Primaire hyperoxalurie

Primaire hyperoxalurie 

Inleiding

Primaire Hyperoxalurie (PH) is een zeldzame, erfelijke stofwisselingsziekte. Met Stofwisseling wordt het omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam bedoeld. Dat is nodig voor de opbouw van weefsels, zoals spieren, botten en organen en voor het vrijmaken van energie. De stofwisseling vindt plaats in alle cellen van ons lichaam, waar enzymen hun werk doen. Als er iets mis is met een enzym, is de stofwisseling verstoord. Een bepaalde stof kan niet meer worden omgezet en hoopt zich op in de cel, terwijl het mogelijk belangrijke product te weinig of soms helemaal niet meer gevormd wordt. Deze situatie kan tot min of meer ernstige klachten leiden. Dit noemen we een stofwisselingsziekte.

Bij PH zijn er klachten doordat de stof oxaalzuur in overmaat door het lichaam gemaakt wordt door een enzymdefect in de lever. Oxaalzuur kan alleen het lichaam verlaten via de urine. Door de hoge concentratie kan het samen met calcium in het nierweefsel neerslaan en nierstenen vormen. Ook kan calcium met oxalaat meer verspreid in het nierweefsel neerslaan. Door de 'nierverkalking' die zo ontstaat, kunnen de nieren ernstige beschadigd raken.
Bij verlies van nierfunctie door nierverkalking kan het lichaam oxaalzuur niet meer kwijt en zal het in andere organen stapelen. Zo ontstaat het zeer ernstige beeld van een "systemische oxalose", waarbij vooral het hart, de bloedvaten, de ogen en de botten worden aangetast. Patiënten met ernstig nierfunctieverlies door PH kunnen slechts behandeld worden met zowel een levertransplantatie om het enzymdefect te genezen en een niertransplantatie.
Het is daarom van groot belang om de diagnose PH op tijd te stellen, omdat alleen door het op tijd starten van behandeling het ontstaan van ernstige nierziekte en systemische oxalose kan worden voorkomen.

Achtergrond
In 1925 is primaire hyperoxalurie voor het eerst bij iemand vastgesteld, maar de gedetailleerde beschrijving van de ziekte volgt pas vijfentwintig jaar later. In 1970 ontdekken de artsen dat primaire hyperoxalurie meerdere ziektes inhoudt; primaire hyperoxalurie type 2 wordt dat jaar ontdekt. Sindsdien zijn er verschillende  onderzoeken gepubliceerd in de literatuur. Onlangs is vast komen te staan dat er patiënten met PH zijn die noch het defect hebben dat past bij PH1 noch bij PH2. Tot dusver is het enzymdefect bij deze vorm onopgehelderd. In Nederland is nu bij ongeveer 60 patiënten PH vastgesteld. In vrijwel alle gevallen gaat het om PH1. Er zijn echter aanwijzingen dat er meer patiënten zijn en dat de diagnose bij een aantal tot dusver gemist is.

PH 1

De meeste voorkomende vorm van primaire hyperoxalurie is type 1. Deze ontstaat doordat een bepaald Enzym in de lever niet aanwezig is of niet goed functioneert. Bij PH1 is betreft dit het enzym AGT (alanine glyoxylaat aminotransferase). AGT is nodig om de stof glyoxylaat om te zetten naar glycine. Als het enzym AGT niet werkt, vindt de omzetting naar glycine niet plaats. Glyoxalaat wordt dan omgezet in oxaalzuur en glycolzuur.

PH 2
Primaire hyperoxalurie type 2 is een nog veel zeldzamere vorm van primaire hyperoxalurie dan PH1. Deze ontstaat doordat een bepaald enzym in de lever niet aanwezig is of niet goed functioneert. Bij PH2 betreft dit het enzym GR/HPR (glyoxylaat reductase/ hydroxypyruvaat reductase). Dit enzym is belangrijk voor de omzetting van glyoxylaat naar glycolaat. Zodra er niet genoeg GR/HPR aanwezig is, zal glyoxylaat worden omgezet naar oxaalzuur.

Oxaalzuur
Oxaalzuur is een stof die men dagelijks binnenkrijgt met het eten van bepaalde groeten en fruit. Bovendien maakt het menselijk lichaam een beetje aan in de lever. PH-patiënten maken echter veel te veel oxaalzuur aan. Omdat oxaalzuur een afvalproduct is, wordt dit via het bloed van de lever naar de nieren vervoerd.

