CLN4 (NCL type 4) ziekte van Kufs

CLN4 (NCL type 4) ziekte van Kufs 

Inleiding

Er zijn verschillende vormen van CLN. De meeste vormen treden op de kinderleeftijd op. Er zijn echter zeldzame vormen die ook op volwassen leeftijd voorkomen. CLN4, de ziekte van Kufs, is één van de op volwassen leeftijd voorkomende vormen. Het is een erfelijke stofwisselingsziekte.
Met ‘stofwisseling’ wordt het omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam bedoeld. Dat is nodig voor de opbouw van weefsels, zoals spieren, botten en organen en voor het vrijmaken van energie. De stofwisseling vindt plaats in alle cellen van ons lichaam, waar enzymen hun werk doen. Als er iets mis is met een enzym, is de stofwisseling verstoord. Een bepaalde stof kan niet meer worden omgezet en hoopt zich op in de cel, terwijl het mogelijk belangrijke product te weinig of soms helemaal niet meer gevormd wordt. Deze situatie kan tot min of meer ernstige klachten leiden. Dit noemen we een stofwisselingsziekte.

Achtergrond:
Er zijn inmiddels 14 verschillende vormen van Neuronale Ceroid Lipofuscinose (CLN) beschreven. Al deze vormen van CLN hebben vergelijkbaar beloop van  progressieve ziekteverschijnselen, zoals  stoornissen in het zien, motorische en cognitieve achteruitgang, epilepsie en (vroegtijdig) overlijden.

CLN4 of de ziekte van Kufs is een vorm van Neuronale Ceroid Lipofuscinose. Alle verschillende Neuronale Ceroïd Lipofuscinosen (CLN) zijn het gevolg van een gestoorde stofwisseling in de zenuwcellen (neuronen) van de hersenen. De naam is afgeleid van de pigmentstof ceroid lipofuscine. Deze vetachtige stof hoopt zich op in de zenuwcellen en andere cellen van patiënten. Hoewel de ziekte zich in alle lichaamscellen openbaart, zijn de gevolgen in de zenuwcellen in de hersenen het beste zichtbaar.
CLN4 valt onder de volwassen vorm van CLN, ook wel adulte CLN (ACLN) genoemd. Alle adulte vormen hebben met elkaar gemeen dat ze beginnen op (jong-)volwassen leeftijd en langzamer verlopen. Adulte vormen kunnen ook op oudere leeftijd na het veertigste jaar beginnen. Ze kunnen dan verward worden met andere dementerende ziektes, zeker als er geen stoornissen in het gezichtsvermogen bij voorkomen zoals bij CLN4.

Er zijn nog drie andere vormen van CLN, waar een aparte ziektebeschrijving van is:

CLN1 wordt ook wel de ziekte van Haltia-Santavuori genoemd. Kinderen met deze vorm krijgen hun eerste symptomen vanaf dat ze ongeveer een jaar oud zijn. Door de snelheid waarmee hun ziekteverschijnselen verergeren, worden ze meestal niet ouder dan twaalf jaar.

CLN2 wordt ook wel de ziekte van Jansky-Bielschowsky genoemd. Deze ziekte verloopt iets trager. Vanaf ongeveer het derde jaar beginnen de symptomen. De meeste kinderen met de ziekte van CLN2 overlijden voor hun vijftiende levensjaar.

CLN3 wordt ook wel Batten-Spielmeyer-Vogt genoemd. Deze ziekte begint meestal met slechtziendheid, optredend tussen het vijfde en achtste levensjaar. Er zet een algehele achteruitgang in die er uiteindelijk toe leidt dat patiënten vroegtijdig komen te overlijden. In de meeste gevallen worden deze patiënten tussen de achttien en dertig jaar oud.

Lysosomale stapelingsziekten
Lysosomen zijn onderdelen in de cellen van een mens. Het zijn in feite de recyclefabriekjes van de cel, waar moleculen worden afgebroken. Dit zijn oude, kapotte cel onderdelen, of bijvoorbeeld delen van virussen of bacteriën die door het lichaam zijn vernietigd. In deze lysosomen worden grote moleculen in kleinere stukken geknipt, waarna ze vervolgens door de Cel hergebruikt worden. De gemiddeld 300 lysosomen in een Cel zijn zeer verschillend. Hun vorm is afhankelijk van welke moleculen ze precies moeten afbreken. Binnen een lysosoom zijn zo’n tientallen enzymen actief, die elk een specifieke stap in het verknippen van een stof uitvoeren. Als er een Enzym ontbreekt of zijn werk niet goed doet, kan één stap in de verwerking niet worden uitgevoerd. De stof die verwerkt had moeten worden, hoopt zich dan op in het lysosoom. Vandaar de naam lysosomale stapelingsziekten: een ongewenste stof stapelt zich op in het lysosoom. Dit heeft gevolgen voor de cel en uiteindelijk ook voor de organen en het lichaam.

