Crigler Najjar

Crigler Najjar 

Inleiding

De ziekte van Crigler-Najjar is een erfelijke stofwisselingsziekte. Met 'stofwisseling' wordt het omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam bedoeld. Dat is nodig voor de opbouw van weefsels, zoals spieren, botten en organen en voor het vrijmaken van energie. De stofwisseling vindt plaats in alle cellen van ons lichaam, waar enzymen hun werk doen. Als er iets mis is met een enzym, is de stofwisseling verstoord. bepaalde stof kan niet meer worden omgezet en hoopt zich op in de cel, terwijl het mogelijk belangrijke product te weinig of soms helemaal niet meer gevormd wordt. Deze situatie kan tot min of meer ernstige klachten leiden. Dit noemen we een stofwisselingsziekte.

Oorzaak
De ziekte van Crigler-Najjar wordt veroorzaakt doordat het enzym UDP-glucuronosyltransferase in de lever ontbreekt. Dit enzym breekt normaal gesproken de stof 'bilirubine' af. Bilirubine is een giftig afbraakproduct van rode bloedlichaampjes en wordt door het enzym in de lever omgezet in een onschadelijke stof, die via de darmen wordt afgevoerd.
Doordat bij Crigler-Najjar-patiënten het UDP-glucuronosyltransferase geheel of gedeeltelijk ontbreekt, hoopt bilirubine zich op in hun bloed. Van daaruit dringt het in de weefsels waar het een gele verkleuring veroorzaakt. Bilirubine is bovendien giftig voor het zenuwstelsel, waardoor er hersenletsel kan ontstaan.

Zeldzaamheid
De ziekte van Crigler-Najjar is een zeldzame stofwisselingsziekte. In Nederland zijn er ongeveer 25 patiënten bekend. Hun leeftijd varieert van baby tot adolescent.

Symptomen

Er zijn twee typen Crigler-Najjar. Type 1 is de ernstigste vorm en type 2 is minder ernstig. Type 2 patiënten hebben soms nog wat restactiviteit van het enzym en ze kunnen reageren op het medicijn phenobarbital, wat zorgt voor een afname van bilirubine in het bloed. Echter bij beide typen moeten de patiënten goed in de gaten gehouden worden en behandeld worden.

Patiëntjes met Crigler-Najjar krijgen meestal kort na de geboorte de eerste symptomen. Doordat zij de stof bilirubine niet goed afbreken, zien zij geel. Ook bij normale pasgeborenen kan dit voorkomen, omdat de bilirubinestofwisseling nog wat op gang moet komen. Bij gezonde kinderen trekt de gele kleur na enige tijd weg, maar bij Crigler-Najjar patiëntjes niet.
Zonder behandeling kan de ophoping van bilirubine ernstige hersenbeschadigingen veroorzaken en er uiteindelijk toe leiden dat patiëntjes jong overlijden.
Het is echter mogelijk deze patiënten in leven te houden met intensieve lichttherapie (zie Behandeling en zorg). De langdurige blootstelling aan fel licht en warmte heeft echter wel gevolgen voor de huid van Crigler-Najjar patiënten. Zij hebben een dunne huid, die erg kwetsbaar is voor schrammen, wondjes en bloeduitstortingen. Wonden helen slecht en laten vaak littekens achter. Bovendien zorgen bloeduitstortingen, infecties en botbreuken ervoor dat de concentratie bilirubine in het bloed zo hoog wordt, dat de gezondheid van de patiëntjes acuut in gevaar kan komen.
 

Diagnose

De sterke gele verkleuring van de huid en ogen van patiënten is voor de kinderarts vaak een aanwijzing dat het om Crigler-Najjar gaat. De diagnose wordt meestal bevestigd met bloedonderzoek in het laboratorium. Op DNA niveau wordt er mutaties gevonden in het UDP-glucuronosyltransferase gen gelegen op chromosoom 2q37.

Behandeling

De ziekte van Crigler-Najjar is niet te genezen. Pasgeborenen, die hele hoge bilirubinewaarden hebben, krijgen soms een bloedtransfusie. Wel is er een behandeling mogelijk waarmee de symptomen van de ziekte grotendeels bestreden kunnen worden. Crigler-Najjar patiënten worden behandeld met intensieve lichttherapie en medicijnen. Het is namelijk gebleken dat bilirubine onder invloed van licht afgebroken wordt.
De patiëntjes liggen elke nacht onder felle blauwe lampen, te vergelijken met de lampen van een zonnebank. Tussen de lampen en de patiënt zit wel een scherm dat een groot deel van de schadelijke UV stralen tegenhoudt en het blauwe licht, dat bilirubine afbreekt, doorlaat.
Helaas is het onbekend hoe lang deze behandeling effectief is. De lichttherapie zorgt wel voor een betere afbraak van bilirubine, maar bij de meeste patiëntjes neemt in de puberteit de concentratie van bilirubine in het bloed toch langzaam toe.
Omdat er bij infecties, bloeduitstortingen en botbreuken extra bilirubine vrijkomt, krijgen Crigler-Najjar patiënten extra aandacht als dit voorkomt.
De meeste patiëntjes kunnen geen nacht zonder lichttherapie, waardoor zij erg gebonden zijn aan huis. Dit heeft gevolgen voor het sociale leven van de patiënt en zijn gezin.

