Tyrosine hydroxylase deficiëntie

Tyrosine hydroxylase deficiëntie 

Inleiding

Tyrosine hydroxylase deficiëntie is een zeldzame, erfelijke stofwisselingsziekte. Met 'stofwisseling' wordt het omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam bedoeld. Dat is nodig voor de opbouw van weefsels, zoals spieren, botten en organen en voor het vrijmaken van energie. De stofwisseling vindt plaats in alle cellen van ons lichaam, waar enzymen hun werk doen. Als er iets mis is met een enzym, is de stofwisseling verstoord. Een bepaalde stof kan niet meer worden omgezet in een andere stof. De eerste stof hoopt zich op en de tweede is onvoldoende aanwezig. Als dit tot klachten leidt, noemen we het een stofwisselingsziekte.

Achtergrond
De eerste patiënten met tyrosine hydroxylase deficiëntie werden ontdekt in de jaren negentig van de vorige eeuw. Vrij snel daarna werd de genetische achtergrond (de erfelijke aanleg) van de ziekte ontrafeld.

Zeldzaamheid
Tyrosine hydroxylase deficiëntie is een zeldzame stofwisselingsziekte. Er zijn enkele patiënten in Nederland gediagnosticeerd, maar het is onbekend hoe vaak de ziekte precies voorkomt.

Het defecte of ontbrekende enzym
Het enzym tyrosine hydroxylase is betrokken bij de omzetting van tyrosine naar dopamine, een belangrijke stof voor de signaaloverdracht (neurotransmitter) in de hersenen. Doordat bij patiënten met tyrosine hydroxylase deficiëntie het enzym tyrosine hydroxylase niet of niet goed werkt wordt onvoldoende dopamine gevormd en ontstaan problemen in het zenuwstelsel.

Symptomen

Op basis van de neurologische symptomen kunnen 2 groepen patiënten (groep A en B) worden onderscheiden.  Bij groep A patiënten ontstaan de symptomen meestal  in het eerste levensjaar, waarbij met name onwillekeurige bewegingen, weinig bewegen en verkrampte spieren op de voorgrond staan.  Bij groep B patiënten ontstaan de symptomen al in de eerste levensmaanden, waarbij weinig bewegen, slappe spieren, tremoren, uitgebreide onwillekeurige bewegingen en krampachtige oogbewegingen optreden. Daarnaast komt in groep B een verstandelijke beperking voor en kunnen klachten bestaan van kwijlen, zweten en instabiele lichaamstemperatuur. 

Diagnose

De diagnose tyrosine hydroxylase deficiëntie wordt gesteld door het meten van de concentratie afbraakproducten van neurotransmitters (waaronder dopamine). Dit wordt gemeten in ruggenmergvocht en om dit te verkrijgen is een ruggenprik nodig. Daarnaast worden ook metingen verricht in urine. Het is niet mogelijk om de activiteit van het enzym tyrosine hydroxylase te meten in gemakkelijk bereikbare weefsels, zoals bloed of huidcellen.

Behandeling

Tyrosine hydroxylase deficiëntie is niet te genezen. Wel is het mogelijk om met bepaalde medicijnen (L-dopa (Synemet), die de ontbrekende neurotransmitter dopamine bevatten, de symptomen van de ziekte bij zowel groep A als B patiënten zoveel mogelijk te bestrijden.  Bij groep A patiënten is er meestal een snelle verbetering merkbaar en blijven er geen of slechts milde symptomen over. Bij groep B patiënten duurt het meestal langer (tot maanden) voordat er een duidelijke verbetering merkbaar is en blijven er meestal wel symptomen, al of niet in mindere mate. bestaan. 

Erfelijkheid

Stofwisselingsziekten zijn erfelijke ziekten. Mensen vinden erfelijkheid ingewikkeld. We proberen het zo duidelijk mogelijk uit te leggen.

Het menselijke lichaam bestaat uit allemaal cellen. In de kern van elke cel is erfelijk materiaal aanwezig. Dit noemen we DNA. Het DNA bevat alle erfelijke eigenschappen. Dat DNA is er in tweevoud: de helft van het DNA komt van de vader en de andere helft van de moeder. De chromosomen bevatten stijf opgerolde DNA-strengen. Je kunt ze onder een microscoop waarnemen, als de cel zich deelt. Er zijn normaal gesproken per cel 22 gelijke paren chromosomen (autosomen), terwijl het 23e paar geslacht-bepalend is en bij een vrouw twee X chromosomen en bij een man een X en een Y chromosoom heeft. Een man erft het Y chromosoom altijd van zijn vader een vrouw krijgt van haar moeder een X chromosoom en van haar vader het andere X chromosoom. De chromosomen bevatten de genen die met een hele lange streng letters een recept of code vormen voor één erfelijke eigenschap. Ook de genen bestaan dus voor de helft uit materiaal afkomstig van vader en voor de andere helft uit materiaal afkomstig van moeder.