In de nieren kan het oxaalzuur zich gaan binden aan calcium (kalk) waardoor er gruis en stenen kunnen ontstaan. Dit wordt dus veroorzaakt door een Stofwisselingsziekte in de lever. Wanneer er een grote hoeveelheid oxaalzuur in het lichaam aanwezig is, kan oxaalzuur zich ook in spieren, huid, hart, botten en ogen binden aan calcium en neerslaan, waardoor er ook in deze organen ziekteverschijnselen ontstaan.

Symptomen

Nierstenen zijn vaak de eerste symptomen van de ziekte. Die kunnen op verschillende leeftijden voorkomen; van de babyleeftijd tot na het 40e levensjaar. Soms worden de eerste klachten veroorzaakt door slecht werkende nieren, en kan bij onderzoek nierverkalking worden gevonden. Andere patiënten krijgen last van urineweginfecties, nierbekkenontsteking of blaasontsteking. Dat komt doordat bacteriën in de stenen kunnen gaan zitten. Symptomen van PH lopen bij individuele patiënten zowel in ernst als in aantal, sterk uiteen.

Diagnose

De nierklachten zijn vaak een reden om onderzoek te doen naar PH. Natuurlijk kunnen nierstenen ook een andere oorzaak hebben, maar voor een goede behandeling is het nodig om iedereen te onderzoeken op PH.

De diagnose kan op drie manieren worden gesteld. De eerste is urineonderzoek, waarbij gekeken wordt naar oxaalzuur, glycolzuur (PH1) en glycerinezuur (PH2). In PH type 1 is zowel oxaalzuur als glycolzuur verhoogd. Een tweede manier is DNA-onderzoek; hierbij wordt gekeken naar de afwijking in het erfelijk materiaal waardoor PH wordt veroorzaakt. Voor dit onderzoek wordt een kleine hoeveelheid bloed afgenomen. Een derde mogelijkheid om de ziekte PH bij de patiënt te constateren, is onderzoek van een stukje lever, een leverbiopt. Dit weefsel kan geanalyseerd worden op aanwezigheid van de verschillende enzymen. Bij PH type 1 zal het enzym AGT ontbreken en bij PH type 2 het enzym GR/HPR.

 

Behandeling

Het is voor patiënten met PH zeer belangrijk dat ze ruim voldoende water drinken. Dit voorkomt dat er teveel oxaalzuur in de nieren neerslaat en de werking van de nieren achteruit gaat. Bovendien wordt afgeraden om veel vitamine C in te nemen, omdat deze wordt afgebroken tot oxaalzuur.

De medicijnen die worden voorgeschreven zijn citraat, magnesium en/of vitamine B6. Citraat zorgt ervoor dat de urine zuur wordt, waardoor oxaalzuur dat gebonden is aan calcium (calcium-oxalaat) minder snel als gruis of stenen neerslaat. Magnesium zorgt er ook voor dat calcium-oxalaat beter in oplossing blijft, maar werkt minder goed dan citraat. Vitamine B6 is een "hulpenzym" van AGT en kan na inname de aanmaak van oxaalzuur sterk verminderen of zelfs geheel stoppen. Deze behandeling werk bij ongeveer 30% van de patiënten met PH1.

Wanneer bovenstaande behandelingen niet werken, kan de ziekte zo ernstig worden dat de nieren niet meer goed functioneren; de patiënt heeft een nierinsufficiëntie. Een behandeling met een kunstnier (nierdialyse) is dan soms noodzakelijk.

De oorzaak van deze ziekte ligt in de lever, daarom is een levertransplantatie momenteel de enige mogelijkheid om de ziekte afdoende te behandelen. Wanneer deze transplantatie gelukt is, zullen de nieren niet meer verder aangetast worden, omdat er geen oxaalzuur meer door de lever wordt aangemaakt. Wanneer de nieren heel snel achteruit gaan, of al heel slecht zijn, wordt ook wel gekozen voor een gecombineerde lever- en niertransplantatie.

Erfelijkheid

Stofwisselingsziekten zijn erfelijke ziekten. Mensen vinden erfelijkheid ingewikkeld. We proberen het zo duidelijk mogelijk uit te leggen.

