Pyridoxaal-fosfaat afhankelijke epilepsie

Pyridoxaal-fosfaat afhankelijke epilepsie 

Inleiding

Pyridoxaal-fosfaat afhankelijke convulsies is een zeldzame, erfelijke stofwisselingsziekte. Met ‘stofwisseling’ wordt het omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam bedoeld. Dat is nodig voor de opbouw van weefsels, zoals spieren, botten en organen en voor het vrijmaken van energie. De Stofwisseling vindt plaats in alle cellen van ons lichaam, waar enzymen hun werk doen. Als er iets mis is met een enzym, is de stofwisseling verstoord. Een bepaalde stof kan niet meer worden omgezet en hoopt zich op in de cel, terwijl het mogelijk belangrijke product te weinig of soms helemaal niet meer gevormd wordt. Deze situatie kan tot milde maar ook tot ernstige klachten leiden. Dit noemen we een stofwisselingsziekte.

Achtergrond
Pyridoxaal-fosfaat afhankelijke convulsies is een recent ontdekte ziekte. Het lijkt op pyridoxine-afhankelijke epilepsie. In tegenstelling tot pyridoxine afhankelijke epilepsie, reageert pyridoxaal-fosfaat afhankelijke epilepsie niet op pyridoxine (vitamine B6), maar wel op pyridoxaal-fosfaat.

Pyridoxaal-fosfaat en pyridoxine (vitamine B6)
Vitamine B6 is eigenlijk niet één stofje maar een verzamelnaam voor een aantal verschillende chemische vormen van pyridoxine. Pyridoxaal-fosfaat is er daar eentje van, namelijk de biologisch actieve vorm van vitamine B6. Pyridoxaal-fosfaat is betrokken als cofactor (hulpstof) bij meer dan 140 verschillende enzymreacties. Pyridoxaal-fosfaat is o.a. van belang in de stofwisseling van de Neurotransmitters (stoffen die zorgen voor de signaaloverdracht van zenuwcellen) dopamine en serotonine.
Pyridoxaal-fosfaat werkt in het lichaam als co-factor (hulpstof) voor heel veel verschillende enzymen in minstens 100 biochemische reacties. Het is vooral nodig bij de afbraak en opbouw van Aminozuren (bouwstenen van eiwit) en bij de energiehuishouding in de cellen. Verder reguleert pyridoxaal-fosfaat de werking van bepaalde hormonen in het lichaam en is een onmisbare stof bij de afweer, de groei, de bloedaanmaak en in het zenuwstelsel. Vitamine B6 zit van nature o.a. in vlees, bruin brood, bananen en melk.  

Het defecte of ontbrekende enzym
Bij pyridoxaal-fosfaat afhankelijke convulsies is er een tekort aan het Enzym pyridox(am)ine 5’ fosfaat oxidase (PNPO). Twee vormen van vitamine B6 (pyridoxamine-fosfaat en pyridoxine-fosfaat kunnen niet omgezet worden in pyridoxaal-fosfaat door het tekort aan het enzym PNPO. Wel wordt er via een andere route nog een beetje pyridoxaal-fosfaat gemaakt in de lever, maar uiteindelijk komt er minder pyridoxaal-fosfaat in het bloed en in de hersencellen. Dit tekort in de hersenen leidt er toe dat veel verschillende enzymen daar niet goed kunnen werken (omdat ze hun co-factor / hulpstof missen), met name ook  enzymen die betrokken zijn bij de aanmaak van neurotransmitters.

Zeldzaamheid
Pyridoxaal-fosfaat afhankelijke convulsies is een erg zeldzame ziekte. Er is niet bekend hoeveel patiënten er  in Nederland zijn. In de wereld literatuur zijn slechts enkele patiënten beschreven.
 

Symptomen

Kinderen worden meestal te vroeg geboren en hebben vaak lage Apgar scores en beademing nodig. De epileptische aanvallen beginnen op de eerste levensdag. De epilepsie reageert niet op anti-epileptica (medicijnen tegen epilepsie). Kinderen hebben vaak een te klein hoofd. Hersenschade die ontstaat als gevolg van late diagnose of behandeling is onomkeerbaar.

Diagnose

Het type epileptische aanvallen en de EEG kenmerken zijn weinig specifiek. In hersenvocht zijn waarden van de dopamine metaboliet (HVA) en de serotonine metaboliet (5HIAA) laag en is ook de concentratie van een aantal aminozuren laag. In de urine kan de stof vanillactaat gemeten worden, maar het is nog niet duidelijk of en hoe betrouwbaar deze waarde is bij zuigelingen met epilepsie. Er kan gekeken worden naar afwijkingen op het PNPO gen.

