Organic cation transporter (OCTN 2) deficiëntie

Organic cation transporter (OCTN 2) deficiëntie 

Inleiding

OCTN2-deficiëntie is een stofwisselingsziekte. Stofwisselingsziekten zijn erfelijke aandoeningen van de stofwisseling. Stofwisseling is het proces in de cellen van ons lichaam waarbij voedingsstoffen zoals eiwitten, vetten en suikers (koolhydraten) worden afgebroken en omgezet, of worden verwerkt tot bouwstoffen die het lichaam nodig heeft. We hebben deze bouwstoffen nodig voor de opbouw van weefsels, zoals bijvoorbeeld spieren.
Voor het omzetten van de ene stof in de andere gebruikt de stofwisseling enzymen. Enzymen zijn speciale eiwitten die ons lichaam zelf maakt. Er zijn veel verschillende enzymen betrokken bij de stofwisseling. Elk enzym heeft een eigen taak en helpt bij het omzetten van een stof.
Enzymen doen hun werk in verschillende onderdelen in onze lichaamscellen. Zo vind je enzymen in de lysosomen, peroxisomen en mitochondriën. Dit zijn allemaal onderdelen van onze lichaamscellen die elk hun eigen taak hebben bij de stofwisseling.

Vetzuuroxidatiestoornissen
OCTN2-deficiëntie is een zogenoemde ‘vetzuuroxidatiestoornis’, een stoornis in de verbranding van vetten uit het voedsel en uit de vetvoorraden in het lichaam. De vetverbranding is een proces waarbij in veel kleine stapjes de vetten worden afgebroken en omgezet in energie.

Mitochondriën
Ons lichaam heeft energie nodig voor alles wat het doet, zoals bewegen, denken en het laten kloppen van je hart. Die energie haalt het lichaam uit eten, of uit opgeslagen voorraden in spieren en vet. Maar de koolhydraten, vetten en eiwitten die we eten en opslaan, kunnen niet direct gebruikt worden. Ze moeten eerst worden omgezet in een energievorm waar de lichaamscellen mee kunnen werken. Die stof heet ATP en wordt gemaakt in de energiecentrales van de cellen: de mitochondriën.

Vetzuuroxidatie
De verbranding van vetten in de mitochondriën wordt ‘vetzuuroxidatie’ genoemd (oxideren is in feite een moeilijk woord voor verbranden). Om energie uit vetten te kunnen halen, zijn er in de mitochondriën twee stappen nodig:

1. de vetten moeten het mitochondrion binnenkomen en 2. daarna moeten ze in het mitochondrion afgebroken worden. Bij die laatste stap wordt ATP gemaakt.
Voor beide stappen zijn meerdere enzymen nodig. In de eerste stap is carnitine een belangrijke stof. Carnitine kan worden beschouwd als een soort gids die vetzuren nodig hebben om het mitochondrion binnen te komen. 
OCTN2 brengt carnitine van het bloed de cel in. In de cel koppelen verschillende enzymen de vetzuren aan carnitine en ontkoppelen ze weer als ze op hun plaats zijn.
De tweede stap, het echte afbreken (verbranden) van de vetzuren in het mitochondrion, gebeurt ook weer in verschillende stappen. Omdat niet alle vetten gelijk zijn, zijn er binnen het mitochondrion verschillende enzymen voor het afbreken van korte, middellange of lange vetzuurketens.
Met al deze enzymen kan iets mis zijn. Als een van die enzymen niet goed werkt, ontstaat een vetzuuroxidatiestoornis.

Het defecte of ontbrekende enzym
Bij OCTN2 ontbreekt het enzym dat carnitine vanuit het bloed de cel in brengt. Als dat niet lukt, kunnen de vetzuren ook niet worden afgebroken om energie te produceren.

Zeldzaamheid
OCTN2-deficiëntie is een zeldzame stofwisselingsziekte. Er zijn in Nederland enkele tientallen patiënten bekend met deze aandoening.

