Galactosialidose

Galactosialidose 

Inleiding

Galactosialidose is een zeer zeldzame, erfelijke stofwisselingsziekte. Met 'stofwisseling' wordt het omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam bedoeld. Dat is nodig voor de opbouw van weefsels, zoals spieren, botten en organen en voor het vrijmaken van energie. De Stofwisseling vindt plaats in alle cellen van ons lichaam, waar enzymen hun werk doen. Als er iets mis is met een enzym, is de stofwisseling verstoord. Een bepaalde stof kan niet meer worden omgezet en hoopt zich op in de cel, terwijl het mogelijk belangrijke product te weinig of soms helemaal niet meer gevormd wordt. Deze situatie kan tot min of meer ernstige klachten leiden. Dit noemen we een stofwisselingsziekte.


Typen galactosialidose
Bij patiënten met galactosialidose ontbreekt er een beschermeiwit voor twee enzymen, die daardoor allebei hun werk niet kunnen doen. De kenmerken van de ziekten hebben dan ook overlap met andere ziekten, waarbij één van die enzymen ontbreekt. In 1978 werd voor het eerst een patiënt gevonden die beide enzymen niet leek te hebben. In 1982 werd het precieze defect ontdekt dat bij galactosialidosepatiënten voor de ziekteverschijnselen zorgt.
Er zijn verschillende typen galactosialidose, met grote verschillen in de ernst van de symptomen. Twee typen treden al op bij de geboorte of kort daarna (tot enkele maanden na de geboorte). De vroeg infantiele vorm is zeer ernstig, terwijl de laat-infantiele vorm vrij mild is. Het derde type is de juveniele vorm, waarbij de ziekte zich meestal in de jeugd openbaart.

Zeldzaamheid
Galactosialidose is zeer zeldzaam. Op de hele wereld zijn zo'n 70 patiënten bekend, waarvan de meeste uit Amerika of Italië komen. In Nederland komt de ziekte voor bij ongeveer 1 op de 2,5 miljoen levend geboren kinderen.

Achtergrond
Lysosomale stapelingsziekten
Lysosomen zijn onderdelen in de cellen van een mens. Het zijn in feite de recyclefabriekjes van de cel, waar moleculen worden afgebroken. Dit zijn oude, kapotte cel onderdelen, of bijvoorbeeld delen van virussen of bacteriën die door het lichaam zijn vernietigd. In deze lysosomen worden grote moleculen in kleinere stukken geknipt, waarna ze vervolgens door de Cel hergebruikt worden. De gemiddeld 300 lysosomen in een Cel zijn zeer verschillend. Hun vorm is afhankelijk van welke moleculen ze precies moeten afbreken. Binnen een lysosoom zijn zo’n vijftig enzymen actief, die elk een specifieke stap in het verknippen van een stof uitvoeren. Als er een Enzym ontbreekt of zijn werk niet goed doet, kan één stap in de verwerking niet worden uitgevoerd. De stof die verwerkt had moeten worden, hoopt zich dan op in het lysosoom. Vandaar de naam lysosomale stapelingsziekten: een ongewenste stof stapelt zich op in het lysosoom. Dit heeft gevolgen voor de cel en uiteindelijk ook voor de organen en het lichaam.

Stapeling van korte eiwit- en suikerketens
De stoffen die niet worden afgebroken bij galactosialidose, zijn zogenoemde 'oligosacchariden'. Dat zijn korte ketens van eiwitten en/of suikers. Het zijn stoffen die het lichaam nodig heeft om te groeien en voor stevigheid. Ze zitten bijvoorbeeld in botten of kraakbeen. In gezonde mensen worden zulke stoffen continu gemaakt en weer afgebroken. Zo worden ze steeds ververst. Het reclyclen gebeurt in de lysosomen. Bij patiënten met galactosialidose gaat er bij dat afbreken iets mis, waardoor het recycleproces ergens vastloopt.

Het defecte of ontbrekende enzym
Galactosialidose wordt veroorzaakt door een afwijking in lysosomaal eiwit dat twee functies heeft. Aan de ene kant heeft het een enzymfunctie. Het kan dus bepaalde eiwitten 'in stukken knippen'. Deze functie is bij galactosialidosepatiënten gewoon intact. De andere functie van het eiwit is een beschermende functie. Het eiwit wordt dan ook 'protective factor' (beschermfactor) genoemd. Het beschermende eiwit koppelt in het lysosoom aan twee andere, neuraminidase en β-galactosidase. Zo zorgt het ervoor dat die enzymen heel blijven en hun werk kunnen doen. Zonder de 'beschermfactor' werken deze twee enzymen niet of nauwelijks. Het is die beschermende functie die kapot is bij galactosialidose.

