Akkoord over vergoeding supplementen

In november 2012, vestigde een rapport van zorginstituut Nederland de aandacht op de praktijkperikelen bij de vergoeding van specifieke voedingssupplementen en vitamines. In 2014 werd een aanvullend rapport uitgebracht.  Deze producten worden gebruikt voor de behandeling van symptomen voor sommige specifieke stofwisselingsziekten. Soms staan ze geregistreerd als geneesmiddel, maar lang niet altijd. 

Verzekeringsmaatschappijen doen over het algemeen moeilijk over de vergoeding van stoffen die zij niet als geneesmiddel herkennen. Ook de vergoeding van voorgeschreven vitamines, die voor specifieke stofwisselingsziekten cruciaal zijn voor de bestrijding van symptomen, wijzen zij vaak af. Het argument is dan dat vitamines vrij verkrijgbaar zijn en niet tot het verzekerde pakket behoren. Het Zorginstituut Nederland toonde in het rapport al aan dat deze behandelingen voor specifieke stofwisselingsziekten wél tot de stand van wetenschap en praktijk horen en daarom vergoed zouden moeten worden. Zij stelden voor om deze specifieke stoffen op te nemen in de DBC/DOT van metabole specialisten. 

Dit heeft automatisch tot gevolg dat alleen recepten afkomstig van metabole specialisten vergoed kunnen worden. Misschien kan er zelfs voortaan alleen nog maar geleverd worden via de apotheek van een UMC. Dat is nog onduidelijk. 

Het hele jaar 2013 ondervonden patiënten, die voor verschijning van het rapport geen problemen hadden, moeilijkheden bij de vergoeding van met name Arginine en Biotine. Dit zijn stoffen die in het rapport van Zorginstituut Nederland specifiek behandeld werden. Verzekeraars claimden dat het ziekenhuis dit zou moeten betalen, maar het tarief voor de metabole specialist is nog niet vastgesteld door de Nza, de zorgautoriteit. Voor de kindergeneeskunde lijkt de zaak nu te worden opgelost.  Er zijn afspraken onderweg tussen de NFU (de academische ziekenhuizen) en de Nza. Onder voorbehoud van definitieve goedkeuring door de afdeling DBC-onderhoud van de Nza, lijkt de zaak geregeld door de DOT voor poliklinisch middel met metabole activiteiten te verhogen. Ook de lijst met stoffen die onder de regeling gaan vallen, is bekend. Wanneer de overeenstemming totaal is, zal dit naar de voorschrijvers en ziekenhuisapothekers worden gecommuniceerd.De lijst bevat voornamelijk vitaminen en co-factoren. 

Arginine staat niet op de lijst. De Nza heeft gesteld dat dit product sowieso vergoed zou moeten worden, op grond van de regeling dieetpreparaten. Arginine is namelijk een aminozuur (bouwsteen van eiwit). Ditzelfde argument geldt voor andere aminozuren. Het moet dan niet via een recept, als geneesmiddel, worden voorgeschreven, maar als dieetpreparaat, via een machtiging. Helaas is voor volwassenen die lijden aan deze specifieke stofwisselingsziekten het einde van de vergoedingsperikelen nog niet in zicht. De behandelaars van volwassen patiënten met stofwisselingsziekten, hebben geen “metabole specialisatie”. Alle ziekenhuizen die volwassen patiënten behandelen, moeten zelf afspraken maken met zorgverzekeraars over de inhoud van de behandeling. Omdat stofwisselingsziekten zeldzaam zijn, zal deze zorg niet snel de onderhandelingstafel halen. 

Verzekeraars weten vaak niet hoe het zit. De afdeling "klantenservice" wijst standaard alles af wat onduidelijk is, dus ook ouders van kinderen zijn nog niet direct zeker van adequate toepassing van de afspraken. VKS vervolgt deze zaak dus verder. Wie problemen ondervindt, kan zich bij ons melden.

 

Reageren is niet mogelijk