Symptomen

Met behandeling treden in principe geen klachten meer op. Onbehandeld treden op jonge leeftijd vooral symptomen op die  het gevolg zijn van een te lage bloedsuiker. Een lage bloedsuiker kan bij alle vetzuuroxidatiestoornissen voorkomen als er lange tijd niet gegeten wordt. Het lichaam moet dan de vetvoorraden gebruiken voor energie. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren als een baby geen nachtvoeding meer krijgt, of door braken bij een infectie. Patiënten worden dan suf en kunnen aanvallen krijgen die op epilepsie lijken en uiteindelijk in een coma raken. Meestal zijn er dan ook verstoorde leverfuncties en afwijkingen in zowel de skeletspieren als de hartspier. Onbehandeld hebben volwassen patiënten met OCTN2-deficiëntie met name hartklachten. Dat kan variëren van een te groot hart tot ritmestoornissen. Spierzwakte wordt vooral gezien in combinatie met andere symptomen.

Diagnose

Sinds 2007  wordt de diagnose OCTN2 vooral bij  baby’s of hun moeders gesteld via de hielprikscreening.  Dat komt omdat bij het screenen op andere vetzuuroxidatiestoornissen gekeken wordt of de baby weinig carnitine in het bloed heeft. Omdat carnitine over de placenta gaat, kan het ook zijn dat de moeder OCTN2 deficiëntie heeft en de baby niet. Daarom zal na de uitslag van de hielprik ook hier op worden gelet en zo nodig ook bloed bij moeder geprikt. In 2015 is door de minister van volksgezondheid afgesproken dat baby’s nu ook officieel op OCTN2 deficiëntie gescreend mogen worden met de hielprik screening. Hoe dit het beste kan wordt op dit moment nog onderzocht.

Als een lage carnitine spiegel  in het bloed wordt gevonden, kan de diagnose OCTN2 gesteld worden via DNA onderzoek. Er wordt dan gekeken of er een mutatie (= fout) in het gen zit dat de code bevat voor OCTN2. Meestal wordt het DNA uit bloedcellen gehaald, maar dit kan ook uit het huidbiopt. DNA-onderzoek duurt vaak 3 tot 4 maanden.

Behandeling

OCTN2 deficiëntie is niet te genezen. Wel kan carnitine als behandeling worden gegeven om de symptomen te voorkomen. Zonder behandeling met carnitine kan na een ontsporing met een hypoglycemie een ontwikkelingsachterstand ontstaan of epilepsie. De behandeling met carnitine kan dan al ontstane schade niet verhelpen, maar voorkomt wel verdere verergering.
Bij sommige vetzuuroxidatiestoornissen kan de ziekte worden behandeld met een vetarm dieet met dieetpreparaten als aanvulling. Patiënten met OCTN2 hoeven geen dieet te volgen, de behandeling bestaat alleen uit het dagelijks gebruiken van carnitine.

 

Erfelijkheid

Stofwisselingsziekten zijn erfelijke ziekten. Mensen vinden erfelijkheid ingewikkeld. We proberen het zo duidelijk mogelijk uit te leggen.

Het menselijke lichaam bestaat uit allemaal cellen. In de kern van elke cel is erfelijk materiaal aanwezig. Dit noemen we DNA. Het DNA bevat alle erfelijke eigenschappen. Dat DNA is er in tweevoud: de helft van het DNA komt van de vader en de andere helft van de moeder. De chromosomen bevatten stijf opgerolde DNA-strengen. Je kunt ze onder een microscoop waarnemen, als de cel zich deelt. Er zijn normaal gesproken per cel 22 gelijke paren chromosomen (autosomen), terwijl het 23e paar geslacht-bepalend is en bij een vrouw twee X chromosomen en bij een man een X en een Y chromosoom heeft. Een man erft het Y chromosoom altijd van zijn vader een vrouw krijgt van haar moeder een X chromosoom en van haar vader het andere X chromosoom. De chromosomen bevatten de genen die met een hele lange streng letters een recept of code vormen voor één erfelijke eigenschap. Ook de genen bestaan dus voor de helft uit materiaal afkomstig van vader en voor de andere helft uit materiaal afkomstig van moeder.