Autosomaal recessief
Deze stofwisselingsziekte erft ‘autosomaal recessief’ over. Autosomaal betekent dat het afwijkende gen op één van de 22 gewone chromosomen ligt , niet op de geslachtschromosomen X en Y. Zowel jongens als meisjes kunnen de aandoening dan krijgen. Ook is het afwijkende deel van het gen ondergeschikt aan het functionele gen afkomstig van het andere chromosoom. Dit wordt bedoeld met de term recessief. Dit betekent meestal dat dragers van één afwijkend gen daarvan geen klachten hebben, omdat het functionerende gen  op het andere chromosoom de taak van het afwijkende gen compenseert.

Er zijn dus twee afwijkende genen nodig om ziekteverschijnselen te hebben. Een persoon met een autosomaal overervende stofwisselingsziekte heeft van allebei de ouders precies het afwijkende deel van het gen geërfd. Bij deze persoon zorgt deze combinatie voor een genetische code die niet werkt. Hierdoor kan één enzym of eiwit niet of niet voldoende worden gemaakt. Dat zorgt voor de ziekteverschijnselen.

Dragerschap en overerving
In de meeste gevallen hebben beide ouders nergens last van. Zij zijn dan gezonde dragers. Het functionerende gen  op het andere chromosoom zorgt ervoor dat het benodigde enzym of eiwit bij hen voldoende aangemaakt wordt. Elk mens heeft ongeveer 25.000 genen. Elk mens draagt tenminste zeven recessieve afwijkende genen met zich mee. Deze afwijkende genen, maken ons deels tot unieke individuen. Maar zorgen er dus ook voor dat er ineens een kind geboren kan worden met een erfelijke aandoening. Zonder dat die aandoening in de familie voorkomt. Zonder dat ouders wisten dat zij drager waren.

Wanneer men weet dat beide ouders drager zijn van hetzelfde afwijkende gen, weten we dat ze bij elke zwangerschap een kans van 1 op 4 (25%)  hebben op een kind met de ziekte. Ook hebben ze 75% (3 op 4) kans op een kind dat niet ziek is. Van de gezonde kinderen zal 2/3, net als de ouders, gezonde drager zijn. Deze kinderen kunnen de ziekte alleen doorgeven als hun partner ook dezelfde afwijking heeft op zijn DNA.

Overige informatie

Omim nummer

Synoniemen:

Tyrosine hydroxylase deficiency
Segawa syndroom (wordt ook gebruikt voor een andere neutrotransmitter stoornis)
Infantiel parkinsonisme
L-Dopa responsieve dystonie

Meest gebruikte naam

Tyrosine hydroxylase deficiëntie

Informatie voor kinderen:

stripalgemeen

Stripboek

Zijn er leden met deze ziekte?

Er zijn 3 leden met ‘Tyrosine hydroxylase deficiëntie’ bij ons aangemeld.

Datum laatst bewerkt:

11 August 2014

Autorisatie door:

Prof.dr. F.A. Wijburg en dr. M.T. Van Maldegem

Disclaimer

Aan de ziekte-informatie kunnen geen rechten worden ontleend. De informatie is mogelijk niet op alle punten actueel, omdat de ontwikkelingen en inzichten snel kunnen gaan. VKS tracht de ziekte-informatie zo goed mogelijk actueel te houden.
Ervaringsverhalen zijn persoonlijke verhalen. De beschrijving van de ziekte en symptomen gelden voor deze persoon. Zoals voor veel erfelijke ziekten geldt, is er een behoorlijke variatie in ernst onder de patiënten. U kunt uit dit verhaal dan ook geen algemene conclusies trekken. Het verhaal geeft slechts een beeld hoe het leven met deze stofwisselingsziekte in de praktijk eruit kan zien.

Heeft u hulp nodig bij het inloggen?

Vond u deze informatie nuttig? Help ons dan om dit in stand te houden.

Reacties zijn gesloten.