Bèta-ketothiolase deficiëntie

Bèta-ketothiolase deficiëntie 

Inleiding

Bèta-ketothiolasedeficiëntie is een zeldzame, erfelijke stofwisselingsziekte. Met ‘stofwisseling’ wordt het omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam bedoeld. Dat is nodig voor de opbouw van weefsels, zoals spieren, botten en organen, en voor het vrijmaken van energie. De Stofwisseling vindt plaats in alle cellen van ons lichaam, waar enzymen hun werk doen. Als er iets mis is met een enzym, is de stofwisseling verstoord. Een bepaalde stof kan niet meer worden omgezet en hoopt zich op in de cel, terwijl het mogelijk belangrijke product te weinig of soms helemaal niet meer gevormd wordt. Deze situatie kan tot min of meer ernstige klachten leiden. Dit noemen we een stofwisselingsziekte.

Stoornis in de stofwisseling van ketonlichamen en isoleucine
Bij bèta-ketothiolasedeficiëntie worden ketonen, dat zijn stoffen die worden gevormd bij de afbraak van vet, en het aminozuur isoleucine niet goed afgebroken. Hierdoor kan het lichaam ontregeld raken. Vaak wordt zo’n ontregeling uitgelokt door een infectie, door stress, door vasten of door inname van te veel eiwit. Patiënten krijgen dan last van braken, kortademigheid, snelle ademhaling, verlaagde spierspanning (slap aanvoelen), verminderd bewustzijn en/of epileptische aanvallen. Zonder behandeling kunnen de klachten zelfs leiden tot coma en overlijden.

Mitochondriën
Je lichaam heeft energie nodig voor alles wat je doet: voor bewegen, denken en het laten kloppen van je hart. Je lichaam haalt energie uit voedingsstoffen die we eten en opslaan, zoals koolhydraten, vetten en eiwitten. Deze stoffen kunnen niet direct gebruikt worden als energie, maar moeten eerst worden omgezet in een energievorm die de lichaamscellen wel kan gebruiken. Die energievorm heet ATP en wordt gemaakt in de energiecentrales van je cellen: de mitochondriën. In de mitochondriën worden de door het lichaam opgenomen voedingsstoffen afgebroken en wordt er uit de voedingsstoffen energie vrijgemaakt en opgeslagen als ATP. Er zijn verschillende enzymen die helpen met het afbreken van de verschillende soorten voedingsstoffen.

De mitochondriën halen eerst energie uit suikers (koolhydraten) in het bloed. Deze suikers zijn opgenomen uit de voeding. Als de suikers uit het bloed opraken, worden de suikervoorraden in de spieren en lever gebruikt. Pas wanneer deze suikervoorraden op zijn, schakelen de mitochondriën over op de verbranding van vetten. Dit is bijvoorbeeld nodig bij lang vasten (’s nachts) of langdurige inspanning, zoals bijvoorbeeld tijdens sporten.

Ketonlichamen
Ketonlichamen worden gevormd in de mitochondriën van de levercellen uit acetyl-co-enzym-A (acetyl-CoA). Acetyl-CoA is het resultaat van de afbraak van koolhydraten, vetten en aminozuren. Normaal gesproken wordt het acetylgedeelte van acetyl-CoA in de citroenzuurcyclus omgezet in energie in de vorm van ATP. Een deel kan echter als citroenzuur de mitochondriën verlaten voor de synthese van vetzuren. Maar acetyl-CoA kan ook ketonlichamen gaan produceren. Dit gebeurt wanneer de hoeveelheid acetyl-CoA zo groot is dat de citroenzuurcyclus dit niet meer kan verwerken.
De ketonlichamen worden door de bloedstroom naar de verschillende weefsels getransporteerd, waar acetoacetaat en bèta-hydroxybutyraat kunnen worden omgezet in acetyl-CoA voor de productie van energie. Hier zorgt het enzym bèta-ketothiolase voor.
De meeste weefsels krijgen de grootste hoeveelheid energie uit glucose. Dit geldt vooral voor de hersenen. Wanneer glucosespiegels laag zijn, bijvoorbeeld tijdens langdurig vasten, zullen de hersenen ketonlichamen als energiebron gebruiken.
Zowel acetoacetaat als bèta-hydroxybutyraat zijn zuur. Als de hoeveelheid ketonlichamen te groot wordt, bijvoorbeeld door bèta-ketothiolasedeficiëntie, zal de pH (zuurgraad) van het bloed zakken. De cel heeft dan niet genoeg glucose. Dit leidt tot metabole ontregeling: ketoacidose.

