PDE variant Pyridoxaal-fosfaat afhankelijke epilepsie

PDE variant Pyridoxaal-fosfaat afhankelijke epilepsie 

Inleiding

Pyridoxaal-fosfaat afhankelijke convulsies is een recent ontdekte ziekte. Het lijkt op pyridoxine-afhankelijke epilepsie. In tegenstelling tot pyridoxine afhankelijke epilepsie, reageert pyridoxaal-fosfaat afhankelijke epilepsie niet op pyridoxine (vitamine B6), maar wel op pyridoxaal-fosfaat.

Pyridoxaal-fosfaat en pyridoxine (vitamine B6)
Vitamine B6 is eigenlijk niet één stofje maar een verzamelnaam voor een aantal verschillende chemische vormen van pyridoxine. Pyridoxaal-fosfaat is er daar eentje van, namelijk de biologisch actieve vorm van vitamine B6. Pyridoxaal-fosfaat is betrokken als cofactor (hulpstof) bij meer dan 140 verschillende enzymreacties. Pyridoxaal-fosfaat is o.a. van belang in de stofwisseling van de Neurotransmitters (stoffen die zorgen voor de signaaloverdracht van zenuwcellen) dopamine en serotonine.
Pyridoxaal-fosfaat werkt in het lichaam als co-factor (hulpstof) voor heel veel verschillende enzymen in minstens 100 biochemische reacties. Het is vooral nodig bij de afbraak en opbouw van Aminozuren (bouwstenen van eiwit) en bij de energiehuishouding in de cellen. Verder reguleert pyridoxaal-fosfaat de werking van bepaalde hormonen in het lichaam en is een onmisbare stof bij de afweer, de groei, de bloedaanmaak en in het zenuwstelsel. Vitamine B6 zit van nature o.a. in vlees, bruin brood, bananen en melk.  

Het defecte of ontbrekende enzym
Bij pyridoxaal-fosfaat afhankelijke convulsies is er een tekort aan het Enzym pyridox(am)ine 5’ fosfaat oxidase (PNPO). Twee vormen van vitamine B6 (pyridoxamine-fosfaat en pyridoxine-fosfaat kunnen niet omgezet worden in pyridoxaal-fosfaat door het tekort aan het enzym PNPO. Wel wordt er via een andere route nog een beetje pyridoxaal-fosfaat gemaakt in de lever, maar uiteindelijk komt er minder pyridoxaal-fosfaat in het bloed en in de hersencellen. Dit tekort in de hersenen leidt er toe dat veel verschillende enzymen daar niet goed kunnen werken (omdat ze hun co-factor / hulpstof missen), met name ook  enzymen die betrokken zijn bij de aanmaak van neurotransmitters.

Zeldzaamheid
Pyridoxaal-fosfaat afhankelijke convulsies is een erg zeldzame ziekte. Er is niet bekend hoeveel patiënten er  in Nederland zijn. In de wereld literatuur zijn slechts enkele patiënten beschreven.
 

Symptomen

Kinderen worden meestal te vroeg geboren en hebben vaak lage Apgar scores en beademing nodig. De epileptische aanvallen beginnen op de eerste levensdag. De epilepsie reageert niet op anti-epileptica (medicijnen tegen epilepsie). Kinderen hebben vaak een te klein hoofd. Hersenschade die ontstaat als gevolg van late diagnose of behandeling is onomkeerbaar.

Diagnose

Het type epileptische aanvallen en de EEG kenmerken zijn weinig specifiek. In hersenvocht zijn waarden van de dopamine metaboliet (HVA) en de serotonine metaboliet (5HIAA) laag en is ook de concentratie van een aantal aminozuren laag. In de urine kan de stof vanillactaat gemeten worden, maar het is nog niet duidelijk of en hoe betrouwbaar deze waarde is bij zuigelingen met epilepsie. Er kan gekeken worden naar afwijkingen op het PNPO gen.

Behandeling

Patiëntjes reageren niet op anti-epileptica en ook niet op pyridoxine (vitamine B6), maar wel op pyridoxaal-fosfaat. Dit wordt via de neus-maagsonde of oraal gegeven.
Zonder behandeling komen patiëntjes snel te overlijden. Kinderen die de zuigelingenperiode overleven hebben vaak een verstandelijke achterstand.
Optimale concentraties van pyridoxaal-fosfaat in de hersenen zijn nodig om verstoring van de stofwisseling van onder andere neurotransmitters te voorkomen. Echter, op dit moment is de optimale behandeling nog niet bekend.

