Sandhoff

Sandhoff 

Inleiding

De ziekte van Sandhoff is een zeldzame, erfelijke stofwisselingsziekte. Met 'stofwisseling' wordt het omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam bedoeld. Denk maar aan de verwerking van voedsel in de maag: om eiwit, vet en suikers te kunnen gebruiken moeten grote brokken voedsel tot kleine stukjes worden gemaakt. Dat is nodig voor de opbouw van weefsels, zoals spieren, botten en organen en voor het vrijmaken van energie. Voor ieder stapje in de afbraak van die voedselbrokken zijn speciale stofjes nodig die dat mogelijk maken: dit zijn enzymen. Net als voedsel in de maag, vindt in iedere lichaamscel ook afbraak van stoffen plaats. Dat zijn dan meestal stoffen uit het bloed die niet meer nodig zijn (bijvoorbeeld van bloedcellen die te oud zijn geworden). Ook daar doen enzymen het afbraakwerk. Als er iets mis is met een enzym, is de stofwisseling verstoord. Een bepaalde stof kan niet meer worden omgezet en hoopt zich op in de cel. Als dit tot klachten leidt, noemen we het een stofwisselingsziekte.

Achtergrond
De ziekte van Tay Sachs en de ziekte van Sandhoff zijn varianten van een lysosomale stapelingsziekte: GM2. Beide ziekten zijn niet van elkaar te onderscheiden op grond van de symptomen. De arts Sandhoff heeft in 1968 laten zien dat de ziekte van Sandhoff wel biochemisch te onderscheiden is van de ziekte van Tay Sachs. Bij de ziekte van Sandhoff is er niet alleen een defect in het enzym hexosaminidase A, maar ook in hexosaminidase B.

Lysosomale stapelingsziekten
Lysosomen zijn onderdelen in de cellen van een mens. Het zijn in feite de recyclefabriekjes van de cel, waar moleculen worden afgebroken. Dit zijn oude, kapotte celonderdelen, of bijvoorbeeld delen van virussen of bacteriën die door het lichaam zijn vernietigd. In deze lysosomen worden grote moleculen in kleinere stukken geknipt, waarna ze vervolgens door de Cel hergebruikt worden. De gemiddeld 300 lysosomen in een cel zijn zeer verschillend. Hun vorm is afhankelijk van welke moleculen ze precies moeten afbreken. Binnen een lysosoom zijn zo'n tientallen enzymen actief, die elk een specifieke stap in het verknippen van een stof uitvoeren. Als er een Enzym ontbreekt of zijn werk niet goed doet, kan één stap in de verwerking niet worden uitgevoerd. De stof die verwerkt had moeten worden, hoopt zich dan op in het lysosoom. Vandaar de naam lysosomale stapelingsziekten: een ongewenste stof stapelt zich op in het lysosoom.
Dit heeft gevolgen voor de cel en uiteindelijk ook voor de organen en het lichaam.

Sphingolipiden
De groep lysosomale stapelingsziekten is verder onder te verdelen naar de soort ongewenste stof die zich in de lysosomen opstapelt. Bij de sphingolipiden is dat een bepaald type vetten. Die hopen zich op in de lysosomen waardoor de cellen extreem groot worden en er onder de microscoop schuimachtig uitzien. De precieze samenstelling van die schuimcellen verschilt en is vaak kenmerkend voor een bepaalde ziekte.

Het defecte enzym bij de ziekte van Sandhoff
De ziekte van Sandhoff wordt veroorzaakt door defecten in de enzymen hexosaminidase A en hexosaminidase B. Er zit een fout in de genetische code voor een enzymonderdeel dat een bouwsteen is voor beide enzymen.

Zeldzaamheid
De ziekte van Sandhoff is een zeer zeldzame aandoening. In Nederland komt de ziekte slechts bij ongeveer 1 op de 400.000 levend geboren kinderen voor. Dat betekent dat er per jaar gemiddeld minder dan één kind geboren wordt.

Symptomen

De ziekte van Sandhoff wordt veroorzaakt door een tekort aan activiteit van de enzymen hexosaminidase A en hexosaminidase B. Hierdoor vindt stapeling plaats van bepaalde vetten (gangliosiden) in de hersenen. Deze stapeling heeft ernstige gevolgen, waarvan de eerste tekenen in de derde tot zesde levensmaand tot uiting komen. De klinische symptomen lijken erg op die van de ziekte van Tay Sachs. Er zijn ook later optredende vormen bekend, maar die zijn zeer zeldzaam.

