Fatty aldehyde dehydrogenase (Sjögren-Larsson)

Fatty aldehyde dehydrogenase (Sjögren-Larsson) 

Inleiding

Het Sjögren-Larsson Syndroom is een zeldzame, erfelijke stofwisselingsziekte. Met ‘stofwisseling’ wordt het omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam bedoeld. Dat is nodig voor de opbouw van weefsels, zoals spieren botten en organen en voor het vrijmaken van energie. De Stofwisseling vindt plaats in alle cellen van ons lichaam, waar enzymen hun werk doen. Als er iets mis is met een enzym, is de stofwisseling verstoord. Een bepaalde stof kan niet meer worden omgezet en hoopt zich op in de cel. Als dit tot klachten leidt, noemen we het een stofwisselingsziekte.

Achtergrond
De eerste patiënten met dit syndroom zijn in de jaren vijftig beschreven door de Zweedse artsen Sjögren en Larsson. Hun namen zijn sindsdien verbonden aan de ziekte. De meeste patiënten zijn gevonden in een bepaald gebied van Zweden, maar in later jaren werden ook elders in de wereld patiënten gevonden.

Enzymdefect
Het Sjögren-Larsson syndroom wordt veroorzaakt door een defect in het Enzym fatty aldehyde dehydrogenase.

Zeldzaamheid
Het Sjögren-Larsson syndroom is een zeldzame aandoening. De ziekte komt in Zweden meer voor dan elders in de wereld. In Nederland zijn ongeveer 30 mensen met het Sjögren-Larsson syndroom bekend.

 

Symptomen

Kinderen met het Sjögren-Larsson syndroom worden bijna altijd enkele weken te vroeg geboren. Het syndroom van Sjögren-Larsson wordt in het begin vooral gekenmerkt door een huidaandoening met “schubvorming” en schilfering. De huid jeukt. Daarnaast blijken patiënten later ook een milde tot matige verstandelijke beperking te hebben en hebben zij last van spasticiteit. De spasticiteit geeft vooral problemen met het lopen en daarom  hebben veel kinderen een rolstoel. De armen zijn meestal veel minder erg aangedaan. Het spreken en de taalontwikkeling zijn bij de meeste kinderen ook bemoeilijkt, door een combinatie van beperkte geestelijke mogelijkheden en spasticiteit in het mond- / keelgebied. De meeste mensen met het Sjögren-Larsson syndroom hebben geen klachten over de ogen, maar bij onderzoek door de oogarts worden wel bij alle kinderen afwijkingen van de ogen gevonden. Er is sprake van fotofobie (lichtschuwheid) waardoor kinderen graag een zonnebril dragen bijvoorbeeld. Verder zijn er kristalletjes zichtbaar in het netvlies, en wordt het netvlies in de loop der jaren ook dunner. De symptomen komen allemaal in de eerste twee levensjaren aan het licht. Op de MRI-scan van de hersenen worden, zeker als die gecombineerd wordt met een zogenaamde spectroscopie,  afwijkingen gezien die zeer suggestief kunnen zijn voor de diagnose.

 

Diagnose

De klinische symptomen leiden er vaak toe dat hersenonderzoek wordt gedaan. Dit geeft een eerste indicatie van de diagnose, maar biochemisch onderzoek (enzymmeting in bloed of huidcellen) en DNA-onderzoek is nodig om de precieze diagnose te stellen.

Behandeling

Het Sjögren-Larsson syndroom is, net als alle stofwisselingsziekten, niet te genezen. Ook is er nog geen behandeling die de symptomen van de ziekte volledig kan tegengaan. De meeste behandelingsopties richten zich dan ook op het zo aangenaam laten leven van het kind. Zyflo® is een medicijn dat oorspronkelijk ontwikkeld is voor de behandeling van asthma; het geeft bij een deel van de patiënten duidelijke verlichting van de klachten, met name van de jeuk.

Omdat het Sjögren-Larsson syndroom zo extreem zeldzaam is, is er weinig over bekend bij de meeste kinderartsen (metabole ziekten), kinderneurologen, huidartsen en oogartsen. Het is raadzaam om minstens een keer kennis te maken met het behandelteam in het RadboudUMC in Nijmegen (coördinatie: prof M. Willemsen, kinderneuroloog), waar naast patiëntenzorg ook wetenschappelijk onderzoek gedaan wordt naar het Sjögren-Larsson syndroom. Zij kunnen uw vragen zo goed mogelijk beantwoorden en samen met u kijken welke zorg dichtbij huis plaats kan vinden en welke zorg beter in het RadboudUMC geregeld kan worden.

Erfelijkheid

Stofwisselingsziekten zijn erfelijke ziekten. Mensen vinden erfelijkheid ingewikkeld. We proberen het zo duidelijk mogelijk uit te leggen.