Autosomaal recessief
Deze stofwisselingsziekte erft ‘autosomaal recessief’ over. Autosomaal betekent dat het afwijkende gen op één van de 22 gewone chromosomen ligt , niet op de geslachtschromosomen X en Y. Zowel jongens als meisjes kunnen de aandoening dan krijgen. Ook is het afwijkende deel van het gen ondergeschikt aan het functionele gen afkomstig van het andere chromosoom. Dit wordt bedoeld met de term recessief. Dit betekent meestal dat dragers van één afwijkend gen daarvan geen klachten hebben, omdat het functionerende gen  op het andere chromosoom de taak van het afwijkende gen compenseert.

Er zijn dus twee afwijkende genen nodig om ziekteverschijnselen te hebben. Een persoon met een autosomaal overervende stofwisselingsziekte heeft van allebei de ouders precies het afwijkende deel van het gen geërfd. Bij deze persoon zorgt deze combinatie voor een genetische code die niet werkt. Hierdoor kan één enzym of eiwit niet of niet voldoende worden gemaakt. Dat zorgt voor de ziekteverschijnselen.

Dragerschap en overerving
In de meeste gevallen hebben beide ouders nergens last van. Zij zijn dan gezonde dragers. Het functionerende gen  op het andere chromosoom zorgt ervoor dat het benodigde enzym of eiwit bij hen voldoende aangemaakt wordt. Elk mens heeft ongeveer 25.000 genen. Elk mens draagt tenminste zeven recessieve afwijkende genen met zich mee. Deze afwijkende genen, maken ons deels tot unieke individuen. Maar zorgen er dus ook voor dat er ineens een kind geboren kan worden met een erfelijke aandoening. Zonder dat die aandoening in de familie voorkomt. Zonder dat ouders wisten dat zij drager waren.

Wanneer men weet dat beide ouders drager zijn van hetzelfde afwijkende gen, weten we dat ze bij elke zwangerschap een kans van 1 op 4 (25%)  hebben op een kind met de ziekte. Ook hebben ze 75% (3 op 4) kans op een kind dat niet ziek is. Van de gezonde kinderen zal 2/3, net als de ouders, gezonde drager zijn. Deze kinderen kunnen de ziekte alleen doorgeven als hun partner ook dezelfde afwijking heeft op zijn DNA.

Overige informatie

Omim nummer

Synoniemen:

Organic cation transporter (deficiency)
OCTN-2
Systemische carnitine deficiëntie
Carnitine uptake defect
Carnitinetransporterdeficiëntie
OCTN-2-deficiëntie

Meest gebruikte naam

Organic cation transporter (OCTN 2)

Informatie voor kinderen:

stripalgemeen

Stripboek

Zijn er leden met deze ziekte?

Er is één lid met ‘Organic cation transporter (OCTN 2) deficiëntie’ bij ons aangemeld.

Datum laatst bewerkt:

10 December 2018

Autorisatie door:

G. Visser

Disclaimer

Aan de ziekte-informatie kunnen geen rechten worden ontleend. De informatie is mogelijk niet op alle punten actueel, omdat de ontwikkelingen en inzichten snel kunnen gaan. VKS tracht de ziekte-informatie zo goed mogelijk actueel te houden.
Ervaringsverhalen zijn persoonlijke verhalen. De beschrijving van de ziekte en symptomen gelden voor deze persoon. Zoals voor veel erfelijke ziekten geldt, is er een behoorlijke variatie in ernst onder de patiënten. U kunt uit dit verhaal dan ook geen algemene conclusies trekken. Het verhaal geeft slechts een beeld hoe het leven met deze stofwisselingsziekte in de praktijk eruit kan zien.

Heeft u hulp nodig bij het inloggen?

Vond u deze informatie nuttig? Help ons dan om dit in stand te houden.

Reageren is niet mogelijk