Klassieke variant van de ziekte van Sandhoff
Kinderen met de ziekte van Sandhoff worden normaal geboren, maar vertonen vaak vanaf de leeftijd van een paar maanden de eerste symptomen van hun ziekte. De eerste tekenen verschillen van patiënt tot patiënt. Vaak is er een vertraging in de verstandelijke en motorische ontwikkeling, waarbij ontwikkeling in lopen en spraak vaak als eerste aangetast zijn. Aangedane kinderen zijn schrikachtig en rusteloos en maken minder oogcontact. Ook zijn ze vaak lusteloos en slap doordat ze een te lage spierspanning hebben.
Soms leert een patiëntje wel bepaalde motorische vaardigheden, zoals kruipen en zitten. Na verloop van tijd verliezen ze die vaardigheden echter weer. Meestal zijn ze verdwenen op de leeftijd van 10 tot 12 maanden, maar dit kan variëren. Zowel de motorische als geestelijke aftakeling zetten daarna meestal snel door. Epileptische aanvallen, als gevolg van de aantasting van het centrale zenuwstelsel beginnen meestal op de leeftijd van een jaar, maar kunnen ook later pas ontstaan.
Op het netvlies van hun ogen is soms een duidelijke kersrode vlek te zien (de "cherry-red spot"). Net als hun motorische vaardigheden gaat hun zicht ook achteruit. Ze gaan slechter zien en worden uiteindelijk vaak blind.
De totale achteruitgang leidt vaak tot een vegeterende toestand, meestal vanaf het tweede levensjaar.

Een kind met de klassieke vorm van de ziekte van Sandhoff overlijdt meestal voor het derde levensjaar. Longontsteking, veroorzaakt door een oppervlakkige ademhaling of de onmogelijkheid te hoesten is vaak de directe oorzaak van overlijden. Er zijn ook zgn. late onset vormen, waarbij de diagnose pas later in de kindertijd gesteld wordt. De diagnose wordt dan vaak gesteld naar aanleiding van een optredende achterstand in de mentale en/of motoriek e ontwikkeling. Toch blijken bij deze later optredende vormen meestal al symptomen op de jonge kinderleeftijd aanwezig te zijn. Dat geeft aan dat er in deze groep ook vormen zijn waarbij de voortschrijding van de ziekte langzamer gaat en patiëntjes kunnen overleven tot een leeftijd van 15 en soms zelfs 20 jaar.

Diagnose

De diagnose wordt gesteld op grond van de symptomen. De diagnose kan worden bevestigd met onderzoek naar de enzymactiviteit van het enzym hexosaminidase A en B. Infantiele patiënten met de ziekte van Sandhoff, hebben geen meetbare enzymactiviteit. Patiënten met een later optredende variant hebben een activiteit tot 4% van het normale.
Met genetisch onderzoek kan het precieze gendefect worden opgespoord. Dit kan nodig zijn voor prenatale screening bij een volgende zwangerschap.

Behandeling

In de meeste gevallen is er geen  behandeling om de gevolgen van de ziekte van Sandhoff te stoppen. Behandeling is meestal gericht op het bestrijden van de symptomen van de ziekte, om patiënten zo aangenaam mogelijk te laten leven zo lang het kan.

Met miglustat (Zavesca), een stof die de aanmaak van stapelingsmateriaal remt (substraatreductietherapie), is wel geprobeerd de ziekte te bestrijden, maar de resultaten zijn tot nu toe niet overtuigend. Als er nog vrijwel geen neurologische schade is, dan komen patiënten soms in aanmerking voor allogene stamceltransplantatie: gezonde bloedstamcellen van een donor worden aan de patient gegeven. Deze gezonde cellen kunnen deels in de hersenen doordringen en daar ook enzym afgeven. De ervaring met deze behandeling is nog beperkt.