Verwante aandoeningen
Galactosialidose hoort bij een groep van ziekten, de zogenaamde 'glycoproteïne stapelingsziekten'. Bij alle ziekten in deze groep is er een enzymdefect waardoor de lichaamscellen bepaalde korte eiwit-en suikerketens niet kunnen afbreken. De andere ziekten in deze groep zijn:
α-Mannosidose (defect enzym: α-mannosidase)
β-Mannosidose (defect enzym: β-mannosidase)
α-Fucosidose (defect enzym: α-fucosidase)
Sialidose (defect enzym: α-neuraminidase)
Aspartylglucosaminurie (defect enzym: aspartylglucosaminidase)
Schindler's ziekte (defect enzym: α-N-galactosaminidase)
Mucolipidose 2 / I-cel ziekte (defect enzym: N-acetylglucosamine-1-fosfotransferase)
Mucolipidose 3 (defect enzym: N-acetylglucosamine-1-fosfotransferase)

Symptomen

Er is bij de galactosialidose een duidelijk onderscheid te maken in drie typen, met grote verschillen in de soort en de ernst van de symptomen.

Vroeg-infantiele galactosialidose
De vroeg-infantiele vorm van galactosialidose is de meest ernstige vorm. De ziekte uit zich meestal al bij de geboorte of vlak daarna. Sommige kindjes worden doodgeboren als gevolg van de ziekte.
De kinderen hebben vaak enorme vochtophopingen in hun hele lichaam. Daardoor hebben ze een bolle buik en flink opgezwollen geslachtsdelen. Hun gelaatstrekken zijn vaak grof. De buik is nog extra opgezet doordat de lever en milt groter zijn dan normaal. Liesbreuken komen vrij vaak voor bij deze kinderen. Ze hebben soms een slechte ontwikkeling van de botten, maar dat komt vaak niet aan het licht doordat de kinderen al overlijden voordat het een probleem kan worden.
Vanaf het begin hebben de kinderen zowel lichamelijk als geestelijke een ontwikkelingsachterstand en vaak gaan ze eerder achteruit dan vooruit. Deze kinderen leven dan ook maar kort. De meeste overlijden voordat ze acht maanden oud zijn, vaak door problemen aan het hart of de nieren, die door de ziekte ook aangetast worden.

Laat-infantiele galactosialidose
Een mildere vorm van galactosialidose is de laat-infantiele vorm. Kinderen met deze vorm hebben vaak geen of weinig geestelijke achterstand. Wel hebben ze vaak ernstige lichamelijke problemen. De lichamelijke symptomen verschijnen meestal in de eerste maanden na de geboorte.
De kinderen hebben grove gelaatstrekken en vaak een opgezette buik doordat hun lever en milt te groot zijn. Ook hun hart is vaak door de ziekte aangedaan, met name de hartkleppen kunnen voor problemen zorgen.
Deze kinderen hebben vrijwel altijd kort postuur, veroorzaakt door groeiachterstand en problemen met hun skelet. Soms ontwikkelen de botten zich slecht en ook de rugwervels zijn vaak aangedaan. Doofheid komt vaak voor bij deze patiënten. Ook kunnen ze oogproblemen hebben, zoals een vertroebeling van het hoornvlies (de buitenste laag van het oog).
De levensverwachting van patiënten lijkt redelijk. Echter, gezien de zeldzaamheid van deze ziekte is het niet mogelijk om hier een harde uitspraak over te doen.

Juveniele- galactosialidose
De meeste patiënten hebben de juveniele vorm van galactosialidose. In deze groep is een grote variatie in symptomen. Ook de leeftijd waarop die symptomen voor het eerst merkbaar worden, varieert sterk. Gemiddeld verschijnen de eerste symptomen rond het vijftiende levensjaar, maar er zijn patiënten die al in de peuterleeftijd symptomen hebben en ook patiënten die de dertig al gepasseerd zijn voordat de eerste verschijnselen van de ziekte duidelijk worden.
Juveniele galactosialidosepatiënten hebben meestal enigszins grove gelaatstrekken. Hun botten zijn meestal niet aangedaan door de ziekte, maar wel hebben ze vaak platte rugwervels. Een typisch lichamelijke kenmerk van deze vorm van galactosialidose is dat de patiënten kleine rode plekjes op hun huid hebben, soms al vanaf dat ze drie jaar oud zijn. Ook kunnen ze oogproblemen hebben.
Bij deze vorm zijn de hersenen bijna altijd aangedaan door de ziekte. De patiënten hebben een geestelijke achterstand en kunnen last hebben van epileptische aanvallen. Daarnaast kunnen ze bewegingsstoornissen hebben.

