Baby C heeft er een neus voor

[post_list name=”Alle Bloggers”][post_list name=”Header Hugo Luijten”]

Ik weet eigenlijk al niet meer wanneer hij is begonnen met lachen. Shame on me. In mijn herinnering lachte hij al in het ziekenhuis, want ik weet nog dat een of andere dokter toen zei dat dat bij baby’s eerder een soort spasme is. Het enige dat ik van die opmerking heb geleerd is dat medici geboren pretbedervers zijn. 

Eenmaal thuis, nam het Grote Lachen echter een aanvang. Niet gehinderd door medisch personeel, laat staan door zoiets onnozels als een neussonde. "Lachen als het kan, huilen als het moet" is wel een aardige oneliner. Misschien is ons ventje wel zo vrolijk als compensatie voor het feit dat hij ons bij de geboorte zo liet schrikken? 'De mensen laten schrikken, hè deugnietje van me'. Sprekend zijn vader. 

Hoe dan ook; hij heeft dus een slangetje in zijn neus. 'Hij eet door dat slangetje' zo legde ik een vierjarig nichtje uit. 'Maar een neus is toch om mee te ruiken?' vroeg ze verbaasd. 'Moet hij nu met zijn mond ruiken??' redeneerde ze verder in onnavolgbare peuterlogica. De schat. Sprekend haar moeder.

Maar eten doet Baby C inderdaad door een slangetje. Een soort slurf dus. Al stoppen ze het slangetje over een tijdje in zijn buik en noemen ze het een maagsonde. Dan is het strikt genomen geen slurf meer. Enfin. Het komende jaar eet hij in elk geval met dat slurfje en ach, alles went. Er zijn zelfs voordelen. Ik moet er 's nachts bijvoorbeeld nooit uit om te voeden. Zijn buikje loopt automatisch vol, hem hoor je dus niet. Het is zelfs een aanrader voor alle jonge ouders: stop een slangetje in de neus van de liefdesbaby en je hoeft je nest niet uit op de meest onmogelijke uren. 

Misschien dat Baby C daarom energie over heeft om zich bezig te houden met de geestelijke genoegens van het leven. Zo kan hij al heel behoorlijk dirigeren. Met gesloten ogen houdt hij traag een vage maatsoort aan, af en toe onderbroken door een sierlijke krul met een van zijn vingertjes. Alsof hij de violen die metaalachtig uit zijn 'Winnie the Pooh mobiel' krassen, bij de les wil houden. Het muziekje stopt na vijf minuten echter vrij abrupt. Met nog altijd gesloten ogen slaagt hij er dan in zijn wenkbrauwen te fronsen en zijn vuistjes te ballen. 'Schandalig als je met amateurs moet werken!'. 

Af en toe wordt de pap uit het slangetje hem wat teveel. Dan moet het eruit, hetgeen zich aankondigt met een droge kuch en een wit gezichtje. Zelfs bij de eerste contouren van zo'n kuch, springen wij beiden op om katoenen doeken rond zijn lichaam te draperen. C zou dan voor 'Caesar' kunnen staan, maar dat doet het niet.  Eén doek knopen wij vliegensvlug rond zijn nek, zoals een servet uit een Laurel & Hardy-film. De afhangende flap houden we recht voor hem zodat het een soort glijbaan lijkt, die gespannen staat tussen zijn hals en mijn handen. Een muur van stof. De pap wil er nog wel eens met effect uitkomen, vandaar. Een straal tot ver boven het maaiveld is eerder regel dan uitzondering. Hij zit daar dan met zijn witte gezichtje tegen de katoenen glijbaan aan te kijken. Een keer piepte hij met een zielige blik nèt over de rand van de glijbaandoekmuur. Hij hikte. En ik trok het doek nog maar wat omhoog. Baby C keek me aan alsof hij wilde zeggen: 'Hé ouwe, hoe denk je dat ik dáár overheen moet komen?'. De schat. Precies zijn vader. 

Vanwege dat slangetje slaapt hij bij ons in bed. Het heerlijkste advies dat ik in jaren van dokters gehad heb. Ze deugen dus toch nog ergens voor. Met een 'worstkussen' om hem heen gedrapeerd pikt hij een van de twee matrassen helemaal voor zichzelf in. Volgens Mama Baby C houden hij en ik 's nachts een wedstrijd snurken. Dat geluid verdwijnt kennelijk niet door het slangetje. Anders had ik er voor mezelf ook meteen een aangeschaft. Al was het maar opdat hij nog meer op mij zou lijken. De schat.

Reacties zijn gesloten.