Morquio B

Morquio B 

Inleiding

MPS 4 is een zeldzame, erfelijke stofwisselingsziekte. Met 'stofwisseling' wordt het omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam bedoeld. Dat is nodig voor de opbouw van weefsels, zoals spieren, botten en organen en voor het vrijmaken van energie. De Stofwisseling vindt plaats in alle cellen van ons lichaam, waar enzymen hun werk doen. Als er iets mis is met een enzym, is de stofwisseling verstoord. Een bepaalde stof kan niet meer worden omgezet en hoopt zich op in de cel, terwijl het mogelijk belangrijke product te weinig of soms helemaal niet meer gevormd wordt. Deze situatie kan tot min of meer ernstige klachten leiden. Dit noemen we een stofwisselingsziekte.

Verschillende vormen van MPS 4
De arts Morquio beschreef in 1929 vier kinderen met wat nu de klassieke vorm van het Syndroom van Morquio heet, ofwel MPS 4A. Later werd een tweede type gevonden, met dezelfde ziekteverschijnselen, maar met een ander enzymdefect. In eerste instantie dacht men dat dit type, MPS 4B, een mildere vorm was. Inmiddels is duidelijk dat bij beide typen zowel milde als ernstige ziekteverschijnselen voorkomen.

Zeldzaamheid
Beide vormen van MPS 4 zijn zeldzaam. De schatting is dat het syndroom van Morquio voorkomt in 1 op de 280.000 levendgeboren kinderen. In Nederland zijn slechts enkele patiënten met het syndroom van Morquio bekend.

Achtergrond:
Lysosomale stapelingsziekten
Lysosomen zijn onderdelen in de cellen van een mens. Het zijn in feite de recyclefabriekjes van de cel, waar oude, kapotte celonderdelen worden afgebroken, of indringers van buiten een kopje kleiner worden gemaakt. In de lysosomen worden grote moleculen in kleinere stukken geknipt, waarna ze elders in de Cel hergebruikt worden. De gemiddeld 300 lysosomen in een cel zijn zeer verschillend. Hun vorm is afhankelijk van welke moleculen ze precies moeten afbreken. Binnen een lysosoom zijn zo'n vijftig enzymen actief, die elk een specifieke stap in het verknippen van stoffen uitvoeren. Als er een Enzym ontbreekt of zijn werk niet goed doet, kan één stap in de verwerking niet worden uitgevoerd. De stof die verwerkt had moeten worden, hoopt zich dan op in het lysosoom. Vandaar de naam lysosomale stapelingsziekten: een ongewenste stof stapelt zich op in het lysosoom.
Dit heeft gevolgen voor de cel en uiteindelijk ook voor de organen en het lichaam.

Te veel mucopolysacchariden
Het molecuul dat niet kan worden verwerkt bij MPS 4 is een zogeheten mucopolyssaccharide, een lange keten van eiwitten en suikers. Mucopolyssacchariden geven stevigheid aan bindweefsel, kraakbeen en bloedvaten en zijn een onderdeel van het hoornvlies (de buitenste laag van het oog). Ze heten ook wel glycosaminoglycanen (GAG's). Normaal gesproken worden GAG's continu nieuw aangemaakt door het lichaam en worden de oude GAG's afgebroken. Bij MPS 4 gaat er bij dat afbreken iets mis.
MPS 4 is onderdeel van een 'familie' van ziektebeelden. Bij al deze ziekten zijn de lysosomen niet in staat om GAG's te recyclen omdat er één enzym ontbreekt, waardoor het afbraakproces ergens vastloopt. Deze familie van ziektebeelden noemen we mucopolysaccharidosen (afgekort MPS).

Het defecte of ontbrekende enzym
De twee typen MPS 4 worden veroorzaakt door het ontbreken van verschillende enzymen. Bij type A ontbreekt galactose-6-sulfatase en bij type B werkt het enzym β-galactosidase niet goed. Beide enzymen zijn betrokken bij het afbreken van kerataan sulfaat, een GAG. Van die stof hebben patiënten vooral in hun jeugd verhoogde concentraties in hun urine.

Andere mucopolysaccharidosen
Naast MPS 4B (Morquio type B) zijn er nog zes aandoeningen waarbij mucopolysacchariden zich in de lysosomen ophopen. Ze zijn allemaal vernoemd naar de eerste arts die de betreffende ziekte als eerste beschreef, maar hebben ook een nummer (MPS 1 t/m 7). Op een rijtje:
MPS 1 (Hurler/Scheie)
MPS 2 (Hunter)
MPS 3 A, B, C, D (Sanfilippo)
MPS 4A (Morquio A)
MPS 6 (Maroteaux-Lamy)
MPS 7 (Sly)
(MPS 5 bestaat niet meer. In eerste instantie werd het syndroom van Scheie MPS 5 genoemd, maar toen bleek dat bij het syndroom van Scheie hetzelfde enzymdefect de boosdoener is, werd die ziekte onder MPS 1 geclassificeerd.)