Het menselijke lichaam bestaat uit allemaal cellen. In de kern van elke cel is erfelijk materiaal aanwezig. Dit noemen we DNA. Het DNA bevat alle erfelijke eigenschappen. Dat DNA is er in tweevoud: de helft van het DNA komt van de vader en de andere helft van de moeder. De chromosomen bevatten stijf opgerolde DNA-strengen. Je kunt ze onder een microscoop waarnemen, als de cel zich deelt. Er zijn normaal gesproken per cel 22 gelijke paren chromosomen (autosomen), terwijl het 23e paar geslacht-bepalend is en bij een vrouw twee X chromosomen en bij een man een X en een Y chromosoom heeft. Een man erft het Y chromosoom altijd van zijn vader een vrouw krijgt van haar moeder een X chromosoom en van haar vader het andere X chromosoom. De chromosomen bevatten de genen die met een hele lange streng letters een recept of code vormen voor één erfelijke eigenschap. Ook de genen bestaan dus voor de helft uit materiaal afkomstig van vader en voor de andere helft uit materiaal afkomstig van moeder.

Autosomaal recessief
Deze stofwisselingsziekte erft ‘autosomaal recessief’ over. Autosomaal betekent dat het afwijkende gen op één van de 22 gewone chromosomen ligt , niet op de geslachtschromosomen X en Y. Zowel jongens als meisjes kunnen de aandoening dan krijgen. Ook is het afwijkende deel van het gen ondergeschikt aan het functionele gen afkomstig van het andere chromosoom. Dit wordt bedoeld met de term recessief. Dit betekent meestal dat dragers van één afwijkend gen daarvan geen klachten hebben, omdat het functionerende gen  op het andere chromosoom de taak van het afwijkende gen compenseert.

Er zijn dus twee afwijkende genen nodig om ziekteverschijnselen te hebben. Een persoon met een autosomaal overervende stofwisselingsziekte heeft van allebei de ouders precies het afwijkende deel van het gen geërfd. Bij deze persoon zorgt deze combinatie voor een genetische code die niet werkt. Hierdoor kan één enzym of eiwit niet of niet voldoende worden gemaakt. Dat zorgt voor de ziekteverschijnselen.

Dragerschap en overerving
In de meeste gevallen hebben beide ouders nergens last van. Zij zijn dan gezonde dragers. Het functionerende gen  op het andere chromosoom zorgt ervoor dat het benodigde enzym of eiwit bij hen voldoende aangemaakt wordt. Elk mens heeft ongeveer 25.000 genen. Elk mens draagt tenminste zeven recessieve afwijkende genen met zich mee. Deze afwijkende genen, maken ons deels tot unieke individuen. Maar zorgen er dus ook voor dat er ineens een kind geboren kan worden met een erfelijke aandoening. Zonder dat die aandoening in de familie voorkomt. Zonder dat ouders wisten dat zij drager waren.

Wanneer men weet dat beide ouders drager zijn van hetzelfde afwijkende gen, weten we dat ze bij elke zwangerschap een kans van 1 op 4 (25%)  hebben op een kind met de ziekte. Ook hebben ze 75% (3 op 4) kans op een kind dat niet ziek is. Van de gezonde kinderen zal 2/3, net als de ouders, gezonde drager zijn. Deze kinderen kunnen de ziekte alleen doorgeven als hun partner ook dezelfde afwijking heeft op zijn DNA.

Overige informatie

Omim nummer

Synoniemen:

Syndroom van Sjögren-Larsson
SLS
Ichthyosis, spastic neurologic disorder and oligophrenia
Fatty alcohol:NAD+ oxidoreductase deficiency
Fatty aldehyde dehydrogenase deficiency

Meest gebruikte naam

Sjögren en Larsson, syndroom van

Informatie voor kinderen:

stripalgemeen

Stripboek

Zijn er leden met deze ziekte?

Er is één lid met ‘Fatty aldehyde dehydrogenase (Sjögren-Larsson)’ bij ons aangemeld.

Datum laatst bewerkt:

07 June 2018

Autorisatie door:

dr. M.A.A.P. Willemsen

Disclaimer

Aan de ziekte-informatie kunnen geen rechten worden ontleend. De informatie is mogelijk niet op alle punten actueel, omdat de ontwikkelingen en inzichten snel kunnen gaan. VKS tracht de ziekte-informatie zo goed mogelijk actueel te houden.
Ervaringsverhalen zijn persoonlijke verhalen. De beschrijving van de ziekte en symptomen gelden voor deze persoon. Zoals voor veel erfelijke ziekten geldt, is er een behoorlijke variatie in ernst onder de patiënten. U kunt uit dit verhaal dan ook geen algemene conclusies trekken. Het verhaal geeft slechts een beeld hoe het leven met deze stofwisselingsziekte in de praktijk eruit kan zien.

Heeft u hulp nodig bij het inloggen?

Vond u deze informatie nuttig? Help ons dan om dit in stand te houden.

Reageren is niet mogelijk