Tyrosine hydroxylase deficiëntie

Tyrosine hydroxylase deficiëntie 

Inleiding

De eerste patiënten met tyrosine hydroxylase deficiëntie werden ontdekt in de jaren negentig van de vorige eeuw. Vrij snel daarna werd de genetische achtergrond van de ziekte ontrafeld.

Er zijn enkele patiënten in Nederland gediagnosticeerd, maar het is onbekend hoe vaak de ziekte precies voorkomt.

Het enzym tyrosine hydroxylase is betrokken bij de omzetting van tyrosine naar dopamine, een belangrijke stof voor de signaaloverdracht (neurotransmitter) in de hersenen. Doordat bij patiënten met tyrosine hydroxylase deficiëntie het enzym tyrosine hydroxylase niet of niet goed werkt wordt onvoldoende dopamine gevormd en ontstaan problemen in het zenuwstelsel.

 

Symptomen

Op basis van de neurologische symptomen kunnen 2 groepen patiënten worden onderscheiden.  Bij de eerste groep patiënten ontstaan de symptomen meestal in het eerste levensjaar, waarbij met name onwillekeurige bewegingen, weinig bewegen en verkrampte spieren op de voorgrond staan.  Bij de andere groep patiënten ontstaan de symptomen eerder, in de eerste maanden, waarbij weinig bewegen, slappe spieren, tremoren, uitgebreide onwillekeurige bewegingen en krampachtige oogbewegingen optreden. Daarnaast komt in de tweede groep vaker een verstandelijke beperking voor en is er sprake van kwijlen, zweten en instabiele lichaamstemperatuur. 

Diagnose

De diagnose Tyrosine hydroxylase deficiëntie wordt gesteld door het meten van de concentratie afbraakproducten van neurotransmitters (waaronder dopamine). Dit wordt gemeten in ruggenmergvocht en om dit te verkrijgen is een ruggenprik nodig. Daarnaast worden ook metingen verricht in urine. Het is niet mogelijk om de activiteit van het enzym tyrosine hydroxylase te meten in gemakkelijk bereikbare weefsels, zoals bloed of huidcellen.

Behandeling

Tyrosine hydroxylase deficiëntie is deels te behandelen door bepaalde medicijnen (L-dopa (Synemet), die de ontbrekende neurotransmitter dopamine bevatten. Een aantal symptomen van de ziekte, die bij bij zowel de eerste als de tweede groep patiënten voorkomt, kunnen hierdoor zoveel mogelijk worden bestreden.  Bij de eerste groep patiënten is er meestal een snelle verbetering merkbaar en blijven er geen of slechts milde symptomen over. Bij de andere groep patiënten duurt het meestal langer (tot maanden) voordat er een duidelijke verbetering merkbaar is en blijven er meestal wel symptomen, al of niet in mindere mate. bestaan. 

Erfelijkheid

Erfelijkheid

Stofwisselingsziekten zijn erfelijke ziekten. Meestal wordt dan gedacht aan ziekten of eigenschappen die al generaties ‘in de familie’ zitten, maar dat hoeft niet altijd zo te zijn. We proberen het zo duidelijk mogelijk uit te leggen.
Het menselijk lichaam bestaat uit allemaal cellen. In de kern van iedere cel zitten chromosomen. Chromosomen zijn strengen erfelijk materiaal. Ze bestaan uit een stof die we DNA noemen. In dit DNA zit een soort ‘code’ waarin al onze erfelijke eigenschappen zijn vastgelegd. Het DNA is er in tweevoud: de ene helft van het DNA komt van de vader en de andere helft van de moeder.
Normaal gesproken zijn er per cel 22 gelijke chromosoomparen (autosomen). Het 23e paar is geslachtsbepalend en dus verschillend bij mannen en vrouwen: een vrouw heeft twee X-chromosomen en een man heeft een X- en een Y-chromosoom. Een man erft het Y-chromosoom altijd van zijn vader en het X-chromosoom van zijn moeder. Een vrouw krijgt van haar vader én van haar moeder een X-chromosoom.
Op de chromosomen zitten de genen. Een gen is een stukje DNA. Elk gen beschrijft de code van één erfelijke eigenschap. Bijvoorbeeld hoe je eruitziet en hoe je lichaam werkt. Van elk gen zijn er twee kopieën: één afkomstig van de moeder, één afkomstig van de vader. Als er een verandering in een gen optreedt, heet dat een mutatie.

