Creatine transporter defect (SLC6A8)

Creatine transporter defect (SLC6A8) 

Inleiding

Creatine is een belangrijke hulpstof bij de energiestofwisseling. Het wordt gebruikt in de mitochondriën, de ‘energiefabriekjes’ die in elke lichaamscel zitten. Ongeveer de helft van de benodigde creatine krijgen we binnen via de voeding, de andere helft maakt het lichaam zelf uit andere grondstoffen.
Bij het produceren van creatine zijn twee verschillende enzymen betrokken. Creatine wordt door het bloed naar de cellen van het lichaam getransporteerd. Via een speciaal transporteiwit, wordt het vervolgens de Cel binnengeloodst om daar gebruikt te worden.
Sinds het jaar 2000 is bekend dat defecten in dit mechanisme van productie en transport van creatine de oorzaak zijn van ziekten met ontwikkelingsachterstand als belangrijkste ziekteverschijnsel.

Bij patiënten met creatine transporter deficiëntie werkt de productie van creatine goed, maar is het transporteiwit dat de stof de cel in moet brengen, defect. Daardoor komt het creatine niet in de cellen terecht. Er is met name een tekort aan creatine in de hersenen.

Creatine transporter deficiëntie is een zeer zeldzame ziekte, die nu ca 15 jaar bekend is. Er zijn ca 40 patiënten gevonden in Nederland, maar het is nog niet duidelijk hoe vaak de ziekte precies voorkomt.

Symptomen

Stoornissen in de creatine stofwisseling worden gekenmerkt door ontwikkelingsachterstand met met name ernstige spraaktaalachterstand. Verder kan epilepsie voorkomen en hebben veel patienten bepaalde gedragskenmerken (druk, weinig concentratie, autistische kenmerken).

Diagnose

Een duidelijk kenmerk van alle stoornissen in het creatine Metabolisme is dat de patiënten vrijwel geen creatine in hun hersenen hebben. Dit is aan te tonen met een scan van de hersenen waarbij dan ook een extra spectrum gemaakt moet worden (een zogenaamde Magnetische Resonantie Spectroscopie) .  Doorgaans wordt de ziekte opgespoord middels laboratoriumonderzoek, waarbij creatine en de voorloper van creatine in urine kan worden bepaald door metabole laboratoria. Om de definitieve diagnose te stellen kan DNA onderzoek en /of enzymonderzoek in huidcellen gedaan worden. Inmiddels wordt de diagnose nu steeds vaker door DNA diagnostiek definitief, onder andere door de zeer  in opkomst zijnde techniek – whole exoom sequencing.

Behandeling

Creatine transporter deficiëntie is, net als alle stofwisselingsziekten, niet te genezen. Helaas is er ook nog geen behandeling mogelijk om de symptomen van de ziekte te beperken of te voorkomen. Bij de andere stoornissen in het creatine metabolisme heeft een behandeling met creatine als supplement relatief goede resultaten opgeleverd (herstel tekort creatine in de hersenen), maar deze behandeling bleek niet te werken bij creatine transporter deficiëntie. Dit door het gemis van een transporter om creatine op te nemen. Geprobeerd is patienten te behandelen met voorloper storffen van creatine (arginine en glycine) waaruit de cellen zelf creatine kunnen maken. Helaas leidde dit ook niet tot een toename van het creatine in de hersenen.
De behandeling bestaat nu uit begeleiding van de ontwikkeling en behandeling van eventuele bijkomende problemen (zoals epilepsie).

Erfelijkheid

Erfelijkheid

Stofwisselingsziekten zijn erfelijke ziekten. Meestal wordt dan gedacht aan ziekten of eigenschappen die al generaties ‘in de familie’ zitten, maar dat hoeft niet altijd zo te zijn. We proberen het zo duidelijk mogelijk uit te leggen. Het menselijk lichaam bestaat uit allemaal cellen. In de kern van iedere cel zitten chromosomen. Chromosomen zijn een soort strengen. Ze bestaan uit een stof die we DNA noemen. In dit DNA zit een soort ‘code’ waarin al onze erfelijke eigenschappen zijn vastgelegd. Het DNA is er in tweevoud: de ene helft van het DNA komt van de vader en de andere helft van de moeder. Normaal gesproken zijn er per cel 22 gelijke chromosoomparen (autosomen). Het 23e paar is geslachtsbepalend en dus verschillend bij mannen en vrouwen: een vrouw heeft twee X-chromosomen en een man heeft een X- en een Y-chromosoom. Een man erft het Y-chromosoom altijd van zijn vader en het X-chromosoom van zijn moeder. Een vrouw krijgt van haar vader én van haar moeder een X-chromosoom. Op de chromosomen zitten de genen. Een gen is een stukje DNA. Elk gen beschrijft de code van één erfelijke eigenschap. Bijvoorbeeld hoe je eruitziet en hoe je lichaam werkt. Van elk gen zijn er twee kopieën: één afkomstig van de moeder, één afkomstig van de vader. Als er een verandering in een gen optreedt, heet dat een mutatie.