Symptomen

Er zijn twee typen MPS 4, maar de ziekteverschijnselen zijn niet verschillend. Wel zijn er verschillen in hoe de ziekte verloopt, ook tussen patiënten met hetzelfde type. Patiënten met het syndroom van Morquio hebben allemaal een normale intelligentie, maar kunnen ernstige lichamelijke problemen hebben. Kenmerkend zijn de afwijkingen aan het skelet. (De hieronder genoemde afwijkingen kunnen bij sommige patiënten soms in heel milde vorm voorkomen.)

Bij de geboorte ogen patiënten volkomen normaal, maar vanaf dat ze ongeveer één jaar oud zijn, kunnen de eerste symptomen van de ziekte duidelijk worden. De diagnose wordt niet vroeg gesteld: soms pas tegen het vijftiende levensjaar (in de milde vormen). De vroege symptomen zijn een groeiachterstand en vergroeiingen aan het skelet. De patiënt krijgt vaak last van X-benen en een afwijkende ribbenkast. Het bovenlichaam is kort, net als de nek. Het lopen wordt waggelend en de kinderen vallen snel.

Bij het ouder worden, krijgt de patiënt steeds duidelijkere lichamelijke afwijkingen. De ribbenkast steekt vaak naar voren uit. Patiënten hebben brede voeten en enkels en heel duidelijke X-benen. Hun gewrichten zijn over-flexibel, waardoor staan en lopen moeilijker kan worden. Meestal blijft de patiënt klein: de groei stopt vaak op ongeveer een meter, rond het achtste levensjaar.

Ook andere delen van het lichaam kunnen aangedaan zijn. Patiënten hebben vaak ongewone gelaatstrekken en kunnen last hebben van hoornvliesvertroebeling en gehoorverlies. Tanden zijn vaak klein en hebben weinig glazuur, waardoor de patiënt vaak last heeft van gaatjes. Ook kan de lever vergroot zijn.

De levensverwachting van patiënten met het syndroom van Morquio is vrij hoog. Met de milde vorm zijn patiënten ouder dan 60 jaar geworden. Wel zijn Morquiopatiënten erg gevoelig door hun vergroeiingen.

Verder kan een algehele narcose problemen geven, omdat het intuberen (buisje aanbrengen in de luchtpijp) moeilijk kan zijn.

Diagnose

Het vermoeden dat iemand het syndroom van Morquio heeft, kan bevestigd worden kan door onderzoek naar de urine. Bij jonge Morquiopatiënten zit veel keratansulfaat in de urine, maar bij het ouder worden vermindert dat. Om zekerheid over de diagnose te krijgen, wordt een stukje huid afgenomen, waarin de afwezigheid van het enzym galactose-6-sulfatase of het enzym bèta-galactosidase wordt aangetoond.

Omdat het syndroom van Morquio een erfelijke aandoening is, kunnen ook broers en zussen aangedaan zijn. Zij worden meestal getest als de diagnose bij één lid van het gezin is gesteld. Prenataal onderzoek is mogelijk om de ziekte bij eventuele volgende kinderen te detecteren.

Behandeling

MPS 4B is niet te genezen. Wel worden er verschillende ingrepen gedaan om de lichamelijke ongemakken te verhelpen of te verlichten. Omdat de vergroeiingen aan de wervelkolom levenbedreigend kunnen zijn, wordt daar vaak aan geopereerd. Ook kunnen de X-benen soms wat gecorrigeerd worden.
De doofheid die bij veel Morquiopatiënten optreedt, kan worden verholpen met een gehoorapparaat.

Een beenmergtransplantatie is niet effectief gebleken tegen botproblemen. Recombinante enzymtherapie gericht op het botweefsel wordt verder ontwikkeld. 

Erfelijkheid

Stofwisselingsziekten zijn erfelijke ziekten. Mensen vinden erfelijkheid ingewikkeld. We proberen het zo duidelijk mogelijk uit te leggen.

