D-bifunctional protein deficiëntie

D-bifunctional protein deficiëntie 

Inleiding

D-bifunctional protein deficiëntie is een zeldzame, erfelijke stofwisselingsziekte. Met ‘stofwisseling’ wordt het omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam bedoeld. Dat is nodig voor de opbouw van weefsels, zoals spieren, botten en organen en voor het vrijmaken van energie. De stofwisseling vindt plaats in alle cellen van ons lichaam, waar enzymen hun werk doen. Als er iets mis is met een enzym, is de stofwisseling verstoord. Een bepaalde stof kan niet meer worden omgezet en hoopt zich op in de cel. Als dit tot klachten leidt, noemen we het een stofwisselingsziekte.

Achtergrond
D-bifunctional protein deficiëntie is in 1999 voor het eerst beschreven door Van Grunsven ea. op basis van  een Nederlandse patiënt met neurologische klachten zoals epilepsie, een lage spierspanning en daarnaast opvallende uiterlijke kenmerken.

Peroxisomen 
Peroxisomen zijn kleine onderdelen van een cel (organel) die in bijna elke cel in het lichaam voorkomen. De hoeveelheid en grootte van peroxisomen verschilt per weefsel. In de lever en in de nieren zijn bijvoorbeeld zeer veel peroxisomen aanwezig. Een peroxisoom ziet er bij sterke vergroting onder de microscoop uit als een rond tot ovaal bolletje. Het peroxisoom is een soort fabriek die onderdak biedt aan een aantal (samenwerkende) enzymen (eiwitten) zoals dat ook geldt voor andere organellen zoals bijvoorbeeld mitochondriën en lysosomen. Peroxisomen zorgen met behulp van enzymen voor de afbraak van afvalstoffen en de opbouw van benodigde stoffen. Enzymen zijn eiwitten die chemische reacties begeleiden. Peroxisomen zijn onder andere betrokken bij de  afbraak van bepaalde vetzuren,  met name zeer lang-keten vetzuren. Bovendien maken ze stoffen die celmembranen en zenuwcellen nodig hebben, zogenaamde plasmalogenen. Verder zijn peroxisomen onder andere betrokken bij de aanmaak van galzuren.

Peroxisomale ziekten
D-bifunctional protein deficiëntie is een peroxisomale stofwisselingsziekte. Peroxisomale ziekten zijn aangeboren aandoeningen waarbij er een stoornis is in de peroxisomen. Bij peroxisomale ziekten raakt de afbraak van afvalstoffen door een erfelijke afwijking verstoord, waardoor ze zich ophopen in de cellen. De opeenstapeling van afvalstoffen is giftig en bemoeilijkt het functioneren van de cellen. Dit veroorzaakt ten slotte schade aan organen en weefsels. Voor peroxisomale ziekten kunnen verschillende oorzaken zijn. Soms zijn er geen of minder dan normaal peroxisomen aanwezig in de cellen. Het kan ook gebeuren dat er wel voldoende peroxisomen zijn, maar dat één of meer van de enzymen in het organel ontbreken of niet volledig functioneren. Bij D-bifunctional protein deficiëntie zijn er wel peroxisomen aanwezig, maar deze functioneren niet goed. 

Het defecte of ontbrekende enzym
D-bifunctional protein deficiëntie wordt veroorzaakt door een enzymdefect in de peroxisomale vetzuur β-oxidatie. Het enzym D-bifunctional protein werkt niet. Daardoor kunnen zeer lang-keten vetzuren niet worden afgebroken en stapelen zich op in de cel.  Het gen dat codeert voor het D-bifunctional proteïne en dus afwijkend is bij personen met een D-bifunctional protein deficiëntie, heet het HSD17B4 gen.
Er zijn drie subgroepen D-bifunctional protein deficiëntie, waarbij verschillende enzymonderdelen van het D-bifunctional protein niet werken. Type 1 patiënten hebben een tekort aan zowel de hydratase als dehydrogenase onderdelen van het D-bifunctional protein. Type 2 patiënten hebben alleen een tekort aan het hydratase onderdeel. Type 3 patiënten hebben alleen een tekort aan het dehydrogenase onderdeel. Het onderscheid in typen wordt gemaakt op basis van metingen van de enzymactiviteit in combinatie met DNA-onderzoek  (waarbij gekeken wordt naar de genafwijkingen). Qua symptomen zijn de verschillende typen niet van elkaar te onderscheiden.

