Klassieke Refsum (phytanoyl-CoA hydroxylase)

Klassieke Refsum (phytanoyl-CoA hydroxylase) 

Inleiding

De ziekte van Refsum is een zeldzame, erfelijke stofwisselingsziekte. Met ‘stofwisseling’ wordt het omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam bedoeld. Dat is nodig voor de opbouw van weefsels, zoals spieren, botten en organen, en voor het vrijmaken van energie. De stofwisseling vindt plaats in alle cellen van ons lichaam, waar enzymen hun werk doen. Als er iets mis is met een enzym, is de stofwisseling verstoord. Een bepaalde stof kan niet meer worden omgezet en hoopt zich op in de cel, terwijl het mogelijk belangrijke product te weinig of soms helemaal niet meer gevormd wordt. Deze situatie kan tot min of meer ernstige klachten leiden. Dit noemen we een stofwisselingsziekte.

Peroxisomale ziekten
De ziekte van Refsum is een peroxisomale stofwisselingsziekte. Peroxisomale ziekten zijn aangeboren aandoeningen waarbij er een stoornis is in de peroxisomen. Peroxisomen zijn onderdelen in een cel (organellen) die met behulp van enzymen zorgen voor de afbraak van bepaalde afvalstoffen, waaronder fytaanzuur, en de aanmaak van specifieke bestanddelen van onze cellen. Als deze peroxisomen niet of minder goed werken, kunnen afvalstoffen zich opstapelen in de cellen. Dit is giftig voor cellen en zorgt ervoor dat ze slechter functioneren. Hierdoor ontstaat schade aan organen en weefsels.

Voor peroxisomale ziekten kunnen verschillende oorzaken zijn. Soms zijn er geen of minder peroxisomen aanwezig in de cellen. Dat zorgt voor de ernstigste vorm van ziekte in dit spectrum. Het kan ook gebeuren dat er wel voldoende peroxisomen zijn, maar dat een of meer van de enzymen in het organel ontbreken of niet volledig functioneren. De symptomen zijn dan minder ernstig.

Er bestaan twee vormen van de ziekte van Refsum: de klassieke vorm die bij volwassenen voorkomt en de infantiele vorm die bij kinderen voorkomt. De beide vormen zijn zeer verschillend van aard. Bij de klassieke vorm van de ziekte van Refsum is er te weinig van het enzym fytaanzuuroxidase. Hierdoor hoopt de stof fytaanzuur op in het bloed en de weefsels. Fytaanzuur is een vetzuur (onderdeel van vet) dat in voeding als zuivelproducten, rundvlees, lamsvlees en een aantal soorten zeevis en schaal- en schelpdieren zit. De infantiele vorm bestaat uit een spectrum van drie aandoeningen. Het Zellweger syndroom is daarbij de ernstigste vorm, er zijn dan helemaal geen peroxisomen in de cellen. De klassieke vorm wordt hier besproken; voor informatie over het Zellweger spectrum, klik hier.

De ziekte van Refsum is een zeldzame, erfelijke stofwisselingsziekte. Met ‘stofwisseling’ wordt het omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam bedoeld. Dat is nodig voor de opbouw van weefsels, zoals spieren, botten en organen, en voor het vrijmaken van energie. De stofwisseling vindt plaats in alle cellen van ons lichaam, waar enzymen hun werk doen. Als er iets mis is met een enzym, is de stofwisseling verstoord. Een bepaalde stof kan niet meer worden omgezet en hoopt zich op in de cel, terwijl het mogelijk belangrijke product te weinig of soms helemaal niet meer gevormd wordt. Deze situatie kan tot min of meer ernstige klachten leiden. Dit noemen we een stofwisselingsziekte.

Peroxisomale ziekten
De ziekte van Refsum is een peroxisomale stofwisselingsziekte. Peroxisomale ziekten zijn aangeboren aandoeningen waarbij er een stoornis is in de peroxisomen. Peroxisomen zijn onderdelen in een cel (organellen) die met behulp van enzymen zorgen voor de afbraak van bepaalde afvalstoffen, waaronder fytaanzuur, en de aanmaak van specifieke bestanddelen van onze cellen. Als deze peroxisomen niet of minder goed werken, kunnen afvalstoffen zich opstapelen in de cellen. Dit is giftig voor cellen en zorgt ervoor dat ze slechter functioneren. Hierdoor ontstaat schade aan organen en weefsels.

