GM1 Gangliosidose (β-galactosidase deficiëntie)

GM1 Gangliosidose (β-galactosidase deficiëntie) 

Inleiding

GM1 Gangliosidose is een zeldzame, erfelijke stofwisselingsziekte. Met 'stofwisseling' wordt het omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam bedoeld. Dat is nodig voor de opbouw van weefsels, zoals spieren, botten en organen en voor het vrijmaken van energie. De Stofwisseling vindt plaats in alle cellen van ons lichaam, waar enzymen hun werk doen. Als er iets mis is met een enzym, is de stofwisseling verstoord. Een bepaalde stof kan niet meer worden omgezet en hoopt zich op in de cel, terwijl het mogelijk belangrijke product te weinig of soms helemaal niet meer gevormd wordt. Deze situatie kan tot min of meer ernstige klachten leiden. Dit noemen we een stofwisselingsziekte.

Achtergrond
In de jaren '60 van de vorige eeuw werden de eerste patiënten beschreven die GM1 gangliosidose zouden blijken te hebben. Zij vertoonden kenmerken van bekende ziekten – Tay Sachs, Hurler, Niemann-Pick – maar waren op sommige punten duidelijk verschillend van die ziekten. Toen duidelijk werd welk enzymdefect aan de ziekte ten grondslag lag, bleek dat GM1 gangliosidose inderdaad een apart ziektebeeld was. Ook bleek dat hetzelfde enzymdefect de oorzaak was van een andere ziekte: Morquio type B (MPS 4). Deze ziekte wordt apart beschreven.
Zowel GM1 gangliosidose als Morquio type B zijn lysosomale stapelingsziekten.

Lysosomale stapelingsziekten
Lysosomen zijn onderdelen in de cellen van een mens. Het zijn in feite de recyclefabriekjes van de cel, waar moleculen worden afgebroken. Dit zijn oude, kapotte cel onderdelen, of bijvoorbeeld delen van virussen of bacteriën die door het lichaam zijn vernietigd. In deze lysosomen worden grote moleculen in kleinere stukken geknipt, waarna ze vervolgens door de Cel hergebruikt worden. De gemiddeld 300 lysosomen in een Cel zijn zeer verschillend. Hun vorm is afhankelijk van welke moleculen ze precies moeten afbreken. Binnen een lysosoom zijn zo’n vijftig enzymen actief, die elk een specifieke stap in het verknippen van een stof uitvoeren. Als er een Enzym ontbreekt of zijn werk niet goed doet, kan één stap in de verwerking niet worden uitgevoerd. De stof die verwerkt had moeten worden, hoopt zich dan op in het lysosoom. Vandaar de naam lysosomale stapelingsziekten: een ongewenste stof stapelt zich op in het lysosoom. Dit heeft gevolgen voor de cel en uiteindelijk ook voor de organen en het lichaam.

Sphingolipiden
De groep lysosomale stapelingsziekten is verder onder te verdelen naar de soort ongewenste stof die zich in de lysosomen opstapelt. Bij de sphingolipiden is dat een bepaald type vetten. Die hopen zich op in de lysosomen waardoor de cellen extreem groot worden en er onder de microscoop schuimachtig uitzien. De precieze samenstelling van die schuimcellen verschilt en is vaak kenmerkend voor een bepaalde ziekte.

Het defecte Enzym bij GM1 Gangliosidose
GM1 gangliosidose wordt veroorzaakt door een defect in het enzym β-galactosidase. GM1 gangliosidosepatiënten hebben dit enzym nog wel, maar het vertoont weinig tot geen activiteit. De ernst van de ziekte hangt af van hoeveel restactiviteit het enzym nog heeft.

Zeldzaamheid
GM1 gangliosidose is een zeldzame ziekte. Naar schatting komt de ziekte in Nederland bij ongeveer 1 op de 244.000 levend geboren kinderen voor. Dat betekent dat er minder dan 1 kindje per jaar met de ziekte wordt geboren. De B-variant van de ziekte van Morquio komt nog minder vaak voor: naar schatting bij ongeveer 1 op de 715.000 levend geboren kinderen.