Autosomaal recessief

Deze stofwisselingsziekte erft ‘autosomaal recessief’ over. Autosomaal betekent dat het afwijkende gen (het gen met de mutatie) niet op de geslachtschromosomen X en Y ligt maar op één van de 22 gewone chromosomen. Zowel jongens als meisjes kunnen de aandoening dan krijgen. Ook is de kopie van het gen op het ene chromosoom zwakker dan de functionerende kopie van het gen op het andere chromosoom. Dit wordt bedoeld met de term recessief. Dit betekent meestal dat dragers van één afwijkend gen daarvan geen klachten hebben, omdat het functionerende gen op het andere chromosoom wel werkt en de taak van de afwijkende kopie compenseert.
Om ziekteverschijnselen te hebben zijn er dus twee afwijkende genen nodig. Iemand met een autosomaal recessief overervende stofwisselingsziekte heeft van allebei de ouders precies het afwijkende deel van het gen geërfd. Bij deze persoon zorgt deze combinatie voor een genetische code die niet werkt. Hierdoor kan één enzym of eiwit niet of niet voldoende worden gemaakt. Dat zorgt voor de ziekteverschijnselen.

Dragerschap en overerving

In de meeste gevallen hebben beide ouders nergens last van. Zij zijn dan gezonde dragers. Het functionerende gen op het andere chromosoom zorgt ervoor dat het benodigde enzym of eiwit bij hen voldoende wordt aangemaakt. Elk mens heeft ongeveer 25.000 genen. En elk mens draagt meerdere recessief afwijkende genen met zich mee en merkt daar meestal helemaal niets van. De variatie in onze genen, inclusief de recessieve afwijkingen, maken ons tot unieke individuen. Maar zorgen er dus ook voor dat er ineens een kind kan worden geboren met een erfelijke aandoening. Zonder dat die aandoening in de familie voorkomt. Zonder dat ouders wisten dat zij drager waren.
Als we weten dat beide ouders drager zijn van hetzelfde afwijkende gen, weten we dat ze bij elke zwangerschap een kans van 1 op 4 (25%) hebben op een kind met de ziekte. Ook hebben ze een kans van 3 op 4 (75%) op een kind dat niet ziek is. Van de gezonde kinderen zal 2/3, net als de ouders, gezonde drager zijn. Deze kinderen kunnen de ziekte alleen doorgeven als hun partner ook dezelfde afwijking heeft op zijn of haar DNA.

Overige informatie

Omim nummer

Synoniemen:

Tyrosine hydroxylase deficiency
Segawa syndroom (wordt ook gebruikt voor een andere neutrotransmitter stoornis)
Infantiel parkinsonisme
L-Dopa responsieve dystonie

Meest gebruikte naam

Tyrosine hydroxylase deficiëntie

Informatie voor kinderen:

stripalgemeen

Stripboek

Zijn er leden met deze ziekte?

Er zijn 3 leden met ‘Tyrosine hydroxylase deficiëntie’ bij ons aangemeld.

Datum laatst bewerkt:

15 July 2021

Autorisatie door:

Prof.dr. F.A. Wijburg en dr. M.T. Van Maldegem

Disclaimer

Aan de ziekte-informatie kunnen geen rechten worden ontleend. De informatie is mogelijk niet op alle punten actueel, omdat de ontwikkelingen en inzichten snel kunnen gaan. VKS tracht de ziekte-informatie zo goed mogelijk actueel te houden.
Ervaringsverhalen zijn persoonlijke verhalen. De beschrijving van de ziekte en symptomen gelden voor deze persoon. Zoals voor veel erfelijke ziekten geldt, is er een behoorlijke variatie in ernst onder de patiënten. U kunt uit dit verhaal dan ook geen algemene conclusies trekken. Het verhaal geeft slechts een beeld hoe het leven met deze stofwisselingsziekte in de praktijk eruit kan zien.

Heeft u hulp nodig bij het inloggen?

Vond u deze informatie nuttig? Help ons dan om dit in stand te houden.

Reacties zijn gesloten.