Voor peroxisomale ziekten kunnen verschillende oorzaken zijn. Soms zijn er geen of minder peroxisomen aanwezig in de cellen. Dat zorgt voor de ernstigste vorm van ziekte in dit spectrum. Het kan ook gebeuren dat er wel voldoende peroxisomen zijn, maar dat een of meer van de enzymen in het organel ontbreken of niet volledig functioneren. De symptomen zijn dan minder ernstig.

Er bestaan twee vormen van de ziekte van Refsum: de klassieke vorm die bij volwassenen voorkomt en de infantiele vorm die bij kinderen voorkomt. De beide vormen zijn zeer verschillend van aard. Bij de klassieke vorm van de ziekte van Refsum is er te weinig van het enzym fytaanzuuroxidase. Hierdoor hoopt de stof fytaanzuur op in het bloed en de weefsels. Fytaanzuur is een vetzuur (onderdeel van vet) dat in voeding als zuivelproducten, rundvlees, lamsvlees en een aantal soorten zeevis en schaal- en schelpdieren zit. De infantiele vorm bestaat uit een spectrum van drie aandoeningen. Het Zellweger syndroom is daarbij de ernstigste vorm, er zijn dan helemaal geen peroxisomen in de cellen. De klassieke vorm wordt hier besproken; voor informatie over het Zellweger spectrum, klik hier.

Zeldzaamheid
De ziekte van Refsum, klassieke vorm, is een zeldzame aandoening. Hoe vaak de ziekte voorkomt, is niet bekend, maar geschat wordt bij ongeveer 1 op 1 miljoen mensen. Wereldwijd zijn er ongeveer 60 gevallen van de ziekte van Refsum bekend. De ziekte komt net zo vaak bij mannen als bij vrouwen voor. De meeste mensen met deze aandoening zijn van Britse of Noorse afkomst.

De ziekte van Refsum, klassieke vorm, is een zeldzame aandoening. Hoe vaak de ziekte voorkomt, is niet bekend, maar geschat wordt bij ongeveer 1 op 1 miljoen mensen. Wereldwijd zijn er ongeveer 60 gevallen van de ziekte van Refsum bekend. De ziekte komt net zo vaak bij mannen als bij vrouwen voor. De meeste mensen met deze aandoening zijn van Britse of Noorse afkomst.

Symptomen

De eerste kenmerken van de ziekte van Refsum, klassieke vorm, beginnen meestal op de tienerleeftijd. Maar soms ook op jongeren- of volwassenleeftijd. Verdenking op de ziekte ontstaat als rond de tienerleeftijd retinitis pigmentosa optreedt. Dit is een ziekte aan het oog waarbij schade aan het netvlies ontstaat. De patiënt heeft eerst last van nachtblindheid, gevolgd door afname van het gezichtsvermogen. Vervolgens kan hij of zij ook het reukvermogen verliezen (anosmie) en last krijgen van doofheid. Veel klachten zijn neurologisch van aard, d.w.z. hebben te maken met de zenuwen en de aansturing van het lichaam. Er treden veranderingen op in het bewegen (de motoriek), het voelen (tastzin) en in de reflexen. Het lopen wordt onvast en men valt veel (ataxie). Er kan ook een ongewoon brandend of prikkelend gevoel op de huid van armen en benen ontstaan (paresthesie). Op de volwassen leeftijd treed spierafbraak op (atrofie), vooral van de onderbenen. Tijdens het opgroeien kunnen er botmisvormingen ontstaan: vooral een verkorting of verlenging van de middenvoetsbeentjes (korte en/of langere derde en vierde tenen), hamertenen, holvoeten, en een trechterborst. Andere klachten die minder vaak voorkomen, zijn een droge, schubbige huid (ichthyose), hartproblemen (cardiomyopathie), nierproblemen en autistische kenmerken. Het verstandelijke vermogen (kunnen denken) raakt niet aangetast.