Zeldzaamheid
D-bifunctional protein deficiëntie is een zeldzame aandoening. Het is niet precies bekend hoe vaak de ziekte in Nederland voorkomt. Voor alle peroxisomale ziekten samen geldt dat ze in Nederland voorkomen bij tenminste één op de 3000 tot 5000 levendgeborenen.
 

Symptomen

De symptomen die personen met een D-bifunctional protein deficiëntie kunnen vertonen komen overeen met de symptomen bij personen met een Zellweger spectrum aandoening. De ernst van de symptomen en van welke symptomen een persoon met D-bifunctional protein deficiëntie last heeft kunnen erg variabel zijn en afhankelijk van op welke leeftijd de eerste symptomen tot uiting komen. Over het algemeen zijn de belangrijkste symptomen een ernstige ontwikkelingsachterstand, lage spierspanning, slecht groeien, leverproblemen, visus– en gehoor vermindering en eventueel epilepsie. Afhankelijk van de ernst van de aandoening bij een bepaald persoon kunnen extra problemen optreden of sommige symptomen zich juist niet voordoen. De levensverwachting van iemand met D-bifunctional protein deficiëntie is afhankelijk van de ernst van de symptomen en op welke leeftijd de eerste symptomen tot uiting komen, maar over het algemeen overlijden de meeste personen met een D-bifunctional protein deficiëntie op de kinderleeftijd. 

Diagnose

De diagnose kan niet met één test gesteld worden. Afhankelijk van de symptomen van de patiënt worden verschillende testen gedaan om tot een diagnose te komen. Er wordt bloedonderzoek gedaan en voor het stellen van de diagnose van D-bifunctional protein deficiëntie zijn gekweekte huidcellen nodig. In de huidcellen wordt de enzymactiviteit gemeten. De diagnose kan bevestigd worden door middel van DNA-onderzoek naar het HSD17B4 gen te doen.

Prenataal onderzoek is mogelijk, zeker als de DNA afwijking bekend is. Door middel van een vlokkentest kan het DNA onderzocht worden of kunnen biochemische bepalingen gedaan worden.
 

Behandeling

Voor D-bifunctional protein deficiëntie is geen genezing mogelijk. De behandeling is, voor zover mogelijk, gericht op verlichting van klachten. 

Erfelijkheid

Stofwisselingsziekten zijn erfelijke ziekten. Mensen vinden erfelijkheid ingewikkeld. We proberen het zo duidelijk mogelijk uit te leggen.

Het menselijke lichaam bestaat uit allemaal cellen. In de kern van elke cel is erfelijk materiaal aanwezig. Dit noemen we DNA. Het DNA bevat alle erfelijke eigenschappen. Dat DNA is er in tweevoud: de helft van het DNA komt van de vader en de andere helft van de moeder. De chromosomen bevatten stijf opgerolde DNA-strengen. Je kunt ze onder een microscoop waarnemen, als de cel zich deelt. Er zijn normaal gesproken per cel 22 gelijke paren chromosomen (autosomen), terwijl het 23e paar geslacht-bepalend is en bij een vrouw twee X chromosomen en bij een man een X en een Y chromosoom heeft. Een man erft het Y chromosoom altijd van zijn vader een vrouw krijgt van haar moeder een X chromosoom en van haar vader het andere X chromosoom. De chromosomen bevatten de genen die met een hele lange streng letters een recept of code vormen voor één erfelijke eigenschap. Ook de genen bestaan dus voor de helft uit materiaal afkomstig van vader en voor de andere helft uit materiaal afkomstig van moeder.