Diagnose

Als het vermoeden bestaat dat een patiënt galactosialidose (of een andere oligosaccharide) heeft, kan de urine getest worden. Als daarin veel korte eiwit- en suikerketens zitten, is dat een bevestiging van dat vermoeden. Voor de precieze diagnose moeten artsen de enzymactiviteit meten in cellen van de patiënt. Daarvoor wordt een stukje huid afgenomen.
Het is niet betrouwbaar om de activiteit van de 'protective factor' te meten, want meestal is de enzymfunctie van dat eiwit intact, terwijl de kapotte beschermfunctie de ziekte veroorzaakt. Daarom worden de huidcellen getest op een combinatie van twee andere enzymen: neuraminidase en bèta-galactosidase. Als er van beide enzymen weinig activiteit wordt gemeten, is de diagnose galactosialidose gesteld.

Het is mogelijk om Prenataal onderzoek te laten verrichtten wanneer er eerder een kind met galactosialidose in de familie geboren is. Dit is echter geen routineonderzoek, vanwege de zeldzaamheid van de ziekte.

Behandeling

Op dit moment is er geen behandeling bekend om de gevolgen van galactosialidose stoppen of de ziekte te genezen. Alles is gericht op het bestrijden van de symptomen van de ziekte, om kinderen zo aangenaam mogelijk te laten leven.

Erfelijkheid

Stofwisselingsziekten zijn erfelijke ziekten. Dat betekent dat je met de ziekte geboren wordt en er niet van kan genezen. Het betekent meestal dat de ouders van te voren niet hadden kunnen weten dat hun kind ziek zou worden. In de meeste gevallen hebben beide ouders nergens last van. Zij zijn dan “gezonde dragers” van een afwijkend gen en hebben daarnaast het normale gen (zie onder). Het normale gen zorgt ervoor dat het benodigde enzym bij hen voldoende aangemaakt wordt. Een kind met de ziekte heeft twee afwijkende genen en mist het normale gen. Daardoor wordt het enzym niet of onvoldoende aangemaakt.

Autosomaal recessief
In elke cel van het lichaam is het erfelijke materiaal in tweevoud aanwezig en is verdeeld in chromosoomparen. Er zijn per cel 22 gelijke paren (autosomen), terwijl het 23e paar geslacht-bepalend is en verschilt tussen een vrouw, die twee X chromosomen heeft en een man die een X en een Y chromosoom heeft.

Deze stofwisselingsziekte erft ‘autosomaal recessief’ over. Autosomaal betekent dat het afwijkende gen op één van de 22 gewone chromosomen ligt. Zowel jongens als meisjes kunnen ziek zijn. Daarnaast is een afwijkend gen op een van de twee chromosomen ondergeschikt aan het normale gen op het andere chromosoom (recessief), die in dat geval compenseert. Dit gebeurt bij een “gezonde dragers”, die de ziekte dus niet zal krijgen. Er zijn dus twee afwijkende genen nodig om de ziekte te krijgen. Een kind met een stofwisselingsziekte heeft van allebei zijn ouders een afwijkend gen geërfd.

De ouders zijn niet ziek, maar zijn wel drager van het afwijkende gen. Daardoor hebben ze 25% kans (1 op 4) bij elke zwangerschap op een kind met de ziekte. Ook hebben ze 75% (3 op 4) kans op een kind dat niet ziek is. Daarvan zal 2/3, net als de ouders, gezonde drager zijn. Deze kinderen kunnen de ziekte alleen doorgeven als hun partner ook dezelfde afwijking heeft op zijn DNA.

Overige informatie

Omim nummer

Synoniemen:

Galactosialidose
Galactosialidosis

Meest gebruikte naam

Galactosialidose

Kenniskaarten:

Informatie voor kinderen:

stripalgemeen

Stripboek

Zijn er leden met deze ziekte?

Er zijn 2 leden met ‘Galactosialidose’ bij ons aangemeld.

Datum laatst bewerkt:

20 March 2014

Autorisatie door:

prof. dr. F.A. Wijburg

Disclaimer

Aan de ziekte-informatie kunnen geen rechten worden ontleend. De informatie is mogelijk niet op alle punten actueel, omdat de ontwikkelingen en inzichten snel kunnen gaan. VKS tracht de ziekte-informatie zo goed mogelijk actueel te houden.
Ervaringsverhalen zijn persoonlijke verhalen. De beschrijving van de ziekte en symptomen gelden voor deze persoon. Zoals voor veel erfelijke ziekten geldt, is er een behoorlijke variatie in ernst onder de patiënten. U kunt uit dit verhaal dan ook geen algemene conclusies trekken. Het verhaal geeft slechts een beeld hoe het leven met deze stofwisselingsziekte in de praktijk eruit kan zien.

Heeft u hulp nodig bij het inloggen?

Vond u deze informatie nuttig? Help ons dan om dit in stand te houden.

Reageren is niet mogelijk