Guanidinoacetaat methyltransferase deficiëntie (GAMT)

Guanidinoacetaat methyltransferase deficiëntie (GAMT) 

Inleiding

Je lichaam maakt creatine (zie figuur) 1: In de nieren worden de aminozuren arginine en glycine omgezet in guanidinoacetaat (GAA); 2: In de lever zet het enzym guanidinoacetaatmethyltransferase (GAMT) GAA om in creatine. Vervolgens wordt creatine door het lichaam verspreid. Vooral in de spieren en hersenen speelt creatine een belangrijke rol.

image

+glycine

Figuur: omzetting van arginine naar creatine

Het defecte enzym
Bij GAMT deficiëntie werkt het enzym GAMT niet. Patiënten met een GAMT deficiëntie kunnen GAA dus niet omzetten in creatine. Hierdoor is er te weinig creatine en teveel GAA in het lichaam. Creatine is vooral essentieel voor een goede hersenwerking. Een tekort aan creatine leidt tot schade aan de hersenen en het zenuwstelsel. Daarnaast zorgt het teveel GAA ook dat de hersenen minder goed werken. Het is dus belangrijk om zo snel mogelijk te behandelen om zoveel mogelijk schade te voorkomen.

Zeldzaam
GAMT deficiëntie is erg zeldzaam. Tot nu toe zijn wereldwijd ongeveer 50 patiënten met GAMT deficiëntie beschreven.

Symptomen

De meest voorkomende symptomen bij patiënten met GAMT deficiëntie zijn verstandelijke achterstand, epilepsie en gedragsproblemen, zoals autistische kenmerken en hyperactiviteit. Ook krijgt de helft van de patiënten last van bewegingsstoornissen. Die ontstaan vaak al op jonge leeftijd, maar patiënten kunnen ze ook op latere leeftijd pas ontwikkelen. 

Diagnose

Patiënten met een GAMT deficiëntie hebben een te kort aan creatine en een te veel aan GAA in bloed, urine en hersenvocht zitten. Als de arts een patiënt verdenkt van een GAMT deficiëntie laat hij vaak eerst in het laboratorium bloed en urine onderzoeken op de hoeveelheid creatine en GAA. Als hierin aanwijzingen gevonden worden voor GAMT deficiëntie, zijn er drie mogelijke vervolgonderzoeken. Artsen kunnen de hoeveelheid creatine in de hersenen meten met een speciaal soort MRI (MRS). Daarnaast kunnen laboranten in huidcellen of witte bloedcellen bepalen hoe goed het enzym GAMT werkt. Een ander mogelijk onderzoek is DNA-onderzoek. Laboranten kunnen onderzoeken of een patiënt een mutatie  in het GAMT-gen heeft.

Prenatale diagnostiek

Prenatale diagnostiek is mogelijk als bekend is dat beide ouders drager zijn van een mutatie in het GAMT gen. Er wordt dan DNA-onderzoek verricht in een vlokkentest die verricht kan worden vanaf 11 weken zwangerschapsduur.

Behandeling

Er is een behandeling mogelijk voor patiënten met een GAMT deficiëntie. Het doel van de behandeling is om te zorgen dat er genoeg creatine in het lichaam is en dat de hoeveelheid GAA niet te hoog is. De behandeling zorgt ervoor dat de verschijnselen van de ziekte niet verergeren. Patiënten krijgen deze behandeling dus de rest van hun leven.

Supplementen
Patiënten moeten creatinesupplementen slikken met een hoge dosis creatine. De hoge dosis creatine remt het enzym dat GAA maakt. Door deze behandeling daalt daarom ook de hoeveelheid GAA in het lichaam. Daarnaast kunnen ornithinesupplementen de hoeveelheid GAA ook verminderen door het enzym dat GAA maakt te remmen (zie fig. 1).

Dieet
De GAA productie kan ook geremd worden met een arginine-arm dieet. GAA wordt namelijk van arginine gemaakt. Als er minder arginine in het lichaam is, kan er ook minder GAA gemaakt worden.

Effect van behandeling
Bovenstaande behandeling geeft een toename van creatine en een afname van GAA in de hersenen. Dit kan de arts meten met het MRS onderzoek (soort MRI) van de hersenen. De epilepsie neemt af, de bewegingstoornissen verminderen en de motorische ontwikkeling en het gedrag verbeteren. De spraak en het IQ verbeteren helaas niet duidelijk. Als vroeg wordt begonnen met de behandeling geeft dit waarschijnlijk wel een betere spraak en verstandelijke ontwikkeling. Een vroege opsporing van de ziekte is dus belangrijk voor een goede ontwikkeling.

Anti-epileptica
Patiënten met epilepsie krijgen daarnaast anti-epileptische medicijnen om de aanvallen te beperken. 