Het menselijke lichaam bestaat uit allemaal cellen. In de kern van elke cel is erfelijk materiaal aanwezig. Dit noemen we DNA. Het DNA bevat alle erfelijke eigenschappen. Dat DNA is er in tweevoud: de helft van het DNA komt van de vader en de andere helft van de moeder. De chromosomen bevatten stijf opgerolde DNA-strengen. Je kunt ze onder een microscoop waarnemen, als de cel zich deelt. Er zijn normaal gesproken per cel 22 gelijke paren chromosomen (autosomen), terwijl het 23e paar geslacht-bepalend is en bij een vrouw twee X chromosomen en bij een man een X en een Y chromosoom heeft. Een man erft het Y chromosoom altijd van zijn vader een vrouw krijgt van haar moeder een X chromosoom en van haar vader het andere X chromosoom. De chromosomen bevatten de genen die met een hele lange streng letters een recept of code vormen voor één erfelijke eigenschap. Ook de genen bestaan dus voor de helft uit materiaal afkomstig van vader en voor de andere helft uit materiaal afkomstig van moeder.

Autosomaal recessief
Deze stofwisselingsziekte erft ‘autosomaal recessief’ over. Autosomaal betekent dat het afwijkende gen op één van de 22 gewone chromosomen ligt , niet op de geslachtschromosomen X en Y. Zowel jongens als meisjes kunnen de aandoening dan krijgen. Ook is het afwijkende deel van het gen ondergeschikt aan het functionele gen afkomstig van het andere chromosoom. Dit wordt bedoeld met de term recessief. Dit betekent meestal dat dragers van één afwijkend gen daarvan geen klachten hebben, omdat het functionerende gen  op het andere chromosoom de taak van het afwijkende gen compenseert.

Er zijn dus twee afwijkende genen nodig om ziekteverschijnselen te hebben. Een persoon met een autosomaal overervende stofwisselingsziekte heeft van allebei de ouders precies het afwijkende deel van het gen geërfd. Bij deze persoon zorgt deze combinatie voor een genetische code die niet werkt. Hierdoor kan één enzym of eiwit niet of niet voldoende worden gemaakt. Dat zorgt voor de ziekteverschijnselen.

Dragerschap en overerving
In de meeste gevallen hebben beide ouders nergens last van. Zij zijn dan gezonde dragers. Het functionerende gen  op het andere chromosoom zorgt ervoor dat het benodigde enzym of eiwit bij hen voldoende aangemaakt wordt. Elk mens heeft ongeveer 25.000 genen. Elk mens draagt tenminste zeven recessieve afwijkende genen met zich mee. Deze afwijkende genen, maken ons deels tot unieke individuen. Maar zorgen er dus ook voor dat er ineens een kind geboren kan worden met een erfelijke aandoening. Zonder dat die aandoening in de familie voorkomt. Zonder dat ouders wisten dat zij drager waren.

Wanneer men weet dat beide ouders drager zijn van hetzelfde afwijkende gen, weten we dat ze bij elke zwangerschap een kans van 1 op 4 (25%)  hebben op een kind met de ziekte. Ook hebben ze 75% (3 op 4) kans op een kind dat niet ziek is. Van de gezonde kinderen zal 2/3, net als de ouders, gezonde drager zijn. Deze kinderen kunnen de ziekte alleen doorgeven als hun partner ook dezelfde afwijking heeft op zijn DNA.

Overige informatie

Omim nummer

Synoniemen:

Primaire hyperoxalurie, type 1 en type 2
HP1 en HP2
Oxalosis 1 en 2
Glycolic aciduria
(Peroxisomal) Alanine-glyoxylate aminotransferase deficiëntie
Hepatic AGTdeficiëntie
Serine pyruvate aminotransferase deficiëntie

Meest gebruikte naam

Hyperoxalurie

Informatie voor kinderen:

stripalgemeen

Stripboek

Zijn er leden met deze ziekte?

Er zijn 9 leden met ‘Primaire hyperoxalurie’ bij ons aangemeld.

Datum laatst bewerkt:

13 October 2014

Autorisatie door:

dr. J.W. Groothoff

Disclaimer

Aan de ziekte-informatie kunnen geen rechten worden ontleend. De informatie is mogelijk niet op alle punten actueel, omdat de ontwikkelingen en inzichten snel kunnen gaan. VKS tracht de ziekte-informatie zo goed mogelijk actueel te houden.
Ervaringsverhalen zijn persoonlijke verhalen. De beschrijving van de ziekte en symptomen gelden voor deze persoon. Zoals voor veel erfelijke ziekten geldt, is er een behoorlijke variatie in ernst onder de patiënten. U kunt uit dit verhaal dan ook geen algemene conclusies trekken. Het verhaal geeft slechts een beeld hoe het leven met deze stofwisselingsziekte in de praktijk eruit kan zien.

Heeft u hulp nodig bij het inloggen?

Vond u deze informatie nuttig? Help ons dan om dit in stand te houden.

Reageren is niet mogelijk