Adenylosuccinase deficiëntie

Adenylosuccinase deficiëntie 

Inleiding

Adenylosuccinase deficiëntie is een zeldzame, erfelijke stofwisselingsziekte. Met ‘stofwisseling’ wordt het omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam bedoeld. Dat is nodig voor de opbouw van weefsels, zoals spieren, botten en organen en voor het vrijmaken van energie. De stofwisseling vindt plaats in alle cellen van ons lichaam, waar enzymen hun werk doen. Als er iets mis is met een enzym, is de stofwisseling verstoord. Een bepaalde stof kan niet meer worden omgezet en hoopt zich op in de cel, terwijl het mogelijk belangrijke product te weinig of soms helemaal niet meer gevormd wordt. Deze situatie kan tot min of meer ernstige klachten leiden. Dit noemen we een stofwisselingsziekte.

Achtergrond
De ziekte adenylosuccinase deficiëntie werd in 1984 voor het eerst beschreven door de Belgische artsen Jaeken en Van den Berghe. Vier jaar later werd duidelijk welk enzymdefect de oorzaak van de ziekte is. Sinds die tijd zijn er over de hele wereld meer dan 60 patiënten met de ziekte gediagnosticeerd.

Het defecte of ontbrekende enzym
Adenylosuccinase deficiëntie wordt veroorzaakt door een defect in het enzym adenylosuccinaat lyase. Dit enzym speelt een belangrijke rol in de opbouw van purines, onderdelen van het menselijk DNA. Door dit enzymdefect scheiden patiënten grote hoeveelheden tussenproducten uit in hun urine.

Zeldzaamheid
Adenylosuccinase deficiëntie is een zeldzame stofwisselingsziekte. Het is onbekend hoe vaak de ziekte precies voorkomt in Nederland, maar op de wereld zijn enkele tientallen patiënten bekend.

Symptomen

Patiënten met adenylosuccinase deficiëntie hebben vaak vanaf vroege leeftijd last van epileptische aanvallen en een ontwikkelingsachterstand. Deze kan variëren van matig tot ernstig. Veel patiënten vertonen daarnaast autistisch gedrag, zoals het vermijden van oogcontact, herhalen van bewegingen, stemmingswisselingen en zelfverwonding. Ook kunnen patiënten een groeiachterstand hebben en zwakke spieren.
Er zijn ook patiënten bekend met een wat milder verloop van de ziekte. Zij hebben slechts een lichte tot matige verstandelijke beperking.

In een enkel geval overlijden kinderen met adenylosuccinase deficiëntie in hun peuterjaren, met name de patiënten die vanaf jonge leeftijd epileptische aanvallen hebben. Omdat deze zeldzame ziekte nog niet zo lang bekend is, geldt dat ook voor de levensverwachting.

Diagnose

Hoewel de symptomen van adenylosuccinase deficiëntie niet zo specifiek zijn, zouden ze altijd aanleiding moeten geven tot urine onderzoek. De stoffen die daarin gevonden worden, kunnen al een sterke aanwijzing zijn voor de diagnose. Om de enzymactiviteit van het adenylosuccinaat lyase enzym te bepalen, kan het nodig zijn om een stukje huid af te nemen, of een leverbiopt. DNA onderzoek is mogelijk om het genetische defect te bepalen.

Behandeling

Adenylosuccinase deficiëntie is niet te genezen. Ook is er geen behandeling voorhanden die de symptomen kan voorkomen. Elke vorm van behandeling is erop gericht om de klachten van patiënten zoveel mogelijk te verlichten en hen daarnaast zoveel mogelijk te stimuleren in hun ontwikkeling.

Erfelijkheid

Stofwisselingsziekten zijn erfelijke ziekten. Mensen vinden erfelijkheid ingewikkeld. We proberen het zo duidelijk mogelijk uit te leggen.