Erfelijkheid

Erfelijkheid

Stofwisselingsziekten zijn erfelijke ziekten. Meestal wordt dan gedacht aan ziekten of eigenschappen die al generaties ‘in de familie’ zitten, maar dat hoeft niet altijd zo te zijn. We proberen het zo duidelijk mogelijk uit te leggen.
Het menselijk lichaam bestaat uit allemaal cellen. In de kern van iedere cel zitten chromosomen. Chromosomen zijn strengen erfelijk materiaal. Ze bestaan uit een stof die we DNA noemen. In dit DNA zit een soort ‘code’ waarin al onze erfelijke eigenschappen zijn vastgelegd. Het DNA is er in tweevoud: de ene helft van het DNA komt van de vader en de andere helft van de moeder.
Normaal gesproken zijn er per cel 22 gelijke chromosoomparen (autosomen). Het 23e paar is geslachtsbepalend en dus verschillend bij mannen en vrouwen: een vrouw heeft twee X-chromosomen en een man heeft een X- en een Y-chromosoom. Een man erft het Y-chromosoom altijd van zijn vader en het X-chromosoom van zijn moeder. Een vrouw krijgt van haar vader én van haar moeder een X-chromosoom.
Op de chromosomen zitten de genen. Een gen is een stukje DNA. Elk gen beschrijft de code van één erfelijke eigenschap. Bijvoorbeeld hoe je eruitziet en hoe je lichaam werkt. Van elk gen zijn er twee kopieën: één afkomstig van de moeder, één afkomstig van de vader. Als er een verandering in een gen optreedt, heet dat een mutatie.

Autosomaal recessief

Deze stofwisselingsziekte erft ‘autosomaal recessief’ over. Autosomaal betekent dat het afwijkende gen (het gen met de mutatie) niet op de geslachtschromosomen X en Y ligt maar op één van de 22 gewone chromosomen. Zowel jongens als meisjes kunnen de aandoening dan krijgen. Ook is de kopie van het gen op het ene chromosoom zwakker dan de functionerende kopie van het gen op het andere chromosoom. Dit wordt bedoeld met de term recessief. Dit betekent meestal dat dragers van één afwijkend gen daarvan geen klachten hebben, omdat het functionerende gen op het andere chromosoom wel werkt en de taak van de afwijkende kopie compenseert.
Om ziekteverschijnselen te hebben zijn er dus twee afwijkende genen nodig. Iemand met een autosomaal recessief overervende stofwisselingsziekte heeft van allebei de ouders precies het afwijkende deel van het gen geërfd. Bij deze persoon zorgt deze combinatie voor een genetische code die niet werkt. Hierdoor kan één enzym of eiwit niet of niet voldoende worden gemaakt. Dat zorgt voor de ziekteverschijnselen.

Dragerschap en overerving

In de meeste gevallen hebben beide ouders nergens last van. Zij zijn dan gezonde dragers. Het functionerende gen op het andere chromosoom zorgt ervoor dat het benodigde enzym of eiwit bij hen voldoende wordt aangemaakt. Elk mens heeft ongeveer 25.000 genen. En elk mens draagt meerdere recessief afwijkende genen met zich mee en merkt daar meestal helemaal niets van. De variatie in onze genen, inclusief de recessieve afwijkingen, maken ons tot unieke individuen. Maar zorgen er dus ook voor dat er ineens een kind kan worden geboren met een erfelijke aandoening. Zonder dat die aandoening in de familie voorkomt. Zonder dat ouders wisten dat zij drager waren.
Als we weten dat beide ouders drager zijn van hetzelfde afwijkende gen, weten we dat ze bij elke zwangerschap een kans van 1 op 4 (25%) hebben op een kind met de ziekte. Ook hebben ze een kans van 3 op 4 (75%) op een kind dat niet ziek is. Van de gezonde kinderen zal 2/3, net als de ouders, gezonde drager zijn. Deze kinderen kunnen de ziekte alleen doorgeven als hun partner ook dezelfde afwijking heeft op zijn of haar DNA.

Overige informatie

Omim nummer

Synoniemen:

Guanidinoacetaat methyltransferase deficiëntie
Guanidinoacetate methyltransferase deficiency
GAMT deficiency / deficiëntie
Creatine deficiëntie veroorzaakt door GAMT deficiëntie

Meest gebruikte naam

GAMT deficiëntie

Zorgpad:


Zorgpad 2.0 Guanidinoacetaat methyltransferase deficiëntievoor patiënten

Zorgpad 2.0 Guanidinoacetaat methyltransferase deficiëntievoor patiënten

Zorgpad 2.0 Guanidinoacetaat methyltransferase deficiëntie voor behandelaren

Zorgpad 2.0 Guanidinoacetaat methyltransferase deficiëntie voor behandelaren

Informatie voor kinderen:

stripalgemeen

Stripboek

Zijn er leden met deze ziekte?

Er zijn 2 leden met ‘Guanidinoacetaat methyltransferase deficiëntie (GAMT)’ bij ons aangemeld.

Datum laatst bewerkt:

21 June 2021

Autorisatie door:

Dr. G.S. Salomons/J. van de Kamp

Disclaimer

Aan de ziekte-informatie kunnen geen rechten worden ontleend. De informatie is mogelijk niet op alle punten actueel, omdat de ontwikkelingen en inzichten snel kunnen gaan. VKS tracht de ziekte-informatie zo goed mogelijk actueel te houden.
Ervaringsverhalen zijn persoonlijke verhalen. De beschrijving van de ziekte en symptomen gelden voor deze persoon. Zoals voor veel erfelijke ziekten geldt, is er een behoorlijke variatie in ernst onder de patiënten. U kunt uit dit verhaal dan ook geen algemene conclusies trekken. Het verhaal geeft slechts een beeld hoe het leven met deze stofwisselingsziekte in de praktijk eruit kan zien.

Heeft u hulp nodig bij het inloggen?

Vond u deze informatie nuttig? Help ons dan om dit in stand te houden.