NBIA, voorheen Hallervorden-Spatz

NBIA, voorheen Hallervorden-Spatz 

Inleiding

NBIA (Neurodegeneration with brain iron accumulation = hersenziekten met verval van de hersenen (=neurodegeneratie) en stapeling van ijzer), is overkoepelende term voor een groep erfelijke stofwisselingsziekten van de hersenen. Met Stofwisselingwordt het omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam bedoeld. Dat is nodig voor de opbouw van weefsels, zoals spieren botten en organen en voor het vrijmaken van energie. De stofwisseling vindt plaats in alle cellen van ons lichaam, waar enzymen hun werk doen. Als er iets mis is met een enzym, is de stofwisseling verstoord. Een bepaalde stof kan niet meer worden omgezet en hoopt zich op in de cel, terwijl het mogelijk belangrijke product te weinig of soms helemaal niet meer gevormd wordt. Deze situatie kan tot min of meer ernstige klachten leiden. Dit noemen we een stofwisselingsziekte.

Achtergrond
De bekendste vorm van NBIA wordt veroorzaakt door veranderingen in het PANK2 gen en werd voorheen ziekte van Hallervorden-Spatz genoemd, vernoemd naar de Duitse artsen Hallervorden en Spatz, die in 1922 een familie beschreven waarin vijf zusters dezelfde ziekteverschijnselen vertoonden. Hoewel de artsen sterk hebben bijgedragen aan de kennis over deze ziekte, is de naam van de ziekte veranderd in een neutralere naam voor de ziekte. Veel van de kennis over deze en andere ziekten vergaarde Hallervorden namelijk als arts in dienst van het Hitler-regime tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij en zijn collega's hebben 'in naam van de wetenschap', veel lichamelijk en/of verstandelijk gehandicapten in laten slapen, zodat zij hun hersenen konden onderzoeken. Een andere naam voor Hallervorden-Spatz is juveniele neuraxonale dystrofie. Er worden steeds meer vormen van NBIA herkend. Deze “nieuwe” ziekten lijken erg op elkaar en worden meestal genoemd naar het betrokken gen. Zo kennen we inmiddels NBIA vormen veroorzaakt door veranderingen in de volgende genen: PLA2G6, FTL, C19)RF12, WDR45 en COASY. De meeste, maar niet allle vormen van NBIA erven over als autosomaal recessieve ziekte (zie onder).

IJzerstapeling
Mensen met NBIA hebben een hoog ijzergehalte in de basale ganglia in hun hersenen. De basale ganglia reguleren de bewegingen. De precieze relatie tussen ijzerstapeling in de hersenen en de symptomen is nog niet duidelijk. Het is niet duidelijk of de hersenkernen ziek worden door de ijzerstapeling, of dat de ijzerstapeling “alleen maar”  het effect is van een ander, onderliggend ziektemechanisme.

Het defecte Enzym bij NBIA
De ziekte wordt in ongeveer 50% van de gevallen veroorzaakt door een defect in het pantothenate kinase gen (PANK-2).

Zeldzaamheid
NBIA is een groep zeldzame stofwisselingsziekten. Hoewel de ziekte zich meestal in de kinderjaren openbaart, kan hij ook pas op volwassen leeftijd aan het licht komen. Wereldwijd zijn slechts enkele honderden patiënten beschreven. Het is onbekend hoe vaak de ziekte precies voorkomt in Nederland.

Symptomen

De symptomen van de ziekte kunnen van patiënt tot patiënt variëren. Ook het moment waarop de symptomen voor het eerst optreden verschilt. De meeste patiënten krijgen hun eerste symptomen in de kinderjaren, maar er zijn ook patiënten bekend die pas op volwassen leeftijd problemen krijgen.

Meestal begint de ziekte met een bewegingsstoornis (dystonie) of spasticiteit, wat door de patiënt ervaren wordt als spierstijfheid en verkrampingen. De symptomen beginnen vaak eerst in de benen en breiden zich uit naar de armen. Hoe ouder patiënten worden, hoe meer moeite ze hebben om hun bewegingen te controleren. Daarnaast zijn patiënten vaak mentaal in de war of gedesoriënteerd en merken dat hun intellectuele vaardigheden afnemen. De verschijnselen zijn in feite te vergelijken met dementie.

