VLCADD

VLCADD 

Inleiding

VLCADD is een zeldzame, erfelijke stofwisselingsziekte. Met ‘stofwisseling’ wordt het omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam bedoeld. Dat is nodig voor de opbouw van weefsels, zoals spieren botten en organen en voor het vrijmaken van energie. De Stofwisseling vindt plaats in alle cellen van ons lichaam, waar enzymen hun werk doen. Als er iets mis is met een enzym, is de stofwisseling verstoord. Een bepaalde stof kan niet meer worden omgezet en hoopt zich op in de cel, terwijl het mogelijk belangrijke product te weinig of soms helemaal niet meer gevormd wordt. Deze situatie kan tot min of meer ernstige klachten leiden. Dit noemen we een stofwisselingsziekte.

Vetzuuroxidatiestoornissen
VLCADD is een zogenoemde ‘vetzuuroxidatiestoornis’, een stoornis in de verbranding van vetten uit het voedsel en uit de vetvoorraden in het lichaam. De vetverbranding is een proces waarbij in veel kleine stapjes de vetten worden afgebroken en omgezet in energie. De eerste vetzuuroxidatiestoornissen werden ontdekt in de jaren ’70 van de vorige eeuw en VLCADD is pas in 1992 voor het eerst beschreven. 
Mitochondriën
Je lichaam heeft energie nodig voor alles wat je doet: voor bewegen, denken en het laten kloppen van je hart. Je lichaam haalt energie uit eten of uit opgeslagen voorraden in spieren en vet. Maar de koolhydraten, vetten en eiwitten die we eten en opslaan, kunnen niet direct gebruikt worden. Ze moeten eerst omgezet worden in een energievorm waar de lichaamscellen mee uit de voeten kunnen. Die stof heet ATP en wordt gemaakt in de energiecentrales van je cellen: de mitochondriën.
De energiecentrales worden allereerst gevoed met suikers (koolhydraten) uit het bloed. Als die opraken, worden de voorraden in de spieren aangesproken. Pas daarna schakelen de mitochondriën over op de verbranding van vetten. Vetten zijn in feite de energievoorraad voor noodgevallen. Al die verschillende vormen van energieproductie worden geregeld door specifieke enzymen.

Vetzuuroxidatie
De verbranding van vetten in de mitochondriën wordt ‘vetzuuroxidatie’ genoemd (oxideren betekent verbranden). Om energie uit vetten te kunnen halen, zijn er in de mitochondriën twee stappen nodig: de vetten moeten allereerst het mitochondrion binnenkomen en daarna moeten ze afgebroken worden. Bij die laatste stap wordt ATP gemaakt.

Voor beide stappen zijn meerdere enzymen nodig. In de eerste stap is carnitine een belangrijke stof. Carnitine kan worden beschouwd als een soort gids die de vetzuren nodig hebben om het mitochondrion binnen te komen. Verschillende enzymen koppelen de vetzuren aan carnitine en ontkoppelen ze weer als ze op hun plaats zijn.

Het daadwerkelijke afbreken van de vetzuren in het mitochondrion gebeurt ook weer in verschillende stappen. Omdat niet alle vetten gelijk zijn, zijn er binnen het mitochondrion verschillende enzymen voor het afbreken van korte, middellange of lange vetzuurketens.
Met al deze enzymen kan iets mis zijn (ze ontbreken of werken niet goed). Het gevolg is een vetzuuroxidatiestoornis. Patiënten met een vetzuuroxidatiestoornis kunnen te maken krijgen met ernstige energietekorten, waardoor de hersenen of andere organen beschadigd kunnen raken. Ook kunnen tussenproducten in de vetafbraak zich ophopen in het lichaam, bijvoorbeeld als vetdruppeltjes.
Om energie op te wekken is een energiebron nodig zoals vet. Het meeste vet bestaat uit zogenaamde triglyceriden: een samenstelling van één glycerolmolecuul en drie vetzuren. Vetzuren zijn grote moleculen, bestaande uit ketens van koolstof- en waterstofatomen (zie de figuur hiernaast).

In onze voeding zitten korte, middellange en (vooral) lange-keten-vetzuren. De lengte wordt bepaald door het aantal koolstofatomen. Lange-keten-vetzuren bestaan uit ketens van 12 tot 24 koolstofatomen. Om er energie uit te kunnen halen, moeten ze worden afgebroken tot kleinere stukjes. Hiervoor is het enzym VLCAD nodig, dat normaal actief is in de mitochondriën  Bij VLCADD patiënten ontbreekt dit enzym (of het werkt niet goed), een zogenaamde ‘enzymdeficiëntie’. Zonder VLCAD worden de lange-keten-vetzuren niet afgebroken en stapelen deze zich op. Dit gebeurt vooral in de spieren, (ook in de hartspier). Deze ophoping van lange-keten-vetzuren is mogelijk slecht voor de cel (al is het precieze effect nog niet zo goed bekend). Daarnaast kan ook een energietekort voor de cel ontstaan: als alle suikers, korte en middellange vetten op zijn, kunnen cellen hun eigen eiwitten af gaan breken. Het energietekort kan er zelfs voor zorgen dat de cel kapot gaat.

