje op een soort tv-toestel in de gaten. Met een fanatisme of mijn eigen leven er vanaf hangt. Maar dat doet het ook; het ís mijn eigen leven dat daar ligt te zweten. 
Mijn eigen-eigen leven interesseert me op dit moment geen biet. Ik zou het acuut inruilen voor het zijne, als dat hem beter maakte. Want ik kan 'm niet helpen. Niemand eigenlijk, zelfs de dokters niet. Al veinzen ze "nog wel wat achter de hand hebben" of zo. Ik geloof ze niet. Ik geloof alleen Baby C, en hij zegt dat het wel zo'n beetje gelopen is. Finished. "Dank u voor de aandacht, prettig kennis te maken, jammer dat ik niet langer kan blijven, ik moet er vandoor."
Godnakendegodvermiljaardedju.
Ik kan me niet herinneren dat ik ooit radeloos was. Bang? Ik ben een echte kakkebroek, dus die ken ik. Paniek? Ook wel eens. Als mijn moeder een volle asbak te vroeg thuis kwam bijvoorbeeld. Maar radeloos? Als ik al ooit dacht dat ik het geweest was, dan is het niks vergeleken met wat hier aan de hand is. Als er niemand is die je zegt wat je wil horen en tegelijkertijd ook niet wat je niet wil horen. Dan ben je radeloos. 
Ik kan niks doen, ik weet niks. Daarom heeft de wetenschap het overgenomen. Ik moet de wetenschap geloven. Geloven in iets waarvan men beweert dat men het 'weet'. Wat een gezeik, waarom weten ze het dan nu niet. Ze doen ook maar wat, trial and error. Maar goed, zelfs daar wil ik in geloven. Dat is nog wel het ergste, dat ik verplicht ben om in iets te geloven.
Maar ja. Voor hem, voor Baby C, voor jou knul.
Ik zou hem willen aanraken maar ik durf niet. Ik ben bang een infuus los te trekken. Dat heeft de wetenschap dus ook al mooi voor elkaar. Bedankt se mannen, goe bezig!
Er zijn verder geen ouders in de zaal, alleen twintig zieke baby`s, een handvol verpleegsters, Baby C en ik. Ik bijt mijn tong af om niet te huilen. Het helpt niet. Zonder tong kun je kennelijk ook huilen. Het snotteren gaat over in lange uithalen, die door mijn pogingen om ze te verbijten alleen maar harder klinken. Verman je, klootzak. Oud wijf, papa van likmevestje. Zo meteen wordt er nog een van die arme kinderen wakker door je gejammer. Al is dit het enige dat ik nog kan doen voor mijn manneke. 
Ik zak door mijn knieën en kijk door mijn tranen en het plexiglas van de bedranden naar zijn voetjes. Zijn voetjes, zjesusfokkingkrist, zijn voetjes… Ik moet de aanvechting bedwingen om hem uit zijn bedje te tillen en ergens in een verlaten trappenhuis samen te gaan sterven. 
Een verpleegster legt haar hand op mijn schouder, en geeft me een glas water en een paar tissues. Troost zonder woorden. Dat is al iets. Ik haal eens diep adem, trompetter voorzichtig in de tissues en klok het glas water in een keer weg. Ik hijs me zuchtend overeind en loop terug naar de ziekenhuiskamer, waar mama Baby C nog herstelt van een keizersnee en onze dubbele nachtdiensten.
'En, hoe was 't?'
'Ça va, bolleke, ça va.'

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.