Mogelijke andere behandelingsmethoden zijn enzymvervangingstherapie, verbeterde substraatreductie en gentherapie. Studies in cellen laten zien dat het enzym op zich wel in de cellen kan komen. Tot nu toe zijn de resultaten van enzymvervangingstherapie voor vormen van lysosomale stapelingsziekten waarbij de hersenen ook zijn aangedaan, echter niet succesvol gebleken. Het lijkt niet waarschijnlijk dat deze therapievorm een oplossing gaat brengen. Een andere ontwikkeling is die van substraatreductie: door gedeeltelijke remming van de aanmaak van de sfingolipiden ontstaat er minder stapeling. In diermodellen blijkt dat met middelen die die aanmaak remmen een betere overleving wordt bereikt. Op dit moment wordt wel voorzichtig geëxperimenteerd met miglustat, een oraal middel dat de bloed-hersen barrière gedeeltelijk kan passeren. Eerste observaties hebben nog geen voordeel laten zien, maar meer onderzoek is nodig.

Erfelijkheid

Stofwisselingsziekten zijn erfelijke ziekten. Dat betekent dat je met de ziekte geboren wordt en er niet van kan genezen. Het betekent meestal dat de ouders van te voren niet hadden kunnen weten dat hun kind ziek zou worden. In de meeste gevallen hebben beide ouders nergens last van. Zij zijn dan “gezonde dragers” van een afwijkend gen en hebben daarnaast het normale gen (zie onder). Het normale gen zorgt ervoor dat het benodigde enzym bij hen voldoende aangemaakt wordt. Een kind met de ziekte heeft twee afwijkende genen en mist het normale gen. Daardoor wordt het enzym niet of onvoldoende aangemaakt.

Autosomaal recessief
In elke cel van het lichaam is het erfelijke materiaal in tweevoud aanwezig en is verdeeld in chromosoomparen. Er zijn per cel 22 gelijke paren (autosomen), terwijl het 23e paar geslacht-bepalend is en verschilt tussen een vrouw, die twee X chromosomen heeft en een man die een X en een Y chromosoom heeft.

Deze stofwisselingsziekte erft ‘autosomaal recessief’ over. Autosomaal betekent dat het afwijkende gen op één van de 22 gewone chromosomen ligt. Zowel jongens als meisjes kunnen ziek zijn. Daarnaast is een afwijkend gen op een van de twee chromosomen ondergeschikt aan het normale gen op het andere chromosoom (recessief), die in dat geval compenseert. Dit gebeurt bij een “gezonde dragers”, die de ziekte dus niet zal krijgen. Er zijn dus twee afwijkende genen nodig om de ziekte te krijgen. Een kind met een stofwisselingsziekte heeft van allebei zijn ouders een afwijkend gen geërfd.

De ouders zijn niet ziek, maar zijn wel drager van het afwijkende gen. Daardoor hebben ze 25% kans (1 op 4) bij elke zwangerschap op een kind met de ziekte. Ook hebben ze 75% (3 op 4) kans op een kind dat niet ziek is. Daarvan zal 2/3, net als de ouders, gezonde drager zijn. Deze kinderen kunnen de ziekte alleen doorgeven als hun partner ook dezelfde afwijking heeft op zijn DNA.

Overige informatie

Omim nummer

Synoniemen:

Ziekte van Sandhoff
GM2-gangliosidosis, type 2
Gangliosidose GM 2, O variant
Hexosaminidases A and B deficiency
Hexosaminidase A en B deficiëntie

Meest gebruikte naam

Sandhoff, ziekte van

Kenniskaarten:

Informatie voor kinderen:

stripalgemeen

Stripboek

Zijn er leden met deze ziekte?

Er is één lid met ‘Sandhoff’ bij ons aangemeld.

Datum laatst bewerkt:

04 August 2015

Autorisatie door:

dr. C.E.M. Hollak

Disclaimer

Aan de ziekte-informatie kunnen geen rechten worden ontleend. De informatie is mogelijk niet op alle punten actueel, omdat de ontwikkelingen en inzichten snel kunnen gaan. VKS tracht de ziekte-informatie zo goed mogelijk actueel te houden.
Ervaringsverhalen zijn persoonlijke verhalen. De beschrijving van de ziekte en symptomen gelden voor deze persoon. Zoals voor veel erfelijke ziekten geldt, is er een behoorlijke variatie in ernst onder de patiënten. U kunt uit dit verhaal dan ook geen algemene conclusies trekken. Het verhaal geeft slechts een beeld hoe het leven met deze stofwisselingsziekte in de praktijk eruit kan zien.

Heeft u hulp nodig bij het inloggen?

Vond u deze informatie nuttig? Help ons dan om dit in stand te houden.

Reageren is niet mogelijk