Gyraatatrofie (hyperornithinemie)

Gyraatatrofie (hyperornithinemie) 

Inleiding

Hyperornithinemie is een zeldzame, erfelijke stofwisselingsziekte. Met 'stofwisseling' wordt het omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam bedoeld. Dat is nodig voor de opbouw van weefsels, zoals spieren, botten en organen en voor het vrijmaken van energie. De stofwisseling vindt plaats in alle cellen van ons lichaam, waar enzymen hun werk doen. Als er iets mis is met een enzym, is de stofwisseling verstoord. Een bepaalde stof kan niet meer worden omgezet en hoopt zich op in de cel, terwijl het mogelijk belangrijke product te weinig of soms helemaal niet meer gevormd wordt. Deze situatie kan tot min of meer ernstige klachten leiden. Dit noemen we een stofwisselingsziekte.

Achtergrond
Hyperornithinemie werd voor het eerst beschreven als stofwisselingsziekte in 1973 door Simell en Takki. De ziekte wordt gekenmerkt door afbraak van het vaatvlies in het oog, leidend tot blindheid en afbraak van type II spiervezels. De specifieke patronen van de oogproblemen bij hyperornithinemie werden aan het eind van de negentiende eeuw al beschreven.

Eiwitten en aminozuren
In onze voeding kunnen we drie verschillende soorten voedingsstoffen onderscheiden: vetten, koolhydraten (suikers) en eiwitten. Er zijn een heleboel verschillende soorten eiwitten. Ze zitten bijvoorbeeld in vlees, melkproducten, brood en andere graanproducten, en peulvruchten.
Eiwitten worden op allerlei plaatsen in het lichaam gebruikt. Allereerst zijn ze een bouwstof voor spieren en geven ze stevigheid aan de huid en de botten. Veel eiwitten zijn betrokken bij de opname en verwerking van andere stoffen in het lichaam. Hormonen zijn gemaakt van eiwitten, net als antistoffen, die door het immuunsysteem worden gemaakt om virussen en bacteriën op te ruimen.
Voor al die verschillende functies zijn verschillende eiwitten nodig. Die krijgen we niet allemaal kant en klaar binnen via de voeding. In ons lichaam worden de eiwitten die we eten eerst afgebroken. Daarna maakt het lichaam er precies die eiwitten van die het nodig heeft.
Alle verschillende eiwitten zijn opgebouwd uit een beperkt aantal bouwstenen, de aminozuren. Je zou eiwitten kunnen vergelijken met kralenkettingen. Er zijn twintig verschillende soorten kralen (de aminozuren), waarmee je bijna oneindig veel verschillende kettingen kunt rijgen. Alle eiwitten die het lichaam binnenkrijgt met de voeding, worden dus eerst afgebroken tot aminozuren, waarna het lichaam er nieuwe eiwitten van 'rijgt'.
Aminozuren die 'over' zijn, worden door de cellen afgebroken tot kleinere onderdelen, waarna ze als bouwstof dienen of als afvalstoffen het lichaam verlaten.
Naast de twintig aminozuren waaruit eiwitten worden opgebouwd, zijn er ook aminozuren die geen deel uitmaken van eiwitten. Deze aminozuren spelen een rol in andere processen in de cel.

Ornithine
Ornithine is een aminozuur dat niet wordt gebruikt om eiwitten van te maken. Het speelt een rol in de vorming van creatine, een stof die helpt energie naar de spieren te vervoeren, en in de ureumcyclus, de vorming van ureum uit het voor het lichaam giftige ammoniak. Ornithine wordt gevormd uit het aminozuur arginine.

Het defecte of ontbrekende enzym
Hyperornithinemie wordt veroorzaakt door een mutatie in het OAT gen. Hierdoor wordt het enzym ornithine aminotransferase (OAT) niet of onvoldoende gemaakt. Dit enzym is verantwoordelijk voor de omzetting van ornithine en α-ketoglutaraat in pyrroline-5-carboxylaat (P5C) en het aminozuur glutamaat. Een tekort aan ornithine aminotransferase leidt tot stapeling van het aminozuur ornithine.

Zeldzaamheid
Wereldwijd zijn 200 gevallen van hyperornithinemie geconstateerd. Het is nog niet bekend hoe vaak de ziekte precies voorkomt. In Finland komt de ziekte het meest voor, namelijk bij 1 op de 50.000 levendgeborenen.
 

Symptomen

Hyperornithinemie begint meestal met bijziendheid en nachtblindheid in de kindertijd. Het buitenste deel van het gezichtsveld, daar waar je “vanuit de ooghoeken” ziet, wordt steeds slechter. Dit gaat gepaard met specifieke patronen van afbraak van het vaatvlies, het deel van het oog waar de bloedvaten langslopen. Tijdens de tiener en twintiger jaren worden deze gebieden groter. Aan het eind van de tienerjaren ontwikkelen de meeste patiënten staar (cataract), ofwel vertroebeling van de ooglens. De progressie van de ziekte leidt tot verkleining van het blikveld, tunnelvisie, en uiteindelijk tot blindheid. Patiënten worden volledig blind tussen hun 40e en 50e levensjaar. Bij de meeste patiënten gebeurt dit echter al voor hun veertigste levensjaar.

