Succinyl-semialdehyde dehydrogenase (SSADH)-deficiëntie

Succinyl-semialdehyde dehydrogenase (SSADH)-deficiëntie 

Inleiding

Succinyl-semialdehyde dehydrogenase (SSADH)-deficiëntie is een zeldzame, erfelijke stofwisselingsziekte. Met ‘stofwisseling’ wordt het omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam bedoeld. Dat is nodig voor de opbouw van weefsels, zoals spieren, botten en organen en voor het vrijmaken van energie. De stofwisseling vindt plaats in alle cellen van ons lichaam, waar enzymen hun werk doen. Als er iets mis is met een enzym, is de stofwisseling verstoord. Een bepaalde stof kan niet meer worden omgezet en hoopt zich op in de cel, terwijl het mogelijk belangrijke product te weinig of soms helemaal niet meer gevormd wordt. Deze situatie kan tot min of meer ernstige klachten leiden. Dit noemen we een stofwisselingsziekte.

Achtergrond
In 1981 werd SSADH-deficiëntie beschreven als gamma-hydroxyboter- acidurie (acidum = te veel zuur, -urie = in de urine). Sindsdien zijn er meer dan 150 patiënten beschreven.
De diagnose wordt gesteld naar aanleiding van het vinden van grote hoeveelheden gamma-hydroxyboterzuur (GHB) in de urine, het bloed en vooral in de ruggenmergvloeistof. Soms wordt er een verhoogde concentratie vetzuren en glycine in de urine gevonden. De symptomen kunnen variëren van mild tot ernstig, dit is vaak afhankelijk van de concentratie GHB.

Neurotransmitters
Neurotransmitters zorgen voor de communicatie tussen verschillende zenuwcellen in het centraal zenuwstelsel en tussen zenuw en spier. De neurotransmitters bevinden zich in blaasjes van een zenuwcel, wanneer deze cel in contact komt met een andere barst het blaasje open en prikkelt de neurotransmitter de andere cel. Zodra de neurotransmitters hun functie hebben uitgevoerd worden zij afgebroken.
Er is een groot aantal neurotransmitters bekend, maar er zijn maar enkele erfelijke defecten in het metabolisme van deze stoffen gevonden. Bij SSADH zit het defect in het gamma-aminoboterzuur (GABA) metabolisme, zoals de ziektenaam al zegt: in het enzym succinyl semialdehyde dehydrogenase (SSADH). SSADH zorgt er normaal voor dat succinyl semialdehyde (SSA) wordt omgezet in succinaat. Wanneer deze omzetting niet plaats vindt, wordt SSA omgezet in GHB. De concentratie van GHB in urine, bloed of ruggenmergvloeistof zal stijgen en wordt toxisch.

Symptomen

De symptomen van SSADH-deficiëntie variëren van mild tot ernstig en kunnen bestaan uit: vertraagde verstandelijke en motorische ontwikkeling, vertraagde spraakontwikkeling, verlaagde spierspanning en ataxie. Ataxie is een coördinatiestoornis, die voornamelijk bij het lopen zichtbaar is. Dit verschijnsel kan verdwijnen bij het ouder worden. Andere kenmerken zijn oogtrillingen, vergroot of verkleind hoofd, verminderde reflexen, epilepsie (stuipen), verhoogde bewegelijkheid, slaperigheid en gedragsstoornissen.

Na de geboorte en op volwassen leeftijd hebben SSADH deficiënte patiënten relatief lagere GHB spiegels. De GHB spiegel (met name in de hersenen) is gerelateerd aan de ernst van de symptomen. Hoge concentraties GHB bij jonge patiënten veroorzaken met name slaperigheid en bewusteloosheid. Lagere concentraties bij ouderen zorgen voor hyperactief en agressief gedrag.

Diagnose

De diagnose SSADH-deficiëntie kan gesteld worden door analyse van urine, bloed en ruggenmergvloeistof, waarbij een verhoogde concentratie van het GHB te zien is. Voor de bepaling van SSADH-activiteit wordt gebruikt gemaakt van witte bloedcellen. Prenatale diagnostiek is mogelijk door vruchtwateronderzoek.

Behandeling

De behandeling van SSADH-deficiëntie is meestal symptomatisch en richt zich vooral op de behandeling van epilepsie en gedragsstoornissen. Op theoretische gronden kan het anti-epilepticum Vigabatrin worden geprobeerd, met als doel de concentratie GHB te verlagen. Vigabatrin blokkeert namelijk het GABA transaminase enzym, waardoor er geen of minder SSA beschikbaar is voor omzetting naar GHB. De verlaging van de concentratie van GHB in het zenuwstelsel verbetert bij een aantal patiënten de (neurologische) klinische verschijnselen, gedragsproblemen en de spraak, maar soms heeft Vigabatrine geen effect of zelfs een averechts effect, of bijwerkingen. Indien er epilepsie is, worden soms ook andere anti-epileptica gebruikt.

Erfelijkheid

Stofwisselingsziekten zijn erfelijke ziekten. Mensen vinden erfelijkheid ingewikkeld. We proberen het zo duidelijk mogelijk uit te leggen.

