Sialidose

Sialidose 

Inleiding

Sialidose is een zeer zeldzame, erfelijke stofwisselingsziekte. Met 'stofwisseling' wordt het omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam bedoeld. Dat is nodig voor de opbouw van weefsels, zoals spieren, botten en organen en voor het vrijmaken van energie. De stofwisseling vindt plaats in alle cellen van ons lichaam, waar enzymen hun werk doen. Als er iets mis is met een enzym, is de stofwisseling verstoord. Een bepaalde stof kan niet meer worden omgezet en hoopt zich op in de cel, terwijl het mogelijk belangrijke product te weinig of soms helemaal niet meer gevormd wordt. Deze situatie kan tot min of meer ernstige klachten leiden. Dit noemen we een stofwisselingsziekte.

Zeldzaamheid
Sialidose is zeer zeldzaam. Het komt voor bij minder dan 1 op de miljoen levendgeboren kinderen.

Achtergrond
Lysosomale stapelingsziekten
Lysosomen zijn onderdelen in de cellen van een mens. Het zijn in feite de recyclefabriekjes van de cel, waar oude, kapotte celonderdelen worden afgebroken, of indringers van buiten een kopje kleiner worden gemaakt. In de lysosomen worden grote moleculen in kleinere stukken geknipt, waarna ze elders in de cel hergebruikt worden. De gemiddeld 300 lysosomen in een cel zijn zeer verschillend. Hun vorm is afhankelijk van welke moleculen ze precies moeten afbreken. Binnen een lysosoom zijn zo'n dertig enzymen actief, die elk een specifieke stap in het verknippen van stoffen uitvoeren. Als er een enzym ontbreekt of zijn werk niet goed doet, kan één stap in de verwerking niet worden uitgevoerd. De stof die verwerkt had moeten worden, hoopt zich dan op in het lysosoom. Vandaar de naam lysosomale stapelingsziekten: een ongewenste stof stapelt zich op in het lysosoom.
Dit heeft gevolgen voor de cel en uiteindelijk ook voor de organen en het lichaam.

Stapeling van korte eiwit- en suikerketens
De stoffen die niet worden afgebroken bij sialidose, zijn zogenoemde 'oligosacchariden'. Dat zijn korte ketens van suikers gebonden aan vetstoffen (zogenoemd gangliosiden) of eiwitten (zogenoemde glycoprotëinen). Het zijn stoffen die het lichaam nodig heeft om te groeien en voor stevigheid. Ze zitten bijvoorbeeld in botten, kraakbeen of hersenen. In gezonde mensen worden zulke stoffen continu gemaakt en weer afgebroken. Zo worden ze steeds ververst. Het recyclen gebeurt in de lysosomen. Bij patiënten met sialidose gaat er bij dat afbreken iets mis, waardoor het recycleproces ergens vastloopt.

Het defecte of ontbrekende enzym
Bij kinderen met sialidose is er iets mis met het enzym sialidase, ook wel neuraminidase genoemd vanwege het suiker N-acetyl-neuraminezuur (of siaalzuur) dat bij voorkeur bindt aan het enzym. Dit enzym wordt niet of nauwelijks gemaakt, waardoor verschillende suikerketens niet kunnen worden afgebroken.

Verwante aandoeningen
Sialidose hoort bij een groep van ziekten, de zogenaamde 'glycoproteïne stapelingsziekten'. Bij alle ziekten in deze groep is er een enzymdefect waardoor de lichaamscellen bepaalde korte eiwit-en suikerketens niet kunnen afbreken. De andere ziekten in deze groep zijn:
α-Mannosidose (defect enzym: α-mannosidase)
β-Mannosidose (defect enzym: β-mannosidase)
α-Fucosidose (defect enzym: α-fucosidase)
Galactosialidose (defect enzym: beschermfactor voor neuraminidase en β-galactosidase)
Aspartylglucosaminurie (defect enzym: aspartylglucosaminidase)
Schindler's ziekte (defect enzym: α-N-acetylgalactosaminidase)
Mucolipidose 2 / I-cel ziekte (defect enzym: N-acetylglucosamine-1-fosfotransferase)
Mucolipidose 3 (defect enzym: N-acetylglucosamine-1-fosfotransferase)