Behandeling

Patiëntjes reageren niet op anti-epileptica en ook niet op pyridoxine (vitamine B6), maar wel op pyridoxaal-fosfaat. Dit wordt via de neus-maagsonde of oraal gegeven.
Zonder behandeling komen patiëntjes snel te overlijden. Kinderen die de zuigelingenperiode overleven hebben vaak een geestelijke achterstand.
Optimale concentraties van pyridoxaal-fosfaat in de hersenen zijn nodig om verstoring van de stofwisseling van onder andere neurotransmitters te voorkomen. Echter, op dit moment is de optimale behandeling nog niet bekend.

Erfelijkheid

Stofwisselingsziekten zijn erfelijke ziekten. Dat betekent dat je met de ziekte geboren wordt en er niet van kan genezen in de zin dat de ‘fout op het erfelijkheidsmateriaal’ niet weg te halen is. Natuurlijk zijn er wel veel behandelingsmogelijkheden voor mensen met erfelijke ziekten. Het betekent meestal ook dat de ouders van te voren niet hadden kunnen weten dat hun kind ziek zou worden. In de meeste gevallen hebben beide ouders nergens last van. Zij zijn dan “gezonde dragers” van een afwijkend gen en hebben daarnaast het normale gen (zie onder). Het normale gen zorgt ervoor dat het benodigde enzym bij hen voldoende aangemaakt wordt. Een kind met de ziekte heeft twee afwijkende genen en mist het normale gen. Daardoor wordt het enzym niet of onvoldoende aangemaakt.

Autosomaal recessief
In elke cel van het lichaam is het erfelijke materiaal in tweevoud aanwezig en is verdeeld in chromosoomparen. Er zijn per cel 22 gelijke paren (autosomen), terwijl het 23e paar geslacht-bepalend is en verschilt tussen een vrouw, die twee X chromosomen heeft en een man die een X en een Y chromosoom heeft.

Bijna elke stofwisselingsziekte, en ook pyridoxaal-fosfaat afhankelijke convulsies, erft ‘autosomaal recessief’ over. Autosomaal betekent dat het afwijkende gen op één van de 22 gewone chromosomen ligt. Zowel jongens als meisjes kunnen ziek zijn. Daarnaast is een afwijkend gen op een van de twee chromosomen ondergeschikt aan het normale gen op het andere chromosoom (recessief), die in dat geval compenseert. Dit gebeurt bij een “gezonde dragers”, die de ziekte dus niet zal krijgen. Er zijn dus twee afwijkende genen nodig om de ziekte te krijgen. Een kind met een stofwisselingsziekte heeft van allebei zijn ouders een afwijkend gen geërfd.

De ouders zijn niet ziek, maar zijn wel drager van het afwijkende gen. Daardoor hebben ze 25% kans (1 op 4) bij elke zwangerschap op een kind met de ziekte. Ook hebben ze 75% (3 op 4) kans op een kind dat niet ziek is. Daarvan zal 2/3, net als de ouders, gezonde drager zijn. Deze kinderen kunnen alleen zelf kinderen met de ziekte krijgen als hun partner ook een afwijking heeft op hetzelfde gen (dus: ook drager is).
 

Overige informatie

Omim nummer

Synoniemen:

Pyridox(am)ine 5’-fosfaat oxidase deficiëntie
PNPO deficiëntie
Neonatale PLP-gevoelige epileptische encefalopathie
Pyridoxaal-fosfaat afhankelijke epilepsie
Pyridoxine resistente, PLP gevoelige convulsies

Meest gebruikte naam

Pyridoxaal-fosfaat afhankelijke epilepsie

Informatie voor kinderen:

stripalgemeen

Stripboek

Zijn er leden met deze ziekte?

Er zijn momenteel geen leden met ‘Pyridoxaal-fosfaat afhankelijke epilepsie’ bij ons aangemeld.

Datum laatst bewerkt:

06 May 2019

Autorisatie door:

dr. L.A. Bok

Disclaimer

Aan de ziekte-informatie kunnen geen rechten worden ontleend. De informatie is mogelijk niet op alle punten actueel, omdat de ontwikkelingen en inzichten snel kunnen gaan. VKS tracht de ziekte-informatie zo goed mogelijk actueel te houden.
Ervaringsverhalen zijn persoonlijke verhalen. De beschrijving van de ziekte en symptomen gelden voor deze persoon. Zoals voor veel erfelijke ziekten geldt, is er een behoorlijke variatie in ernst onder de patiënten. U kunt uit dit verhaal dan ook geen algemene conclusies trekken. Het verhaal geeft slechts een beeld hoe het leven met deze stofwisselingsziekte in de praktijk eruit kan zien.

Heeft u hulp nodig bij het inloggen?

Vond u deze informatie nuttig? Help ons dan om dit in stand te houden.

Reageren is niet mogelijk