Symptomen

Het typische verloop van GM1 gangliosidose is een ziekte die zich in de eerste levensmaanden openbaart en snel voortschrijdt. Er blijkt echter veel variatie mogelijk in de aanvangsleeftijd en het verloop. Daarom wordt de ziekte meestal onderverdeeld in drie typen. Type 1 is de infantiele vorm en komt het meest voor. Patiënten die op jeugdige leeftijd verschijnselen krijgen, hebben type 2 en patiënten met een laat-optredende of chronische vorm van de ziekte hebben type 3. Over het algemeen zegt de leeftijd waarop de ziekte begint iets over het te verwachten verloop van de ziekte.

Infantiele GM1 gangliosidose (type 1)
De meeste patiëntjes worden normaal geboren. Na drie tot zes maanden wordt duidelijk dat hun hersenen ernstig beschadigd zijn. Daarna gaan hun functies snel achteruit.
De patiënten reageren soms erg heftig op onverwachte geluiden en hebben hyperactieve reflexen. In het begin van hun ziekte hebben de kinderen vaak erg slappe spieren. Later worden ze eerder gespannen en spastisch, vaak met frequente (epileptische) aanvallen.
De kinderen hebben vaak oogafwijkingen (de zgn. ‘kersrode vlek’ van het netvlies en troebel hoornvlies) en vrijwel altijd een vergrote lever en milt, waardoor ze een bolle buik kunnen hebben.

In sommige gevallen hebben de kinderen al bij hun geboorte lichamelijke of neurologische afwijkingen. Zij eten vaak slecht en komen te weinig aan in hun eerste weken. Soms hebben ze vochtophopingen in hun buik of ledematen. De meeste patiënten overlijden binnen enkele jaren na het begin van hun ziekte.

Laat-infantiele of juveniele GM1 gangliosidose (type 2)
Deze variant van GM1 gangliosidose begint meestal rond het eerste of tweede levensjaar, na een normale ontwikkeling. De eerste symptomen zijn vaak problemen met lopen en eten. Daarna gaan ze lichamelijk en geestelijk steeds verder achteruit. Ze hebben meestal geen botafwijkingen of vergrote organen.
Deze variant is zeldzamer dan de type 1. De kinderen worden meestal niet oud, maar daarin zijn grote verschillen gevonden.

Adulte of chronische GM1 gangliosidose (type 3)
De volwassen variant van GM1 gangliosidose is erg zeldzaam en komt voornamelijk voor in Japan. Deze patiënten ontwikkelen zich in eerste instantie normaal. Het begin van de ziekte kan al vroeg in de jeugd zijn, maar ook op tienerleeftijd. Een belangrijk kenmerk is dat de patiënten geleidelijk steeds meer bewegingsstoornissen krijgen. Het begint met loopmoeilijkheden en spraakstoornissen, maar geleidelijk krijgen ze een steeds verkrampter postuur. Hun verstandelijke vermogens gaan niet noemenswaardig achteruit.
De levensverwachting van deze patiënten loopt sterk uiteen. Sommigen overlijden kort na hun twintigste levensjaar, anderen worden minstens veertig.

 

Diagnose

De diagnose van GM1 gangliosidose kan worden vermoed op basis van uiterlijke symptomen, maar moet worden bevestigd met laboratoriumonderzoek. Daarbij kijken de onderzoekers vaak naar het uitscheidingspatroon in de urine. De aanwezigheid van bepaalde lange suikerketens is een sterke aanwijzing voor de ziekte. De definitieve bevestiging volgt als de enzymactiviteit in bloedcellen of huidcellen van de patiënt wordt bepaald.

Behandeling

GM1 gangliosidose is niet te genezen. Ook is er geen specifieke behandeling beschikbaar waarmee de symptomen opgeheven kunnen worden. De behandeling bestaat er voornamelijk uit het leven van de patiënt zo draaglijk mogelijk te maken.

Erfelijkheid

Stofwisselingsziekten zijn erfelijke ziekten. Mensen vinden erfelijkheid ingewikkeld. We proberen het zo duidelijk mogelijk uit te leggen.

Het menselijke lichaam bestaat uit allemaal cellen. In de kern van elke cel is erfelijk materiaal aanwezig. Dit noemen we DNA. Het DNA bevat alle erfelijke eigenschappen. Dat DNA is er in tweevoud: de helft van het DNA komt van de vader en de andere helft van de moeder. De chromosomen bevatten stijf opgerolde DNA-strengen. Je kunt ze onder een microscoop waarnemen, als de cel zich deelt. Er zijn normaal gesproken per cel 22 gelijke paren chromosomen (autosomen), terwijl het 23e paar geslacht-bepalend is en bij een vrouw twee X chromosomen en bij een man een X en een Y chromosoom heeft. Een man erft het Y chromosoom altijd van zijn vader een vrouw krijgt van haar moeder een X chromosoom en van haar vader het andere X chromosoom. De chromosomen bevatten de genen die met een hele lange streng letters een recept of code vormen voor één erfelijke eigenschap. Ook de genen bestaan dus voor de helft uit materiaal afkomstig van vader en voor de andere helft uit materiaal afkomstig van moeder.