Het menselijke lichaam bestaat uit allemaal cellen. In de kern van elke cel is erfelijk materiaal aanwezig. Dit noemen we DNA. Het DNA bevat alle erfelijke eigenschappen. Dat DNA is er in tweevoud: de helft van het DNA komt van de vader en de andere helft van de moeder. De chromosomen bevatten stijf opgerolde DNA-strengen. Je kunt ze onder een microscoop waarnemen, als de cel zich deelt. Er zijn normaal gesproken per cel 22 gelijke paren chromosomen (autosomen), terwijl het 23e paar geslacht-bepalend is en bij een vrouw twee X chromosomen en bij een man een X en een Y chromosoom heeft. Een man erft het Y chromosoom altijd van zijn vader een vrouw krijgt van haar moeder een X chromosoom en van haar vader het andere X chromosoom. De chromosomen bevatten de genen die met een hele lange streng letters een recept of code vormen voor één erfelijke eigenschap. Ook de genen bestaan dus voor de helft uit materiaal afkomstig van vader en voor de andere helft uit materiaal afkomstig van moeder.

Autosomaal recessief
Deze stofwisselingsziekte erft ‘autosomaal recessief’ over. Autosomaal betekent dat het afwijkende gen op één van de 22 gewone chromosomen ligt , niet op de geslachtschromosomen X en Y. Zowel jongens als meisjes kunnen de aandoening dan krijgen. Ook is het afwijkende deel van het gen ondergeschikt aan het functionele gen afkomstig van het andere chromosoom. Dit wordt bedoeld met de term recessief. Dit betekent meestal dat dragers van één afwijkend gen daarvan geen klachten hebben, omdat het functionerende gen  op het andere chromosoom de taak van het afwijkende gen compenseert.

Er zijn dus twee afwijkende genen nodig om ziekteverschijnselen te hebben. Een persoon met een autosomaal overervende stofwisselingsziekte heeft van allebei de ouders precies het afwijkende deel van het gen geërfd. Bij deze persoon zorgt deze combinatie voor een genetische code die niet werkt. Hierdoor kan één enzym of eiwit niet of niet voldoende worden gemaakt. Dat zorgt voor de ziekteverschijnselen.

Dragerschap en overerving
In de meeste gevallen hebben beide ouders nergens last van. Zij zijn dan gezonde dragers. Het functionerende gen  op het andere chromosoom zorgt ervoor dat het benodigde enzym of eiwit bij hen voldoende aangemaakt wordt. Elk mens heeft ongeveer 25.000 genen. Elk mens draagt tenminste zeven recessieve afwijkende genen met zich mee. Deze afwijkende genen, maken ons deels tot unieke individuen. Maar zorgen er dus ook voor dat er ineens een kind geboren kan worden met een erfelijke aandoening. Zonder dat die aandoening in de familie voorkomt. Zonder dat ouders wisten dat zij drager waren.

Wanneer men weet dat beide ouders drager zijn van hetzelfde afwijkende gen, weten we dat ze bij elke zwangerschap een kans van 1 op 4 (25%)  hebben op een kind met de ziekte. Ook hebben ze 75% (3 op 4) kans op een kind dat niet ziek is. Van de gezonde kinderen zal 2/3, net als de ouders, gezonde drager zijn. Deze kinderen kunnen de ziekte alleen doorgeven als hun partner ook dezelfde afwijking heeft op zijn DNA.

Overige informatie

Omim nummer

Synoniemen:

Mucopolysacharidose type 4B
MPS 4B
Syndroom van Morquio B
Ziekte van Morquio B

Meest gebruikte naam

MPS 4B (syndroom van Morquio B)

Kenniskaarten:

Informatie voor kinderen:

stripalgemeen

Stripboek

Zijn er leden met deze ziekte?

Er zijn 5 leden met ‘Morquio B’ bij ons aangemeld.

Datum laatst bewerkt:

28 November 2016

Autorisatie door:

prof. dr. F.A. Wijburg

Disclaimer

Aan de ziekte-informatie kunnen geen rechten worden ontleend. De informatie is mogelijk niet op alle punten actueel, omdat de ontwikkelingen en inzichten snel kunnen gaan. VKS tracht de ziekte-informatie zo goed mogelijk actueel te houden.
Ervaringsverhalen zijn persoonlijke verhalen. De beschrijving van de ziekte en symptomen gelden voor deze persoon. Zoals voor veel erfelijke ziekten geldt, is er een behoorlijke variatie in ernst onder de patiënten. U kunt uit dit verhaal dan ook geen algemene conclusies trekken. Het verhaal geeft slechts een beeld hoe het leven met deze stofwisselingsziekte in de praktijk eruit kan zien.

Heeft u hulp nodig bij het inloggen?

Vond u deze informatie nuttig? Help ons dan om dit in stand te houden.

Reacties zijn gesloten.