Zeldzaamheid
Hoe vaak bèta-ketothiolasedeficiëntie in Nederland voorkomt, is niet goed bekend. In de Verenigde Staten komt de ziekte bij ongeveer 1 op 232.000 pasgeborenen voor en in Australië bij ongeveer 1 op 137.120 pasgeborenen. Daarmee is bèta-ketothiolasedeficiëntie een heel zeldzame ziekte.
 

Symptomen

De meeste patiënten zijn tussen de vijf maanden en twee jaar oud wanneer ze klachten krijgen. Ze kunnen last hebben van plotse periodes met braken, kortademigheid, snelle ademhaling, verlaagde spierspanning (slap aanvoelen), verminderd bewustzijn en/of epileptische aanvallen. Pasgeboren baby’tjes met bèta-ketothiolasedeficiëntie kunnen slecht drinken, braken en slap zijn. Sommige patiënten blijven klachtenvrij tot de volwassen leeftijd.
De klachten zijn goed te behandelen en verdwijnen vaak helemaal. Wanneer er toch complicaties ontstaan, zijn dat vaak neurologische problemen. Dat zijn problemen die te maken hebben met de zenuwen en de hersenen. Patiënten hebben dan een achterstand in hun ontwikkeling en kunnen problemen hebben met bewegen. Voor deze problemen worden zij behandeld door een neuroloog.
 

Diagnose

Bij patiënten met bèta-ketothiolasedeficiëntie is de werking van het enzym bèta-ketothiolase verlaagd. Dit kan door middel van laboratoriumonderzoek worden vastgesteld. Voor dit onderzoek moet bloed en urine worden afgenomen. Bij patiënten met bèta-ketothiolasedeficiëntie kunnen ketonen worden aangetroffen in bloed en urine. Dat kan ook op een andere (stofwisselings)ziekte duiden. Maar als dat meer dan eens is gebeurd in gevoede toestand, moet er rekening mee worden gehouden dat iemand bèta-ketothiolasedeficiëntie heeft. DNA-onderzoek kan de diagnose vervolgens bevestigen. Het is belangrijk te realiseren dat de afwijkingen in bloed afwezig kunnen zijn in goede conditie. Wanneer op basis van het verhaal een vermoeden bestaat op bèta-ketothiolasedeficiëntie zal DNA-onderzoek in zo’n geval uitsluitsel geven.
Als de diagnose bèta-ketothiolasedeficiëntie is gesteld, wordt bij patiënten die al klachten hebben onderzocht of zij al eerder symptomen van de ziekte hebben gehad. Dit wordt gedaan door de patiënt vragen te stellen over de ziektegeschiedenis en lichamelijk onderzoek te doen. Dit is belangrijk om vast te stellen of er al schade is ontstaan door de ziekte.

Hielprik
In Nederland wordt bij alle baby’s na de geboorte wat bloed afgenomen, de zogenaamde hielprik. Daarmee kunnen ze op bepaalde ziektes worden onderzocht. Bèta-ketothiolasedeficiëntie zit nu nog niet in de hielprik maar zal naar verwachting binnenkort worden toegevoegd. Met de hielprikscreening kan de diagnose vaak al worden gesteld voordat een kind ziekteverschijnselen vertoont. Daarmee kunnen zo snel mogelijk maatregelen worden ingezet om te proberen klachten te voorkómen.
 

Behandeling

Niet vasten en een dieet
Bèta-ketothiolasedeficiëntie is niet te genezen maar klachten kunnen wel vaak worden voorkómen. Daarvoor is het heel belangrijk dat patiënten niet te lang niet eten. Wanneer ze ziek zijn, moeten patiënten voldoende koolhydraten eten (bijvoorbeeld volkorenbrood, pasta, aardappels, peulvruchten, groente en fruit). Bij misselijkheid en braken kan het lastig zijn om te eten en kan het nodig zijn dat er een infuus met glucose wordt toegediend.
Alleen als patiënten een ernstige bèta-ketothiolasedeficiëntie hebben, moeten zij een licht eiwitbeperkt dieet volgen.

Medicatie
Voor het behandelen van de klachten en gevolgen van bèta-ketothiolasedeficiëntie kan L-carnitine (levocarnitine) worden gegeven. Wanneer patiënten ziek zijn, zullen zij L-carnitine krijgen om ontregeling te voorkomen.
 