Het defecte of ontbrekende enzym
VLCADD staat voor ‘very long chain acyl coenzym A dehydrogenase’. Dat Enzym ontbreekt bij VLCADD patiënten (de laatste D staat voor deficiëntie), waardoor ze niet in staat zijn om lange vetzuurmoleculen af te breken.

Zeldzaamheid
VLCADD is een zeldzame stofwisselingsziekte. In Nederland zijn ongeveer 60 patiënten bekend. Sinds 2007 worden via de hielprikscreening baby’s ook op VLCADD gescreend. Met de hielprik worden gemiddeld 3 kinderen per jaar gevonden die VLCADD hebben.
 

Symptomen

Niet alle patiënten met VLCADD hebben evenveel last van hun aandoening. Er zijn kinderen die al snel na de geboorte klachten hebben van suf worden en slecht drinken, lage bloedsuikers , spierafbraak en soms hartproblemen. Maar er zijn ook patiënten die (bijna) helemaal geen klachten hebben, of alleen klachten na zware inspanning. Wanneer veel spiercellen kapot gaan (rhabdomyolyse) komen de afbraakproducten hiervan in de bloedbaan terecht en kunnen via de nieren ook in de urine terechtkomen. De urine wordt dan rood, of zelfs cola-kleurig. Als dit in grote hoeveelheden gebeurt, kunnen de nieren schade oplopen. Sommige patiënten hebben last van epilepsie, concentratiestoornissen en/ of leerproblemen. Dit wordt niet direct door de problemen in de vetzuurverbranding veroorzaakt, maar is vaak het gevolg van lage bloedsuikers (hypoglykemie) tijdens een ontregelde periode, vaak in het eerste levensjaar. Hersencellen zijn erg gevoelig voor energietekort (veroorzaakt door de lage bloedsuikers/ hypoglykemie) en kunnen als gevolg van een lage bloedsuiker schade oplopen. 

Diagnose

Het is bijna altijd mogelijk om binnen een aantal weken met zekerheid vast te stellen of uit te sluiten of een kind een (lange-keten-)vetzuuroxidatiestoornis heeft. Als er meer kinderen in het gezin zijn, worden zij meestal ook onderzocht. In het erfelijk materiaal van de ouders kan worden onderzocht of zij drager zijn van de mutatie (= fout) die bij hun kind de ziekte heeft veroorzaakt.
Bij patiënten met VLCADD is de werking van het VLCAD enzym laag of zelfs helemaal afwezig. Deze enzymactiviteit kan in leukocyten (witte bloedlichaampjes) bepaald worden. Hiervoor moet bloed worden afgenomen. Tegenwoordig wordt ook altijd onderzoek in gekweekte huidcellen (de zogenaamde fibroblasten) uitgevoerd. Hiervoor is een huidbiopt nodig.
 

Behandeling

Lange-keten-vetzuuroxidatiestoornissen zijn niet te genezen, maar wel te behandelen met een dieet. Patiënten die niet zoveel last hebben van hun aandoening kunnen een vrijwel normale voeding gebruiken, terwijl iemand die veel last heeft een aangepast dieet zal moeten volgen om klachten zo veel mogelijk te voorkomen. 
Meestal kan worden volstaan met een voedingsadvies bij ziekte, wat gericht is op voorkomen van te lang niet eten en zorgen voor voldoende vochtinname. Daarbij kan eventueel gebruik worden gemaakt van extra innamen van koolhydraten in de vorm van dextrine maltose. 
De ernst van de klachten is per persoon verschillend. krijgen. Zodra de diagnose is gesteld kunnen ovengenoemde klachten met voorzorgsmaatregelen en/ of een aangepast dieet (gedeeltelijk) worden voorkomen. Het is voor elke patiënt verschillend hoeveel klachten hij of zij heeft tijdens en na het sporten of ziekte. Over het algemeen geldt wel dat patiënten die in beweging blijven op lange termijn minder klachten hebben dan patiënten die niet regelmatig bewegen. 
 

Erfelijkheid

Stofwisselingsziekten zijn erfelijke ziekten. Mensen vinden erfelijkheid ingewikkeld. We proberen het zo duidelijk mogelijk uit te leggen.