Autosomaal recessief
imageDeze stofwisselingsziekte erft ‘autosomaal recessief’ over. Autosomaal betekent dat het afwijkende gen op één van de 22 gewone chromosomen ligt , niet op de geslachtschromosomen X en Y. Zowel jongens als meisjes kunnen de aandoening dan krijgen. Ook is het afwijkende deel van het gen ondergeschikt aan het functionele gen afkomstig van het andere chromosoom. Dit wordt bedoeld met de term recessief. Dit betekent meestal dat dragers van één afwijkend gen daarvan geen klachten hebben, omdat het functionerende gen  op het andere chromosoom de taak van het afwijkende gen compenseert.

Er zijn dus twee afwijkende genen nodig om ziekteverschijnselen te hebben. Een persoon met een autosomaal overervende stofwisselingsziekte heeft van allebei de ouders precies het afwijkende deel van het gen geërfd. Bij deze persoon zorgt deze combinatie voor een genetische code die niet werkt. Hierdoor kan één enzym of eiwit niet of niet voldoende worden gemaakt. Dat zorgt voor de ziekteverschijnselen.

Dragerschap en overerving
In de meeste gevallen hebben beide ouders nergens last van. Zij zijn dan gezonde dragers. Het functionerende gen  op het andere chromosoom zorgt ervoor dat het benodigde enzym of eiwit bij hen voldoende aangemaakt wordt. Elk mens heeft ongeveer 25.000 genen. Elk mens draagt tenminste zeven recessieve afwijkende genen met zich mee. Deze afwijkende genen, maken ons deels tot unieke individuen. Maar zorgen er dus ook voor dat er ineens een kind geboren kan worden met een erfelijke aandoening. Zonder dat die aandoening in de familie voorkomt. Zonder dat ouders wisten dat zij drager waren.

Wanneer men weet dat beide ouders drager zijn van hetzelfde afwijkende gen, weten we dat ze bij elke zwangerschap een kans van 1 op 4 (25%)  hebben op een kind met de ziekte. Ook hebben ze 75% (3 op 4) kans op een kind dat niet ziek is. Van de gezonde kinderen zal 2/3, net als de ouders, gezonde drager zijn. Deze kinderen kunnen de ziekte alleen doorgeven als hun partner ook dezelfde afwijking heeft op zijn DNA.

Overige informatie

Omim nummer

Synoniemen:

D-bifunctional enzym deficiëntie
17-beta-hydroxysteroïde dehydrogenase deficiëntie
DBP deficiëntie
Peroxisomale bifunctioneel enzym deficiëntie
PBFE deficiëntie
D-3-hydroxyacyl-CoA dehydratase deficiëntie
D-3- hydroxyacyl-CoA dehydrogenase deficiëntie 
2-enoyl-CoA hydratase-2 / (R)-3-hydroxyacyl-CoA dehydrogenase deficiëntie
Multifunctional protein 2 (MFP-2) deficiëntie
Multifunctional enzyme 2 (MFE-2) deficiëntie
     

Meest gebruikte naam

D-bifunctional protein deficiëntie

Informatie voor kinderen:

stripalgemeen

Stripboek

Zijn er leden met deze ziekte?

Er is één lid met ‘D-bifunctional protein deficiëntie’ bij ons aangemeld.

Datum laatst bewerkt:

14 September 2020

Autorisatie door:

prof. dr. R.J.A. Wanders/FCC Klouwer

Disclaimer

Aan de ziekte-informatie kunnen geen rechten worden ontleend. De informatie is mogelijk niet op alle punten actueel, omdat de ontwikkelingen en inzichten snel kunnen gaan. VKS tracht de ziekte-informatie zo goed mogelijk actueel te houden.
Ervaringsverhalen zijn persoonlijke verhalen. De beschrijving van de ziekte en symptomen gelden voor deze persoon. Zoals voor veel erfelijke ziekten geldt, is er een behoorlijke variatie in ernst onder de patiënten. U kunt uit dit verhaal dan ook geen algemene conclusies trekken. Het verhaal geeft slechts een beeld hoe het leven met deze stofwisselingsziekte in de praktijk eruit kan zien.

Heeft u hulp nodig bij het inloggen?

Vond u deze informatie nuttig? Help ons dan om dit in stand te houden.

Reacties zijn gesloten.