Erfelijkheid

Stofwisselingsziekten zijn erfelijke ziekten. Dat betekent dat je met de ziekte geboren wordt en er niet van kunt genezen. Het betekent meestal dat de ouders van tevoren niet hadden kunnen weten dat hun kind ziek zou worden. In de meeste gevallen hebben beide ouders nergens last van. Zij zijn dan ‘gezonde dragers’ van een afwijkend gen en hebben daarnaast het normale gen (zie onder). Het normale gen zorgt ervoor dat het benodigde enzym bij hen voldoende aangemaakt wordt. Een kind met de ziekte heeft twee afwijkende genen en mist het normale gen. Daardoor wordt het enzym niet of onvoldoende aangemaakt.

Autosomaal recessief
In elke Cel van het lichaam is het erfelijke materiaal in tweevoud aanwezig en verdeeld in chromosoomparen. Er zijn per cel 22 gelijke paren (autosomen), terwijl het 23e paar geslachtsbepalend is en verschilt tussen een vrouw, die twee X-chromosomen heeft, en een man, die een X- en een Y-chromosoom heeft.

Deze Stofwisselingsziekte erft ‘autosomaal recessief’ over. Autosomaal betekent dat het afwijkende gen op één van de 22 gewone chromosomen ligt. Zowel jongens als meisjes kunnen ziek zijn. Daarnaast is een afwijkend gen op een van de twee chromosomen ondergeschikt aan het normale gen op het andere chromosoom (recessief), die in dat geval compenseert. Dit gebeurt bij een ‘gezonde drager’ die de ziekte dus niet zal krijgen. Er zijn dus twee afwijkende genen nodig om de ziekte te krijgen. Een kind met een stofwisselingsziekte heeft van allebei zijn ouders een afwijkend gen geërfd.

De ouders zijn niet ziek, maar zijn wel drager van het afwijkende gen. Daardoor hebben ze 25% kans (1 op 4) bij elke zwangerschap op een kind met de ziekte. Ook hebben ze 75% kans (3 op 4) op een kind dat niet ziek is. Daarvan zal 2/3, net als de ouders, gezonde drager zijn. Deze kinderen kunnen de ziekte alleen doorgeven als hun partner ook dezelfde afwijking heeft op zijn of haar DNA.

De meeste patiënten met bèta-ketothiolasedeficiëntie kunnen met de juiste behandeling, dat wil zeggen het voorkomen van vasten en zo nodig een licht dieet en/of medicatie, normaal volwassen worden en zelf kinderen krijgen. Het hangt van hun partner af of hun kinderen de ziekte ook zullen hebben. Als de partner de genafwijking wel heeft, is er 50% kans op een ziek kind en 50% kans op een gezond kind dat wel drager is. Wanneer de partner geen drager is van de genafwijking zullen de kinderen ook alleen drager worden.
 

Overige informatie

Omim nummer

Synoniemen:

Methylacetoacetyl CoA thiolase deficiency / deficiëntie (MAT)
MAT deficiency / deficiëntie
Alpha-methylacetoacetic aciduria

Meest gebruikte naam

Methylacetoacetyl CoA thiolase (MAT)

Zorgpad:


Zorgpad 2.0 Bèta-ketothiolase deficiëntievoor patiënten

Zorgpad 2.0 Bèta-ketothiolase deficiëntievoor patiënten

Zorgpad 2.0 Bèta-ketothiolase deficiëntie voor behandelaren

Zorgpad 2.0 Bèta-ketothiolase deficiëntie voor behandelaren

Informatie voor kinderen:

stripalgemeen

Stripboek

Zijn er leden met deze ziekte?

Er zijn momenteel geen leden met ‘Bèta-ketothiolase deficiëntie’ bij ons aangemeld.

Datum laatst bewerkt:

07 December 2020

Autorisatie door:

M. de Vries

Disclaimer

Aan de ziekte-informatie kunnen geen rechten worden ontleend. De informatie is mogelijk niet op alle punten actueel, omdat de ontwikkelingen en inzichten snel kunnen gaan. VKS tracht de ziekte-informatie zo goed mogelijk actueel te houden.
Ervaringsverhalen zijn persoonlijke verhalen. De beschrijving van de ziekte en symptomen gelden voor deze persoon. Zoals voor veel erfelijke ziekten geldt, is er een behoorlijke variatie in ernst onder de patiënten. U kunt uit dit verhaal dan ook geen algemene conclusies trekken. Het verhaal geeft slechts een beeld hoe het leven met deze stofwisselingsziekte in de praktijk eruit kan zien.

Heeft u hulp nodig bij het inloggen?

Vond u deze informatie nuttig? Help ons dan om dit in stand te houden.