Autosomaal recessief
Deze stofwisselingsziekte erft ‘autosomaal recessief’ over. Autosomaal betekent dat het afwijkende gen op één van de 22 gewone chromosomen ligt , niet op de geslachtschromosomen X en Y. Zowel jongens als meisjes kunnen de aandoening dan krijgen. Ook is het afwijkende deel van het gen ondergeschikt aan het functionele gen afkomstig van het andere chromosoom. Dit wordt bedoeld met de term recessief. Dit betekent meestal dat dragers van één afwijkend gen daarvan geen klachten hebben, omdat het functionerende gen  op het andere chromosoom de taak van het afwijkende gen compenseert.

Er zijn dus twee afwijkende genen nodig om ziekteverschijnselen te hebben. Een persoon met een autosomaal overervende stofwisselingsziekte heeft van allebei de ouders precies het afwijkende deel van het gen geërfd. Bij deze persoon zorgt deze combinatie voor een genetische code die niet werkt. Hierdoor kan één enzym of eiwit niet of niet voldoende worden gemaakt. Dat zorgt voor de ziekteverschijnselen.

Dragerschap en overerving
In de meeste gevallen hebben beide ouders nergens last van. Zij zijn dan gezonde dragers. Het functionerende gen  op het andere chromosoom zorgt ervoor dat het benodigde enzym of eiwit bij hen voldoende aangemaakt wordt. Elk mens heeft ongeveer 25.000 genen. Elk mens draagt tenminste zeven recessieve afwijkende genen met zich mee. Deze afwijkende genen, maken ons deels tot unieke individuen. Maar zorgen er dus ook voor dat er ineens een kind geboren kan worden met een erfelijke aandoening. Zonder dat die aandoening in de familie voorkomt. Zonder dat ouders wisten dat zij drager waren.

Wanneer men weet dat beide ouders drager zijn van hetzelfde afwijkende gen, weten we dat ze bij elke zwangerschap een kans van 1 op 4 (25%)  hebben op een kind met de ziekte. Ook hebben ze 75% (3 op 4) kans op een kind dat niet ziek is. Van de gezonde kinderen zal 2/3, net als de ouders, gezonde drager zijn. Deze kinderen kunnen de ziekte alleen doorgeven als hun partner ook dezelfde afwijking heeft op zijn DNA.

Overige informatie

Omim nummer

Synoniemen:

GM1 Gangliosidose
β-galactosidase deficiency / deficiëntie
Beta-galactosidase-1 deficiency / deficiëntie
GLB1 deficiency / deficiëntie

Verschillende typen: 1, 2 en 3

Meest gebruikte naam

GM1 Gangliosidose

Kenniskaarten:

Informatie voor kinderen:

stripalgemeen

Stripboek

Zijn er leden met deze ziekte?

Er is één lid met ‘GM1 Gangliosidose (β-galactosidase deficiëntie)’ bij ons aangemeld.

Datum laatst bewerkt:

31 March 2014

Autorisatie door:

dr. M.A.A.P. Willemsen

Disclaimer

Aan de ziekte-informatie kunnen geen rechten worden ontleend. De informatie is mogelijk niet op alle punten actueel, omdat de ontwikkelingen en inzichten snel kunnen gaan. VKS tracht de ziekte-informatie zo goed mogelijk actueel te houden.
Ervaringsverhalen zijn persoonlijke verhalen. De beschrijving van de ziekte en symptomen gelden voor deze persoon. Zoals voor veel erfelijke ziekten geldt, is er een behoorlijke variatie in ernst onder de patiënten. U kunt uit dit verhaal dan ook geen algemene conclusies trekken. Het verhaal geeft slechts een beeld hoe het leven met deze stofwisselingsziekte in de praktijk eruit kan zien.

Heeft u hulp nodig bij het inloggen?

Vond u deze informatie nuttig? Help ons dan om dit in stand te houden.

Reacties zijn gesloten.