Het ornithine niveau is verhoogd in het bloedplasma, de urine, het hersenvocht en het kamervocht (in oog).
De meeste patiënten hebben een normale intelligentie, hoewel sommigen een lichte achterstand vertonen.
De type II spiervezels in de spieren worden afgebroken. Type II spiervezels zijn verantwoordelijk voor korte, snelle aanspanning van de spieren, zoals bij sprinten. Ondanks de atrofie van type II spiervezels, zijn er bij de meeste patiënten geen spiersymptomen. Sommige patiënten presteren wel minder goed op een kracht- en snelheidstest. De progressie van de ziekte leidt tot compleet verlies van type II spiervezels, maar deze progressie is langzamer dan die van de oogproblemen.
 

Diagnose

De eerste symptomen van hyperornithinemie zijn oogproblemen. De specifieke patronen van afbraak van het vaatvlies zijn zichtbaar voor een oogarts. De diagnose hyperornithinemie wordt gemaakt aan de hand van sterk verhoogde ornithine niveaus in bloedplasma en urine in vergelijking met andere aminozuren. Een verlaagde enzymactiviteit van OAT in het bloed of een stukje huid bevestigt de diagnose.

Behandeling

Hyperornithinemie is niet te genezen. De behandeling is gericht op het verlichten van de symptomen en het vertragen van de progressie van de ziekte.

Een deel van de patiënten reageert goed op een supplement van vitamine B6. Vitamine B6 werkt als cofactor voor het enzym OAT bij de omzetting van ornithine in de stof P5C. P5C is de voorloper van de aminozuren proline en glutamaat. Wanneer er nog enige restactiviteit is van OAT helpt vitamine B6 bij de werking van het enzym en verlaagt het de ornithine concentratie in het bloedplasma.

Ornithine wordt door het lichaam gemaakt uit het aminozuur arginine. Een dieet beperkt in eiwit, en daarmee in arginine, in combinatie met een aminozuursupplement zonder arginine, kan helpen de ornithine concentratie in het bloedplasma te verlagen.

Een creatine supplement vertraagt de spierafbraak, maar heeft geen effect op de oogproblemen.
 

Erfelijkheid

Stofwisselingsziekten zijn erfelijke ziekten. Dat betekent dat je met de ziekte geboren wordt en er niet van kan genezen. Het betekent meestal dat de ouders van te voren niet hadden kunnen weten dat hun kind ziek zou worden. In de meeste gevallen hebben beide ouders nergens last van. Zij zijn dan “gezonde dragers” van een afwijkend gen en hebben daarnaast het normale gen (zie onder). Het normale gen zorgt ervoor dat het benodigde enzym bij hen voldoende aangemaakt wordt. Een kind met de ziekte heeft twee afwijkende genen en mist het normale gen. Daardoor wordt het enzym niet of onvoldoende aangemaakt.

Autosomaal recessief
In elke cel van het lichaam is het erfelijke materiaal in tweevoud aanwezig en is verdeeld in chromosoomparen. Er zijn per cel 22 gelijke paren (autosomen), terwijl het 23e paar geslacht-bepalend is en verschilt tussen een vrouw, die twee X chromosomen heeft en een man die een X en een Y chromosoom heeft.

Deze stofwisselingsziekte erft ‘autosomaal recessief’ over. Autosomaal betekent dat het afwijkende gen op één van de 22 gewone chromosomen ligt. Zowel jongens als meisjes kunnen ziek zijn. Daarnaast is een afwijkend gen op een van de twee chromosomen ondergeschikt aan het normale gen op het andere chromosoom (recessief), die in dat geval compenseert. Dit gebeurt bij een “gezonde dragers”, die de ziekte dus niet zal krijgen. Er zijn dus twee afwijkende genen nodig om de ziekte te krijgen. Een kind met een stofwisselingsziekte heeft van allebei zijn ouders een afwijkend gen geërfd.

De ouders zijn niet ziek, maar zijn wel drager van het afwijkende gen. Daardoor hebben ze 25% kans (1 op 4) bij elke zwangerschap op een kind met de ziekte. Ook hebben ze 75% (3 op 4) kans op een kind dat niet ziek is. Daarvan zal 2/3, net als de ouders, gezonde drager zijn. Deze kinderen kunnen de ziekte alleen doorgeven als hun partner ook dezelfde afwijking heeft op zijn DNA.
 

Overige informatie

Omim nummer

Synoniemen:

Hyperornithinemie
Ornithine aminotransferase deficiëntie
OAT deficiëntie
Ornithine keto acid aminotransferase deficiëntie
Ornithine-δ-aminotransferase deficiëntie
Gyraatatrofie van de choreoidea en retina

Meest gebruikte naam

Hyperornithinemie

Informatie voor kinderen:

stripalgemeen

Stripboek

Zijn er leden met deze ziekte?

Er zijn 2 leden met ‘Gyraatatrofie (hyperornithinemie)’ bij ons aangemeld.

Datum laatst bewerkt:

06 May 2014

Autorisatie door:

drs. H. de Klerk

Disclaimer

Aan de ziekte-informatie kunnen geen rechten worden ontleend. De informatie is mogelijk niet op alle punten actueel, omdat de ontwikkelingen en inzichten snel kunnen gaan. VKS tracht de ziekte-informatie zo goed mogelijk actueel te houden.
Ervaringsverhalen zijn persoonlijke verhalen. De beschrijving van de ziekte en symptomen gelden voor deze persoon. Zoals voor veel erfelijke ziekten geldt, is er een behoorlijke variatie in ernst onder de patiënten. U kunt uit dit verhaal dan ook geen algemene conclusies trekken. Het verhaal geeft slechts een beeld hoe het leven met deze stofwisselingsziekte in de praktijk eruit kan zien.

Heeft u hulp nodig bij het inloggen?

Vond u deze informatie nuttig? Help ons dan om dit in stand te houden.

Reageren is niet mogelijk