Erfelijkheid

Erfelijkheid

Stofwisselingsziekten zijn erfelijke ziekten. Meestal wordt dan gedacht aan ziekten of eigenschappen die al generaties ‘in de familie’ zitten, maar dat hoeft niet altijd zo te zijn. We proberen het zo duidelijk mogelijk uit te leggen.
Het menselijk lichaam bestaat uit allemaal cellen. In de kern van iedere cel zitten chromosomen. Chromosomen zijn strengen erfelijk materiaal. Ze bestaan uit een stof die we DNA noemen. In dit DNA zit een soort ‘code’ waarin al onze erfelijke eigenschappen zijn vastgelegd. Het DNA is er in tweevoud: de ene helft van het DNA komt van de vader en de andere helft van de moeder.
Normaal gesproken zijn er per cel 22 gelijke chromosoomparen (autosomen). Het 23e paar is geslachtsbepalend en dus verschillend bij mannen en vrouwen: een vrouw heeft twee X-chromosomen en een man heeft een X- en een Y-chromosoom. Een man erft het Y-chromosoom altijd van zijn vader en het X-chromosoom van zijn moeder. Een vrouw krijgt van haar vader én van haar moeder een X-chromosoom.
Op de chromosomen zitten de genen. Een gen is een stukje DNA. Elk gen beschrijft de code van één erfelijke eigenschap. Bijvoorbeeld hoe je eruitziet en hoe je lichaam werkt. Van elk gen zijn er twee kopieën: één afkomstig van de moeder, één afkomstig van de vader. Als er een verandering in een gen optreedt, heet dat een mutatie.

Autosomaal recessief

Deze stofwisselingsziekte erft ‘autosomaal recessief’ over. Autosomaal betekent dat het afwijkende gen (het gen met de mutatie) niet op de geslachtschromosomen X en Y ligt maar op één van de 22 gewone chromosomen. Zowel jongens als meisjes kunnen de aandoening dan krijgen. Ook is de kopie van het gen op het ene chromosoom zwakker dan de functionerende kopie van het gen op het andere chromosoom. Dit wordt bedoeld met de term recessief. Dit betekent meestal dat dragers van één afwijkend gen daarvan geen klachten hebben, omdat het functionerende gen op het andere chromosoom wel werkt en de taak van de afwijkende kopie compenseert.
Om ziekteverschijnselen te hebben zijn er dus twee afwijkende genen nodig. Iemand met een autosomaal recessief overervende stofwisselingsziekte heeft van allebei de ouders precies het afwijkende deel van het gen geërfd. Bij deze persoon zorgt deze combinatie voor een genetische code die niet werkt. Hierdoor kan één enzym of eiwit niet of niet voldoende worden gemaakt. Dat zorgt voor de ziekteverschijnselen.

Dragerschap en overerving

In de meeste gevallen hebben beide ouders nergens last van. Zij zijn dan gezonde dragers. Het functionerende gen op het andere chromosoom zorgt ervoor dat het benodigde enzym of eiwit bij hen voldoende wordt aangemaakt. Elk mens heeft ongeveer 25.000 genen. En elk mens draagt meerdere recessief afwijkende genen met zich mee en merkt daar meestal helemaal niets van. De variatie in onze genen, inclusief de recessieve afwijkingen, maken ons tot unieke individuen. Maar zorgen er dus ook voor dat er ineens een kind kan worden geboren met een erfelijke aandoening. Zonder dat die aandoening in de familie voorkomt. Zonder dat ouders wisten dat zij drager waren.
Als we weten dat beide ouders drager zijn van hetzelfde afwijkende gen, weten we dat ze bij elke zwangerschap een kans van 1 op 4 (25%) hebben op een kind met de ziekte. Ook hebben ze een kans van 3 op 4 (75%) op een kind dat niet ziek is. Van de gezonde kinderen zal 2/3, net als de ouders, gezonde drager zijn. Deze kinderen kunnen de ziekte alleen doorgeven als hun partner ook dezelfde afwijking heeft op zijn of haar DNA.

Overige informatie

Omim nummer

Synoniemen:

Pyridox(am)ine 5’-fosfaat oxidase deficiëntie
PNPO deficiëntie
Neonatale PLP-gevoelige epileptische encefalopathie
Pyridoxaal-fosfaat afhankelijke epilepsie
Pyridoxine resistente, PLP gevoelige convulsies

Meest gebruikte naam

Pyridoxaal-fosfaat afhankelijke epilepsie

Informatie voor kinderen:

stripalgemeen

Stripboek

Zijn er leden met deze ziekte?

Er zijn momenteel geen leden met ‘PDE variant Pyridoxaal-fosfaat afhankelijke epilepsie’ bij ons aangemeld.

Datum laatst bewerkt:

12 July 2021

Autorisatie door:

dr. L.A. Bok

Disclaimer

Aan de ziekte-informatie kunnen geen rechten worden ontleend. De informatie is mogelijk niet op alle punten actueel, omdat de ontwikkelingen en inzichten snel kunnen gaan. VKS tracht de ziekte-informatie zo goed mogelijk actueel te houden.
Ervaringsverhalen zijn persoonlijke verhalen. De beschrijving van de ziekte en symptomen gelden voor deze persoon. Zoals voor veel erfelijke ziekten geldt, is er een behoorlijke variatie in ernst onder de patiënten. U kunt uit dit verhaal dan ook geen algemene conclusies trekken. Het verhaal geeft slechts een beeld hoe het leven met deze stofwisselingsziekte in de praktijk eruit kan zien.

Heeft u hulp nodig bij het inloggen?

Vond u deze informatie nuttig? Help ons dan om dit in stand te houden.

Reacties zijn gesloten.