Defect enzym
De biochemische oorzaak van deze lysosomale stapelingsziekte is nog onbekend. ACLN wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een niet-werkend enzym, waardoor het lichaam bepaalde stoffen niet af kan breken en er stapeling van ceroid lipofuscine optreedt. Hierdoor gaan cellen minder functioneren en kunnen uiteindelijk afsterven. Naast de stapeling van het ceroid lipofuscine zijn er ook nog andere factoren, waardoor de cel-functie negatief beïnvloed wordt. Naar deze factoren en naar het defecte enzym wordt veel onderzoek gedaan.
Het is nog onbekend wat de functie is van het enzym dat ACLN veroorzaakt.

Zeldzaamheid
CLN zijn zeldzame ziekten. Het vóórkomen van de verschillende vormen samen wordt geschat op ongeveer 1 de 50.000 nieuwgeboren kinderen. Er zijn in totaal ongeveer zestig patiënten in Nederland. Daarvan heeft zo’n zeven procent een volwassen vorm.

Symptomen

De Neuronale Ceroid Lipofuscinosen vormen een groep stofwisselingsziekten met het volgende kenmerk: in de zenuwcellen (neuronen) van hersenen en in andere weefsels, zoals spiercellen, wordt de stof ‘ceroidlipofuscine’ gestapeld. Hoewel men altijd gedacht heeft dat deze stapeling de oorzaak is van het achteruitgaan van de cel-functie, lijkt het er steeds meer op, dat er naast stapeling andere, belangrijker, factoren zijn die de cel-functie verstoren. Welke dat zijn, wordt nog onderzocht. Deze stoornis van de zenuwcellen leidt in het netvlies tot achteruitgang van het gezichtsvermogen. Het eerste symptoom van CLN is meestal een snelle verslechtering van het gezichtsvermogen. Bij verschillende tot nu toe beschreven adulte vormen is dat soms wel en soms niet het geval. Bij CLN4 treedt er geen verlies van het gezichtsvermogen op.

CLN4 is één van een aantal verwante vormen van CLN die op (jong) volwassen leeftijd beginnen. CLN4 begint meestal rond het dertigste jaar. Er komen geen stoornissen in het gezichtsvermogen bij voor. Er komen 2 types voor: bij het ene type staat toenemende epilepsie op de voorgrond, bij het andere type toenemende psychiatrische stoornissen. Voorts komen er ook vaak verschijnselen van dementie en coördinatiestoornissen van de spieren bij voor. De levensverwachting van patiënten met CLN4 varieert en is mede afhankelijk van de leeftijd waarop de eerste ziekteverschijnselen begonnen. De meeste patiënten overlijden echter rond de leeftijd van 40 tot 50 jaar.

Er zijn ook adulte vormen beschreven die op latere leeftijd beginnen en waarbij enigszins andere symptomen horen.

Diagnose

Het stellen van de diagnose van adulte NCL is moeilijk doordat er verwarring kan zijn met andere ziektebeelden. Een bijkomende gezichtsstoornis of het familiaire voorkomen kan in de richting van een stofwisselingsziekte en meer specifiek in de richting van NCL wijzen. Dat het een vorm van NCL is, kan dan worden vastgesteld door elektronenmicroscopisch onderzoek van een huidbiopt. In de huidcellen bevinden zich de voor NCL kenmerkende stapelingsstructuren.
Waarschijnlijk hebben we te maken met verschillende genetische achtergronden bij de verschillende adulte ziekteprocessen die tot nog toe beschreven zijn. Het afwijkende gen bij CLN4  is nog niet bekend.

Behandeling

Helaas is CLN4 niet te behandelen. Alle aandacht van de medici richt zich erop te doen wat mogelijk is om de symptomen te bestrijden, zodat de patiënten zo comfortabel mogelijk kunnen leven. Goede behandeling van epilepsie, van psychische stoornissen en motorische problemen en aanpassingen voor het dagelijks leven zijn van belang. Voorts is een goede, langdurige psychosociale begeleiding aangewezen, voor de patiënt maar ook voor zijn naasten.