Diagnose

De diagnose wordt vermoed op basis van bovenstaande symptomen. Vervolgens kan de diagnose worden gesteld door de hoeveelheid fytaanzuur in het bloed te meten. De diagnose wordt bevestigd door een stukje weefsel af te nemen, bijvoorbeeld van de huid. Daarin kan het enzymdefect van fytaanzuuroxidase worden gevonden. Er kan ook DNA-analyse worden gedaan om te achterhalen welk genetisch defect de ziekte veroorzaakt. De patiënt wordt daarna onderzocht om vast te stellen welke klachten er zijn en hoe ernstig ze zijn en om daar behandeling voor te starten. Een vroege diagnose bij de ziekte van Refsum, klassieke vorm, is heel belangrijk. Met behandeling zijn de vooruitzichten gunstig. Maar zonder behandeling zijn de vooruitzichten doorgaans slecht. Ernstige gevallen of een late diagnose kunnen levensbedreigend zijn. De voornaamste doodsoorzaken zijn hartritmestoornissen (aritmie) en hartfalen.

Behandeling

De ziekte van Refsum kan niet genezen. Wel zijn er twee behandelingen mogelijk om bepaalde klachten van de ziekte te verminderen.

De eerste behandeling bestaat uit een dieet waar geen fytaanzuur in zit. Dit dieet moet langdurig worden gevolgd. Een droge en schubbige huid (ichthyose), neurologische klachten zoals doof gevoel, prikkelingen, tintelingen, veranderd gevoel, pijn en evenwichtsstoornissen (neuropathie) en een stoornis in evenwicht en coördinatie (ataxie) kunnen verminderen of zelfs verdwijnen. Vermoed wordt dat ook de problemen met horen en zien worden vertraagd met dit dieet.

De tweede behandeling is plasmaferese of lipaferese. Hierbij wordt het bloed gescheiden in plasma en cellen. Het plasma met daarin fytaanzuur wordt afgenomen en vervangen door donorplasma of een andere vloeistof. De eigen bloedcellen blijven behouden. Het is dus eigenlijk een plasmawisseling. Deze behandeling wordt vooral gebruikt in acute situaties. Het kan ook regelmatig worden gedaan bij patiënten die de hoeveelheid fytaanzuur niet met een dieet onder controle krijgen.

Als patiënten ziek zijn (misselijk en braken), moeten vasten, bijvoorbeeld voor een ziekenhuisopname, of in korte tijd erg afvallen, kan er te veel fytaanzuur ineens vrijkomen. Dit kan riskant zijn. Het is daarom belangrijk dat patiënten met de ziekte van Refsum goed leren omgaan met hun ziekte. De diëtist en/of de behandelend arts kunnen instructie geven over het beperken van deze risico’s.

Naast deze twee behandelingen kan er apart behandeling worden gegeven voor specifieke klachten, zoals vochtinbrengende zalf bij een droge huid en hartmedicatie bij hartklachten.

Zwangerschap
Tijdens de zwangerschap kan de hoeveelheid fytaanzuur te hoog worden. Dit komt door toegenomen weefselafbraak (katabolisme). Dit risico is het grootst tijdens de laatste drie maanden van de zwangerschap. Er kunnen dan met name problemen ontstaan met het gezichtsvermogen (retinitis pigmentosa) waarbij het gezichtsveld kleiner wordt. De hoeveelheid fytaanzuur in plasma moet daarom heel goed gecontroleerd worden tijdens de zwangerschap.
 

Erfelijkheid

Stofwisselingsziekten zijn erfelijke ziekten. Het begrip ‘erfelijkheid’ is voor veel mensen ingewikkeld. We proberen het zo duidelijk mogelijk uit te leggen.
Het menselijk lichaam bestaat uit allemaal cellen. In de kern van iedere cel zitten chromosomen. Chromosomen zijn een soort strengen. Ze bestaan uit een stof die we DNA noemen. In dit DNA zit een soort ‘code’ waarin al onze erfelijke eigenschappen zijn vastgelegd. Het DNA is er in tweevoud: de helft van het DNA komt van de vader en de andere helft van de moeder.
Normaal gesproken zijn er per cel 22 gelijke chromosoomparen (autosomen). Het 23e paar is geslachtsbepalend en dus verschillend bij mannen en vrouwen: een vrouw heeft twee X-chromosomen en een man heeft een X- en een Y-chromosoom. Een man erft het Y-chromosoom altijd van zijn vader, een vrouw krijgt van haar vader én van haar moeder een X-chromosoom.
Op de chromosomen zitten de genen. Een gen is een stukje DNA. Elk gen beschrijft de code van een erfelijke eigenschap. Bijvoorbeeld hoe je eruitziet, hoe je lichaam werkt of hoe je bent. Ook de genen bestaan dus voor de helft uit materiaal afkomstig van vader en voor de andere helft uit materiaal afkomstig van moeder.