Soms behoort een levertransplantatie tot de mogelijkheden. Het enzymdefect zit immers in de levercellen. Een voorwaarde is dat er nog geen hersenschade is. Een levertransplantatie brengt echter grote risico's met zich mee en er moet levenslang medicijnen geslikt worden tegen het afstoten van de lever.

Soms wordt calciumfosfaat of calciumcarbonaat voorgeschreven dat bilirubine bindt in de darmen. Zo komt er minder bilirubine in het bloed.

Erfelijkheid

Stofwisselingsziekten zijn erfelijke ziekten. Dat betekent dat je met de ziekte geboren wordt en er niet van kan genezen. Het betekent meestal dat de ouders van te voren niet hadden kunnen weten dat hun kind ziek zou worden. In de meeste gevallen hebben beide ouders nergens last van. Zij zijn dan “gezonde dragers” van een afwijkend gen en hebben daarnaast het normale gen (zie onder). Het normale gen zorgt ervoor dat het benodigde enzym bij hen voldoende aangemaakt wordt. Een kind met de ziekte heeft twee afwijkende genen en mist het normale gen. Daardoor wordt het enzym niet of onvoldoende aangemaakt.

Autosomaal recessief
In elke cel van het lichaam is het erfelijke materiaal in tweevoud aanwezig en is verdeeld in chromosoomparen. Er zijn per cel 22 gelijke paren (autosomen), terwijl het 23e paar geslacht-bepalend is en verschilt tussen een vrouw, die twee X chromosomen heeft en een man die een X en een Y chromosoom heeft.

Deze stofwisselingsziekte erft ‘autosomaal recessief’ over. Autosomaal betekent dat het afwijkende gen op één van de 22 gewone chromosomen ligt. Zowel jongens als meisjes kunnen ziek zijn. Daarnaast is een afwijkend gen op een van de twee chromosomen ondergeschikt aan het normale gen op het andere chromosoom (recessief), die in dat geval compenseert. Dit gebeurt bij een “gezonde dragers”, die de ziekte dus niet zal krijgen. Er zijn dus twee afwijkende genen nodig om de ziekte te krijgen. Een kind met een stofwisselingsziekte heeft van allebei zijn ouders een afwijkend gen geërfd.

De ouders zijn niet ziek, maar zijn wel drager van het afwijkende gen. Daardoor hebben ze 25% kans (1 op 4) bij elke zwangerschap op een kind met de ziekte. Ook hebben ze 75% (3 op 4) kans op een kind dat niet ziek is. Daarvan zal 2/3, net als de ouders, gezonde drager zijn. Deze kinderen kunnen de ziekte alleen doorgeven als hun partner ook dezelfde afwijking heeft op zijn DNA.

Overige informatie

Omim nummer

Synoniemen:

OMIM code type 2: 606785

Syndroom van Crigler-Najjar

Meest gebruikte naam

Crigler-Najjar, syndroom van

Informatie voor kinderen:

stripalgemeen

Stripboek

Zijn er leden met deze ziekte?

Er is één lid met ‘Crigler Najjar’ bij ons aangemeld.

Datum laatst bewerkt:

29 September 2014

Autorisatie door:

dr. De Coo

Disclaimer

Aan de ziekte-informatie kunnen geen rechten worden ontleend. De informatie is mogelijk niet op alle punten actueel, omdat de ontwikkelingen en inzichten snel kunnen gaan. VKS tracht de ziekte-informatie zo goed mogelijk actueel te houden.
Ervaringsverhalen zijn persoonlijke verhalen. De beschrijving van de ziekte en symptomen gelden voor deze persoon. Zoals voor veel erfelijke ziekten geldt, is er een behoorlijke variatie in ernst onder de patiënten. U kunt uit dit verhaal dan ook geen algemene conclusies trekken. Het verhaal geeft slechts een beeld hoe het leven met deze stofwisselingsziekte in de praktijk eruit kan zien.

Heeft u hulp nodig bij het inloggen?

Vond u deze informatie nuttig? Help ons dan om dit in stand te houden.

Reageren is niet mogelijk