Symptomen

Er zijn twee typen van sialidose te onderscheiden. Daarnaast is er veel overlap met patiënten met galactosialidose, waarbij hetzelfde enzym als bij sialidose niet werkzaam is (naast nog een ander enzym). Ook binnen de twee typen kan er variatie zijn in de ernst van de symptomen.

Type 1
Kinderen met type 1 sialidose krijgen meestal last van de eerste symptomen als ze tussen de tien en dertig jaar oud zijn. Het begint vaak met spiertrekkingen (myo clonieën), oogproblemen en/of problemen met lopen. Patiënten hebben altijd een typische ‘çherry red spot’ in de macula van het oog. De ogen raken bij dit type steeds meer aangetast, waardoor de patiënt uiteindelijk blind kan worden. Soms hebben ze ook last van nachtblindheid en kleurenblindheid. De spastische spiertrekkingen zijn slecht te controleren met medicijnen en kunnen versterkt worden door bijvoorbeeld de menstruatie of roken.

Type 2
Het tweede, zwaardere type van sialidose treedt vaak in het eerste levensjaar al op. Sommige patiënten zijn bij de geboorte normaal of nagenoeg normaal, maar er zijn ook kinderen die geboren worden met grote vochtophopingen, met name in hun buik en hoofd. Sommige kindjes worden als gevolg daarvan doodgeboren.
Een groot verschil met type 1 sialidose is dat patiënten met type 2 veelal abnormale lichamelijke kenmerken hebben. Zij hebben vaak een grof gezicht en afwijkingen aan het skelet (slechte of ontregelde groei van de botten). Bij deze patiënten is het ziekteverloop ernstiger en meer progressief, dat wil zeggen dat de aangetaste delen van het lichaam steeds verder aangetast raken door de stapeling van afvalstoffen. Patiënten met type 2 sialidose hebben vaak vergrote organen (lever, milt, nieren) en een verstandelijke handicap. Net als type 1 patiënten krijgen zij (op latere leeftijd) last van oogproblemen en spiertrekkingen.

Diagnose

Als het vermoeden bestaat dat een patiënt sialidose (of een andere oligosaccharide stapelingsziekte) heeft, kan de urine getest worden. Als daarin veel korte eiwit- en suikerketens zitten, is dat een bevestiging van dat vermoeden. Voor de precieze diagnose moeten artsen de enzymactiviteit meten in witte bloedcellen van de patiënt. Als er in de witte bloedcellen weinig of geen activiteit wordt gemeten van het enzym neuraminidase, is de diagnose dat de patiënt sialidose heeft.
Soms is het moeilijk om onderscheid te maken tussen sialidose en galactosialidose, omdat ook bij die ziekte de activiteit van neuraminidase (vrijwel) afwezig is. Daarom wordt er ook gekeken naar de activiteit van het enzym β-galactosidase. Als er van beide enzymen weinig activiteit wordt gemeten, is de diagnose galactosialidose.

Het is mogelijk om prenataal onderzoek te laten verrichtten wanneer er eerder een kind met sialidose in de familie geboren is. Dit is echter geen routineonderzoek, vanwege de zeldzaamheid van de ziekte.

Behandeling

Op dit moment is er geen behandeling bekend om de gevolgen van sialidose stoppen of de ziekte te genezen. Alles is gericht op het bestrijden van de symptomen van de ziekte, om kinderen zo aangenaam mogelijk te laten leven. De myo clonieën worden behandeld met anti-epileptica.