Autosomaal recessief
Deze stofwisselingsziekte erft ‘autosomaal recessief’ over. Autosomaal betekent dat het afwijkende gen niet op de geslachtschromosomen X en Y ligt maar op één van de 22 gewone chromosomen. Zowel jongens als meisjes kunnen de aandoening dan krijgen. Ook is het afwijkende deel van het gen van het ene chromosoom zwakker dan het functionerende deel van het gen van het andere chromosoom. Dit wordt bedoeld met de term recessief. Dit betekent meestal dat dragers van één afwijkend gen daarvan geen klachten hebben, omdat het functionerende gen op het andere chromosoom sterker is en de taak van het afwijkende gen compenseert.
Om ziekteverschijnselen te hebben zijn er dus twee afwijkende genen nodig. Iemand met een autosomaal recessief overervende stofwisselingsziekte heeft van allebei de ouders precies het afwijkende deel van het gen geërfd. Bij deze persoon zorgt deze combinatie voor een genetische code die niet werkt. Hierdoor kan één enzym of eiwit niet of niet voldoende worden gemaakt. Dat zorgt voor de ziekteverschijnselen.

Dragerschap en overerving
In de meeste gevallen hebben beide ouders nergens last van. Zij zijn dan gezonde dragers. Het functionerende gen op het andere chromosoom zorgt ervoor dat het benodigde enzym of eiwit bij hen voldoende aangemaakt wordt. Elk mens heeft ongeveer 25.000 genen. En elk mens draagt ten minste zeven recessieve afwijkende genen met zich mee. Deze afwijkende genen maken ons deels tot unieke individuen. Maar zorgen er dus ook voor dat er ineens een kind geboren kan worden met een erfelijke aandoening. Zonder dat die aandoening in de familie voorkomt. Zonder dat ouders wisten dat zij drager waren.
Als we weten dat beide ouders drager zijn van hetzelfde afwijkende gen, weten we dat ze bij elke zwangerschap een kans van 1 op 4 (25%) hebben op een kind met de ziekte. Ook hebben ze een kans van 3 op 4 (75%) op een kind dat niet ziek is. Van de gezonde kinderen zal 2/3, net als de ouders, gezonde drager zijn. Deze kinderen kunnen de ziekte alleen doorgeven als hun partner ook dezelfde afwijking heeft op zijn of haar DNA.

Overige informatie

Omim nummer

Synoniemen:

Adult Refsum disease 1
Hereditary Motor and Sensory Neuropathy IV
Erfelijke motorische en sensorische neuropathie type 4
HMSN 4
Phytanoyl-CoA hydroxylase deficiency
Fytanoyl-CoA-hydroxylasedeficiëntie
Phytanic acid oxidase deficiency
Fytaanzuuroxidasedeficiëntie
Syndroom van Refsum
Fytaanzuur Stapelingsziekte
Heredopathia Atactica Polyneuritiformis
Hypertrofe Neuropathie van Refsum
Cornificatiestoornis 11 (Fytaanzuur Type)

 

Meest gebruikte naam

Klassieke Refsum (phytanoyl-CoA hydroxylase)

Informatie voor kinderen:

stripalgemeen

Stripboek

Zijn er leden met deze ziekte?

Er is één lid met ‘Klassieke Refsum (phytanoyl-CoA hydroxylase)’ bij ons aangemeld.

Datum laatst bewerkt:

02 March 2021

Disclaimer

Aan de ziekte-informatie kunnen geen rechten worden ontleend. De informatie is mogelijk niet op alle punten actueel, omdat de ontwikkelingen en inzichten snel kunnen gaan. VKS tracht de ziekte-informatie zo goed mogelijk actueel te houden.
Ervaringsverhalen zijn persoonlijke verhalen. De beschrijving van de ziekte en symptomen gelden voor deze persoon. Zoals voor veel erfelijke ziekten geldt, is er een behoorlijke variatie in ernst onder de patiënten. U kunt uit dit verhaal dan ook geen algemene conclusies trekken. Het verhaal geeft slechts een beeld hoe het leven met deze stofwisselingsziekte in de praktijk eruit kan zien.

Heeft u hulp nodig bij het inloggen?

Vond u deze informatie nuttig? Help ons dan om dit in stand te houden.

Reacties zijn gesloten.