Door de aantasting van de aansturing van de spieren (dystonie, spasticiteit) wordt het aansturen van het lichaam moeilijk. Door de bewegingsstoornis wordt bij sommige (volwassen) patiënten in eerste instantie soms gedacht aan (een vroege vorm van) de ziekte van Parkinson. Wanneer de ziekte zich pas op latere leeftijd openbaart, denken artsen onder meer eerst aan MS, omdat de patiënten zo moe zijn.

Andere symptomen die kunnen voorkomen zijn: spraakproblemen, slikproblemen, mentale achteruitgang en stoornissen in het zicht, die kunnen leiden tot blindheid, door aantasting van de oogzenuwen of het netvlies (retinitis pigmentosa).

De ziekte is progressief, wat betekent dat de verschijnselen in de loop van de tijd verergeren. Veel patiënten overlijden binnen tien jaar na het stellen van de diagnose.

Diagnose

Vroeger kon de diagnose NBIA alleen gesteld worden na de dood van de patiënt, door het hersenweefsel te onderzoeken. In bepaalde delen van de hersenen worden daarbij afwijkingen en een typische ijzerneerslag gevonden.
Tegenwoordig is het ook mogelijk om de specifieke afwijkingen en ijzerstapeling in de hersenen van deze patiënten ook tijdens hun leven zichtbaar te maken met behulp van MRI-scans (op de MRI lijkt een deel van de hersenen op de 'eye of the tiger', maar dit is niet bij alle patiënten). Verder kan DNA-onderzoek van de verschillende betrokken genen verricht worden op het voorkomen van veranderingen (mutaties).

Behandeling

NBIA is niet te genezen. De ziekte is progressief. Patiënten gaan vaak ineens in een à twee maanden achteruit en zijn dan weer een tijdje stabiel. Er geldt dat hoe eerder de ziekte begint, hoe progressiever de ziekte. Als de ziekte zich op jonge leeftijd uit, zorgen de bewegingsstoornissen ervoor dat kinderen rond hun tienerjaren in een rolstoel belanden.

Er is geen behandeling mogelijk om de gevolgen van de ziekte te remmen of te stoppen. Het verloop van de ziekte is erg wisselend. Veel patiënten krijgen daarom verschillende ondersteunende therapieën aangeboden, zoals fysiotherapie, logopedie, en ergotherapie. Er zijn een aantal medicijnen op de markt om de spierzwakte te bestrijden. Er wordt onderzoek gedaan naar medicijnen, die het ijzergehalte in de hersenen doen verlagen. Een andere behandeling voor de spierzwakte, waar onderzoek naar gedaan wordt, is Deep Brain Stimulation (DBS). Er zijn bij sommige patiënten best goede resultaten geboekt, maar de effecten op lange termijn zijn nog onbekend. Verder wordt er in dieren geëxperimenteerd met het geven van vitamine B5 supplementen (pantotheenzuur), omdat dit vitamine mogelijk de nog overgebleven enzymactiviteit kan stimuleren.
 

Erfelijkheid

Stofwisselingsziekten zijn erfelijke ziekten. Dat betekent dat je met de ziekte geboren wordt en er niet van kan genezen. Het betekent meestal dat de ouders van te voren niet hadden kunnen weten dat hun kind ziek zou worden. In de meeste gevallen hebben beide ouders nergens last van. Zij zijn dan “gezonde dragers” van een afwijkend gen en hebben daarnaast het normale gen (zie onder). Het normale gen zorgt ervoor dat het benodigde enzym bij hen voldoende aangemaakt wordt. Een kind met de ziekte heeft twee afwijkende genen en mist het normale gen. Daardoor wordt het enzym niet of onvoldoende aangemaakt.