Het menselijke lichaam bestaat uit allemaal cellen. In de kern van elke cel is erfelijk materiaal aanwezig. Dit noemen we DNA. Het DNA bevat alle erfelijke eigenschappen. Dat DNA is er in tweevoud: de helft van het DNA komt van de vader en de andere helft van de moeder. De chromosomen bevatten stijf opgerolde DNA-strengen. Je kunt ze onder een microscoop waarnemen, als de cel zich deelt. Er zijn normaal gesproken per cel 22 gelijke paren chromosomen (autosomen), terwijl het 23e paar geslacht-bepalend is en bij een vrouw twee X chromosomen en bij een man een X en een Y chromosoom heeft. Een man erft het Y chromosoom altijd van zijn vader een vrouw krijgt van haar moeder een X chromosoom en van haar vader het andere X chromosoom. De chromosomen bevatten de genen die met een hele lange streng letters een recept of code vormen voor één erfelijke eigenschap. Ook de genen bestaan dus voor de helft uit materiaal afkomstig van vader en voor de andere helft uit materiaal afkomstig van moeder.

Autosomaal recessief
Deze stofwisselingsziekte erft ‘autosomaal recessief’ over. Autosomaal betekent dat het afwijkende gen op één van de 22 gewone chromosomen ligt , niet op de geslachtschromosomen X en Y. Zowel jongens als meisjes kunnen de aandoening dan krijgen. Ook is het afwijkende deel van het gen ondergeschikt aan het functionele gen afkomstig van het andere chromosoom. Dit wordt bedoeld met de term recessief. Dit betekent meestal dat dragers van één afwijkend gen daarvan geen klachten hebben, omdat het functionerende gen  op het andere chromosoom de taak van het afwijkende gen compenseert.

Er zijn dus twee afwijkende genen nodig om ziekteverschijnselen te hebben. Een persoon met een autosomaal overervende stofwisselingsziekte heeft van allebei de ouders precies het afwijkende deel van het gen geërfd. Bij deze persoon zorgt deze combinatie voor een genetische code die niet werkt. Hierdoor kan één enzym of eiwit niet of niet voldoende worden gemaakt. Dat zorgt voor de ziekteverschijnselen.

Dragerschap en overerving
In de meeste gevallen hebben beide ouders nergens last van. Zij zijn dan gezonde dragers. Het functionerende gen  op het andere chromosoom zorgt ervoor dat het benodigde enzym of eiwit bij hen voldoende aangemaakt wordt. Elk mens heeft ongeveer 25.000 genen. Elk mens draagt tenminste zeven recessieve afwijkende genen met zich mee. Deze afwijkende genen, maken ons deels tot unieke individuen. Maar zorgen er dus ook voor dat er ineens een kind geboren kan worden met een erfelijke aandoening. Zonder dat die aandoening in de familie voorkomt. Zonder dat ouders wisten dat zij drager waren.

Wanneer men weet dat beide ouders drager zijn van hetzelfde afwijkende gen, weten we dat ze bij elke zwangerschap een kans van 1 op 4 (25%)  hebben op een kind met de ziekte. Ook hebben ze 75% (3 op 4) kans op een kind dat niet ziek is. Van de gezonde kinderen zal 2/3, net als de ouders, gezonde drager zijn. Deze kinderen kunnen de ziekte alleen doorgeven als hun partner ook dezelfde afwijking heeft op zijn DNA.

Overige informatie

Omim nummer

Synoniemen:

Very long chain acyl coenzym A dehydrogenase deficiency
Very long chain acyl CoA dehydrogenase deficiency
Very-long-chain acyl-CoA-dehydrogenasedeficiëntie
Zeer lange keten acyl CoA dehydrogenase (deficiëntie)
VLCAD (deficiëntie)
VLCADD

Meest gebruikte naam

VLCAD deficiëntie

Zorgpad:


Zorgpad VLCADD vr patienten

Zorgpad VLCADD vr patienten

Zorgpad VLCADD vr professionals

Zorgpad VLCADD vr professionals

Kenniskaarten:

Informatie voor kinderen:

stripalgemeen

Stripboek

Zijn er leden met deze ziekte?

Er zijn 17 leden met ‘VLCADD’ bij ons aangemeld.

Datum laatst bewerkt:

12 February 2019

Autorisatie door:

G. Visser

Disclaimer

Aan de ziekte-informatie kunnen geen rechten worden ontleend. De informatie is mogelijk niet op alle punten actueel, omdat de ontwikkelingen en inzichten snel kunnen gaan. VKS tracht de ziekte-informatie zo goed mogelijk actueel te houden.
Ervaringsverhalen zijn persoonlijke verhalen. De beschrijving van de ziekte en symptomen gelden voor deze persoon. Zoals voor veel erfelijke ziekten geldt, is er een behoorlijke variatie in ernst onder de patiënten. U kunt uit dit verhaal dan ook geen algemene conclusies trekken. Het verhaal geeft slechts een beeld hoe het leven met deze stofwisselingsziekte in de praktijk eruit kan zien.

Heeft u hulp nodig bij het inloggen?

Vond u deze informatie nuttig? Help ons dan om dit in stand te houden.

Reageren is niet mogelijk