Het menselijke lichaam bestaat uit allemaal cellen. In de kern van elke cel is erfelijk materiaal aanwezig. Dit noemen we DNA. Het DNA bevat alle erfelijke eigenschappen. Dat DNA is er in tweevoud: de helft van het DNA komt van de vader en de andere helft van de moeder. De chromosomen bevatten stijf opgerolde DNA-strengen. Je kunt ze onder een microscoop waarnemen, als de cel zich deelt. Er zijn normaal gesproken per cel 22 gelijke paren chromosomen (autosomen), terwijl het 23e paar geslacht-bepalend is en bij een vrouw twee X chromosomen en bij een man een X en een Y chromosoom heeft. Een man erft het Y chromosoom altijd van zijn vader een vrouw krijgt van haar moeder een X chromosoom en van haar vader het andere X chromosoom. De chromosomen bevatten de genen die met een hele lange streng letters een recept of code vormen voor één erfelijke eigenschap. Ook de genen bestaan dus voor de helft uit materiaal afkomstig van vader en voor de andere helft uit materiaal afkomstig van moeder.

Autosomaal recessief
Deze stofwisselingsziekte erft ‘autosomaal recessief’ over. Autosomaal betekent dat het afwijkende gen op één van de 22 gewone chromosomen ligt , niet op de geslachtschromosomen X en Y. Zowel jongens als meisjes kunnen de aandoening dan krijgen. Ook is het afwijkende deel van het gen ondergeschikt aan het functionele gen afkomstig van het andere chromosoom. Dit wordt bedoeld met de term recessief. Dit betekent meestal dat dragers van één afwijkend gen daarvan geen klachten hebben, omdat het functionerende gen  op het andere chromosoom de taak van het afwijkende gen compenseert.

Er zijn dus twee afwijkende genen nodig om ziekteverschijnselen te hebben. Een persoon met een autosomaal overervende stofwisselingsziekte heeft van allebei de ouders precies het afwijkende deel van het gen geërfd. Bij deze persoon zorgt deze combinatie voor een genetische code die niet werkt. Hierdoor kan één enzym of eiwit niet of niet voldoende worden gemaakt. Dat zorgt voor de ziekteverschijnselen.

Dragerschap en overerving
In de meeste gevallen hebben beide ouders nergens last van. Zij zijn dan gezonde dragers. Het functionerende gen  op het andere chromosoom zorgt ervoor dat het benodigde enzym of eiwit bij hen voldoende aangemaakt wordt. Elk mens heeft ongeveer 25.000 genen. Elk mens draagt tenminste zeven recessieve afwijkende genen met zich mee. Deze afwijkende genen, maken ons deels tot unieke individuen. Maar zorgen er dus ook voor dat er ineens een kind geboren kan worden met een erfelijke aandoening. Zonder dat die aandoening in de familie voorkomt. Zonder dat ouders wisten dat zij drager waren.

Wanneer men weet dat beide ouders drager zijn van hetzelfde afwijkende gen, weten we dat ze bij elke zwangerschap een kans van 1 op 4 (25%)  hebben op een kind met de ziekte. Ook hebben ze 75% (3 op 4) kans op een kind dat niet ziek is. Van de gezonde kinderen zal 2/3, net als de ouders, gezonde drager zijn. Deze kinderen kunnen de ziekte alleen doorgeven als hun partner ook dezelfde afwijking heeft op zijn DNA.

Overige informatie

Omim nummer

Synoniemen:

Succinyl-semialdehyde dehydrogenase deficiëntie
Succinic semialdehyde dehydrogenase deficiency
SSADH deficiency / deficiëntie
4-hydroxybutyric aciduria
4-OH-boteracidurie
gamma-OH-boteracidurie
GHB-acidurie

Meest gebruikte naam

Succinyl-semialdehyde dehydrogenase deficiëntie

Informatie voor kinderen:

stripalgemeen

Stripboek

Zijn er leden met deze ziekte?

Er zijn momenteel geen leden met ‘Succinyl-semialdehyde dehydrogenase (SSADH)-deficiëntie’ bij ons aangemeld.

Datum laatst bewerkt:

04 December 2012

Autorisatie door:

dr. M.F. Mulder

Disclaimer

Aan de ziekte-informatie kunnen geen rechten worden ontleend. De informatie is mogelijk niet op alle punten actueel, omdat de ontwikkelingen en inzichten snel kunnen gaan. VKS tracht de ziekte-informatie zo goed mogelijk actueel te houden.
Ervaringsverhalen zijn persoonlijke verhalen. De beschrijving van de ziekte en symptomen gelden voor deze persoon. Zoals voor veel erfelijke ziekten geldt, is er een behoorlijke variatie in ernst onder de patiënten. U kunt uit dit verhaal dan ook geen algemene conclusies trekken. Het verhaal geeft slechts een beeld hoe het leven met deze stofwisselingsziekte in de praktijk eruit kan zien.

Heeft u hulp nodig bij het inloggen?

Vond u deze informatie nuttig? Help ons dan om dit in stand te houden.

Reacties zijn gesloten.