Autosomaal recessief
In elke Cel van het lichaam is het erfelijke materiaal in tweevoud aanwezig en is verdeeld in chromosoomparen. Er zijn per cel 22 gelijke paren (autosomen), terwijl het 23e paar geslacht-bepalend is en verschilt tussen een vrouw, die twee X chromosomen heeft en een man die een X en een Y Chromosoom heeft.

De meeste vormen van NBIA die op dit moment bekend zijn erven ‘autosomaal recessief’ over. Een uitzondering op de regel is de ziekte die gekoppeld is aan het WDR45 gen: die vorm van NBIA erft X-gebonden over. Autosomaal betekent dat het afwijkende gen op één van de 22 gewone chromosomen ligt. Zowel jongens als meisjes kunnen ziek zijn. Daarnaast is een afwijkend gen op een van de twee chromosomen ondergeschikt aan het normale gen op het andere chromosoom (recessief), die in dat geval compenseert. Dit gebeurt bij een “gezonde dragers”, die de ziekte dus niet zal krijgen. Er zijn dus twee afwijkende genen nodig om de ziekte te krijgen. Een kind met een stofwisselingsziekte heeft van allebei zijn ouders een afwijkend gen geërfd.

De ouders zijn niet ziek, maar zijn wel drager van het afwijkende gen. Daardoor hebben ze 25% kans (1 op 4) bij elke zwangerschap op een kind met de ziekte. Ook hebben ze 75% (3 op 4) kans op een kind dat niet ziek is. Daarvan zal 2/3, net als de ouders, gezonde drager zijn. Deze kinderen kunnen de ziekte alleen doorgeven als hun partner ook dezelfde afwijking heeft op zijn DNA.

Patiënten met NBIA zijn soms al volwassen als zij hun eerste symptomen krijgen. Zij kunnen dus zelf al kinderen hebben. Het hangt van hun partner af of hun kinderen de ziekte ook zullen hebben. Als de partner de genafwijking niet heeft, wordt geen van de kinderen ziek, maar zijn ze wel allemaal drager van het afwijkende gen. Als de partner de genafwijking wel heeft, is er 50% kans op een ziek kind en 50% kans op een gezond kind dat wel drager is. Wanneer de partner geen familie is, is de kans dat hij of zij dezelfde genafwijking heeft, zeer klein.

Voor informatie over X-gebonden overerving: zie bijvoorbeeld de tekst bij de ziekte van Menkes.

Overige informatie

Omim nummer

Synoniemen:

Neuroaxonale Dystrofie (juveniele vorm)
Ziekte van Hallervorden-Spatz
NBIA 
Neurodegeneration with brain iron accumulation (NBIA)

Meest gebruikte naam

NBIA

Zorgpad:


Zorgpad Neurodegeneratie met ijzer stapeling in de hersenen (NBIA)

Zorgpad Neurodegeneratie met ijzer stapeling in de hersenen (NBIA)

Informatie voor kinderen:

stripalgemeen

Stripboek

Zijn er leden met deze ziekte?

Er zijn 6 leden met ‘NBIA, voorheen Hallervorden-Spatz’ bij ons aangemeld.

Datum laatst bewerkt:

25 April 2016

Autorisatie door:

dr. M.A.A.P. Willemsen

Disclaimer

Aan de ziekte-informatie kunnen geen rechten worden ontleend. De informatie is mogelijk niet op alle punten actueel, omdat de ontwikkelingen en inzichten snel kunnen gaan. VKS tracht de ziekte-informatie zo goed mogelijk actueel te houden.
Ervaringsverhalen zijn persoonlijke verhalen. De beschrijving van de ziekte en symptomen gelden voor deze persoon. Zoals voor veel erfelijke ziekten geldt, is er een behoorlijke variatie in ernst onder de patiënten. U kunt uit dit verhaal dan ook geen algemene conclusies trekken. Het verhaal geeft slechts een beeld hoe het leven met deze stofwisselingsziekte in de praktijk eruit kan zien.

Heeft u hulp nodig bij het inloggen?

Vond u deze informatie nuttig? Help ons dan om dit in stand te houden.

Reageren is niet mogelijk