Erfelijkheid

Erfelijkheid

Stofwisselingsziekten zijn erfelijke ziekten. Meestal wordt dan gedacht aan ziekten of eigenschappen die al generaties ‘in de familie’ zitten, maar dat hoeft niet altijd zo te zijn. We proberen het zo duidelijk mogelijk uit te leggen.
Het menselijk lichaam bestaat uit allemaal cellen. In de kern van iedere cel zitten chromosomen. Chromosomen zijn strengen erfelijk materiaal. Ze bestaan uit een stof die we DNA noemen. In dit DNA zit een soort ‘code’ waarin al onze erfelijke eigenschappen zijn vastgelegd. Het DNA is er in tweevoud: de ene helft van het DNA komt van de vader en de andere helft van de moeder.
Normaal gesproken zijn er per cel 22 gelijke chromosoomparen (autosomen). Het 23e paar is geslachtsbepalend en dus verschillend bij mannen en vrouwen: een vrouw heeft twee X-chromosomen en een man heeft een X- en een Y-chromosoom. Een man erft het Y-chromosoom altijd van zijn vader en het X-chromosoom van zijn moeder. Een vrouw krijgt van haar vader én van haar moeder een X-chromosoom.
Op de chromosomen zitten de genen. Een gen is een stukje DNA. Elk gen beschrijft de code van één erfelijke eigenschap. Bijvoorbeeld hoe je eruitziet en hoe je lichaam werkt. Van elk gen zijn er twee kopieën: één afkomstig van de moeder, één afkomstig van de vader. Als er een verandering in een gen optreedt, heet dat een mutatie.

Autosomaal recessief

Deze stofwisselingsziekte erft ‘autosomaal recessief’ over. Autosomaal betekent dat het afwijkende gen (het gen met de mutatie) niet op de geslachtschromosomen X en Y ligt maar op één van de 22 gewone chromosomen. Zowel jongens als meisjes kunnen de aandoening dan krijgen. Ook is de kopie van het gen op het ene chromosoom zwakker dan de functionerende kopie van het gen op het andere chromosoom. Dit wordt bedoeld met de term recessief. Dit betekent meestal dat dragers van één afwijkend gen daarvan geen klachten hebben, omdat het functionerende gen op het andere chromosoom wel werkt en de taak van de afwijkende kopie compenseert.
Om ziekteverschijnselen te hebben zijn er dus twee afwijkende genen nodig. Iemand met een autosomaal recessief overervende stofwisselingsziekte heeft van allebei de ouders precies het afwijkende deel van het gen geërfd. Bij deze persoon zorgt deze combinatie voor een genetische code die niet werkt. Hierdoor kan één enzym of eiwit niet of niet voldoende worden gemaakt. Dat zorgt voor de ziekteverschijnselen.

Dragerschap en overerving

In de meeste gevallen hebben beide ouders nergens last van. Zij zijn dan gezonde dragers. Het functionerende gen op het andere chromosoom zorgt ervoor dat het benodigde enzym of eiwit bij hen voldoende wordt aangemaakt. Elk mens heeft ongeveer 25.000 genen. En elk mens draagt meerdere recessief afwijkende genen met zich mee en merkt daar meestal helemaal niets van. De variatie in onze genen, inclusief de recessieve afwijkingen, maken ons tot unieke individuen. Maar zorgen er dus ook voor dat er ineens een kind kan worden geboren met een erfelijke aandoening. Zonder dat die aandoening in de familie voorkomt. Zonder dat ouders wisten dat zij drager waren.
Als we weten dat beide ouders drager zijn van hetzelfde afwijkende gen, weten we dat ze bij elke zwangerschap een kans van 1 op 4 (25%) hebben op een kind met de ziekte. Ook hebben ze een kans van 3 op 4 (75%) op een kind dat niet ziek is. Van de gezonde kinderen zal 2/3, net als de ouders, gezonde drager zijn. Deze kinderen kunnen de ziekte alleen doorgeven als hun partner ook dezelfde afwijking heeft op zijn of haar DNA.

Overige informatie

Omim nummer

Synoniemen:

Ziekte van Kufs
Ceroid lipofuscinosis, neuronal type 4
Adulte neuronale ceroid lipofuscinosis

Meest gebruikte naam

CLN4 (NCL type 4) ziekte van Kufs

Informatie voor kinderen:

stripalgemeen

Stripboek

Zijn er leden met deze ziekte?

Er zijn momenteel geen leden met ‘CLN4 (NCL type 4) ziekte van Kufs’ bij ons aangemeld.

Datum laatst bewerkt:

21 January 2019

Autorisatie door:

R. Niezen, arts-AVG bij NCL-expertisecentrum Bartiméus

Disclaimer

Aan de ziekte-informatie kunnen geen rechten worden ontleend. De informatie is mogelijk niet op alle punten actueel, omdat de ontwikkelingen en inzichten snel kunnen gaan. VKS tracht de ziekte-informatie zo goed mogelijk actueel te houden.
Ervaringsverhalen zijn persoonlijke verhalen. De beschrijving van de ziekte en symptomen gelden voor deze persoon. Zoals voor veel erfelijke ziekten geldt, is er een behoorlijke variatie in ernst onder de patiënten. U kunt uit dit verhaal dan ook geen algemene conclusies trekken. Het verhaal geeft slechts een beeld hoe het leven met deze stofwisselingsziekte in de praktijk eruit kan zien.

Heeft u hulp nodig bij het inloggen?

Vond u deze informatie nuttig? Help ons dan om dit in stand te houden.

Reacties zijn gesloten.