Geslachtsgebonden recessief of X-gebonden recessief

Deze stofwisselingsziekte erft ‘geslachtsgebonden recessief’ over. Geslachtsgebonden betekent dat het afwijkende gen (het gen met de mutatie) op een geslachtschromosoom ligt. Dat is vrijwel altijd het X-chromosoom. Daarom worden deze ziekten ook ‘X-gebonden recessief’ genoemd. Het afwijkende gen bevindt zich bij X-gebonden recessieve overerving op het X-chromosoom van de moeder. Zij is dus de ‘drager’ van het afwijkende gen. Omdat jongens maar één X-chromosoom hebben, komen deze ziekten vrijwel alleen bij jongens en mannen voor. Zij hebben dan het X-chromosoom met het afwijkende gen van hun moeder gekregen. Er is geen functionerend gen op hun andere chromosoom, het Y-chromosoom, dat de taak van het afwijkende gen kan compenseren. Meisjes hebben twee X-chromosomen. Als zij een X-chromosoom hebben met een afwijkend gen, hebben ze ook nog een X-chromosoom met een functionerend gen dat de taak van het afwijkende gen kan compenseren.

Dragerschap en overerving

In de meeste gevallen heeft de vrouwelijke drager, die op één van haar X-chromosomen een afwijkend gen heeft, nergens last van. Dat komt doordat het functionerende gen op het andere X-chromosoom de taak van het afwijkende gen overneemt. Het functionerende gen zorgt ervoor dat het benodigde enzym of eiwit bij haar voldoende wordt aangemaakt. In sommige gevallen wordt het functionerende gen echter door het chromosoom op ‘uit’ gezet. Dat verklaart mogelijk dat bij sommige X-gebonden ziekten vrouwelijke dragers toch milde klachten ontwikkelen. Zonen van een drager hebben 50% kans om de ziekte te erven. Dochters zijn gezond, maar hebben wel 50% kans dat ze drager zijn van het afwijkende gen. Zij kunnen de ziekte ook weer aan hun zonen doorgeven. Vaak weten vrouwen niet dat ze drager zijn, totdat er een zoon met een stofwisselingsziekte wordt geboren. Een man met een X-gebonden stofwisselingsziekte geeft het afwijkende gen alleen door aan zijn dochters. Zij zullen dan allen drager zijn. De kans dat een man met een X-gebonden stofwisselingsziekte de ziekte aan zijn kinderen doorgeeft, is heel erg klein. Zijn partner moet dan namelijk ook drager zijn van precies dezelfde genafwijking. Als de partner geen familie is, is de kans dat zij dezelfde genafwijking heeft zeer klein.

Overige informatie

Omim nummer

Synoniemen:

Creatine transporter defect
CRTR deficiëntie
CRTR deficiency

Meest gebruikte naam

Creatine transporter defect

Informatie voor kinderen:

stripalgemeen

Stripboek

Zijn er leden met deze ziekte?

Er zijn 17 leden met ‘Creatine transporter defect (SLC6A8)’ bij ons aangemeld.

Datum laatst bewerkt:

05 July 2021

Autorisatie door:

Dr. G. Salomons

Disclaimer

Aan de ziekte-informatie kunnen geen rechten worden ontleend. De informatie is mogelijk niet op alle punten actueel, omdat de ontwikkelingen en inzichten snel kunnen gaan. VKS tracht de ziekte-informatie zo goed mogelijk actueel te houden.
Ervaringsverhalen zijn persoonlijke verhalen. De beschrijving van de ziekte en symptomen gelden voor deze persoon. Zoals voor veel erfelijke ziekten geldt, is er een behoorlijke variatie in ernst onder de patiënten. U kunt uit dit verhaal dan ook geen algemene conclusies trekken. Het verhaal geeft slechts een beeld hoe het leven met deze stofwisselingsziekte in de praktijk eruit kan zien.

Heeft u hulp nodig bij het inloggen?

Vond u deze informatie nuttig? Help ons dan om dit in stand te houden.

Reacties zijn gesloten.