Een methode waarop de hoop voor de toekomst gevestigd is, is enzymvervangingstherapie, waarbij het ontbrekende enzym als medicijn wordt toegediend. Ook gentherapie, waarbij een gezond gen wordt ingebracht, zou mogelijk een oplossing kunnen bieden. Op dit moment is dat allemaal nog verre toekomst.

Erfelijkheid

Stofwisselingsziekten zijn erfelijke ziekten. Dat betekent dat je met de ziekte geboren wordt en er niet van kan genezen. Het betekent meestal dat de ouders van te voren niet hadden kunnen weten dat hun kind ziek zou worden. In de meeste gevallen hebben beide ouders nergens last van. Zij zijn dan “gezonde dragers” van een afwijkend gen en hebben daarnaast het normale gen (zie onder). Het normale gen zorgt ervoor dat het benodigde enzym bij hen voldoende aangemaakt wordt. Een kind met de ziekte heeft twee afwijkende genen en mist het normale gen. Daardoor wordt het enzym niet of onvoldoende aangemaakt.

Autosomaal recessief
In elke cel van het lichaam is het erfelijke materiaal in tweevoud aanwezig en is verdeeld in chromosoomparen. Er zijn per cel 22 gelijke paren (autosomen), terwijl het 23e paar geslacht-bepalend is en verschilt tussen een vrouw, die twee X chromosomen heeft en een man die een X en een Y chromosoom heeft.

Deze stofwisselingsziekte erft ‘autosomaal recessief’ over. Autosomaal betekent dat het afwijkende gen op één van de 22 gewone chromosomen ligt. Zowel jongens als meisjes kunnen ziek zijn. Daarnaast is een afwijkend gen op een van de twee chromosomen ondergeschikt aan het normale gen op het andere chromosoom (recessief), die in dat geval compenseert. Dit gebeurt bij een “gezonde dragers”, die de ziekte dus niet zal krijgen. Er zijn dus twee afwijkende genen nodig om de ziekte te krijgen. Een kind met een stofwisselingsziekte heeft van allebei zijn ouders een afwijkend gen geërfd.

De ouders zijn niet ziek, maar zijn wel drager van het afwijkende gen. Daardoor hebben ze 25% kans (1 op 4) bij elke zwangerschap op een kind met de ziekte. Ook hebben ze 75% (3 op 4) kans op een kind dat niet ziek is. Daarvan zal 2/3, net als de ouders, gezonde drager zijn. Deze kinderen kunnen de ziekte alleen doorgeven als hun partner ook dezelfde afwijking heeft op zijn DNA.

Overige informatie

Omim nummer

Synoniemen:

Sialidose
Sialidosis
Neuraminidase deficiëntie
Mucolipidose type 1

Meest gebruikte naam

Sialidose

Kenniskaarten:

Informatie voor kinderen:

stripalgemeen

Stripboek

Zijn er leden met deze ziekte?

Er zijn 2 leden met ‘Sialidose’ bij ons aangemeld.

Datum laatst bewerkt:

13 May 2014

Autorisatie door:

M. Janssen

Disclaimer

Aan de ziekte-informatie kunnen geen rechten worden ontleend. De informatie is mogelijk niet op alle punten actueel, omdat de ontwikkelingen en inzichten snel kunnen gaan. VKS tracht de ziekte-informatie zo goed mogelijk actueel te houden.
Ervaringsverhalen zijn persoonlijke verhalen. De beschrijving van de ziekte en symptomen gelden voor deze persoon. Zoals voor veel erfelijke ziekten geldt, is er een behoorlijke variatie in ernst onder de patiënten. U kunt uit dit verhaal dan ook geen algemene conclusies trekken. Het verhaal geeft slechts een beeld hoe het leven met deze stofwisselingsziekte in de praktijk eruit kan zien.

Heeft u hulp nodig bij het inloggen?

Vond u deze informatie nuttig? Help ons dan om dit in stand te houden.

Reageren is niet mogelijk