Het menselijke lichaam bestaat uit allemaal cellen. In de kern van elke cel is erfelijk materiaal aanwezig. Dit noemen we DNA. Het DNA bevat alle erfelijke eigenschappen. Dat DNA is er in tweevoud: de helft van het DNA komt van de vader en de andere helft van de moeder. De chromosomen bevatten stijf opgerolde DNA-strengen. Je kunt ze onder een microscoop waarnemen, als de cel zich deelt. Er zijn normaal gesproken per cel 22 gelijke paren chromosomen (autosomen), terwijl het 23e paar geslacht-bepalend is en bij een vrouw twee X chromosomen en bij een man een X en een Y chromosoom heeft. Een man erft het Y chromosoom altijd van zijn vader een vrouw krijgt van haar moeder een X chromosoom en van haar vader het andere X chromosoom. De chromosomen bevatten de genen die met een hele lange streng letters een recept of code vormen voor één erfelijke eigenschap. Ook de genen bestaan dus voor de helft uit materiaal afkomstig van vader en voor de andere helft uit materiaal afkomstig van moeder.

Autosomaal recessief
Deze stofwisselingsziekte erft ‘autosomaal recessief’ over. Autosomaal betekent dat het afwijkende gen op één van de 22 gewone chromosomen ligt , niet op de geslachtschromosomen X en Y. Zowel jongens als meisjes kunnen de aandoening dan krijgen. Ook is het afwijkende deel van het gen ondergeschikt aan het functionele gen afkomstig van het andere chromosoom. Dit wordt bedoeld met de term recessief. Dit betekent meestal dat dragers van één afwijkend gen daarvan geen klachten hebben, omdat het functionerende gen  op het andere chromosoom de taak van het afwijkende gen compenseert.

Er zijn dus twee afwijkende genen nodig om ziekteverschijnselen te hebben. Een persoon met een autosomaal overervende stofwisselingsziekte heeft van allebei de ouders precies het afwijkende deel van het gen geërfd. Bij deze persoon zorgt deze combinatie voor een genetische code die niet werkt. Hierdoor kan één enzym of eiwit niet of niet voldoende worden gemaakt. Dat zorgt voor de ziekteverschijnselen.

Dragerschap en overerving
In de meeste gevallen hebben beide ouders nergens last van. Zij zijn dan gezonde dragers. Het functionerende gen  op het andere chromosoom zorgt ervoor dat het benodigde enzym of eiwit bij hen voldoende aangemaakt wordt. Elk mens heeft ongeveer 25.000 genen. Elk mens draagt tenminste zeven recessieve afwijkende genen met zich mee. Deze afwijkende genen, maken ons deels tot unieke individuen. Maar zorgen er dus ook voor dat er ineens een kind geboren kan worden met een erfelijke aandoening. Zonder dat die aandoening in de familie voorkomt. Zonder dat ouders wisten dat zij drager waren.

Wanneer men weet dat beide ouders drager zijn van hetzelfde afwijkende gen, weten we dat ze bij elke zwangerschap een kans van 1 op 4 (25%)  hebben op een kind met de ziekte. Ook hebben ze 75% (3 op 4) kans op een kind dat niet ziek is. Van de gezonde kinderen zal 2/3, net als de ouders, gezonde drager zijn. Deze kinderen kunnen de ziekte alleen doorgeven als hun partner ook dezelfde afwijking heeft op zijn DNA.

Overige informatie

Omim nummer

Synoniemen:

Adenylosuccinase deficiëntie
Adenylosuccinate lyase deficiëntie

Meest gebruikte naam

Adenylosuccinase deficiëntie

Informatie voor kinderen:

stripalgemeen

Stripboek

Zijn er leden met deze ziekte?

Er zijn 9 leden met ‘Adenylosuccinase deficiëntie’ bij ons aangemeld.

Datum laatst bewerkt:

16 October 2012

Autorisatie door:

Dr. L.J.M. Spaapen

Disclaimer

Aan de ziekte-informatie kunnen geen rechten worden ontleend. De informatie is mogelijk niet op alle punten actueel, omdat de ontwikkelingen en inzichten snel kunnen gaan. VKS tracht de ziekte-informatie zo goed mogelijk actueel te houden.
Ervaringsverhalen zijn persoonlijke verhalen. De beschrijving van de ziekte en symptomen gelden voor deze persoon. Zoals voor veel erfelijke ziekten geldt, is er een behoorlijke variatie in ernst onder de patiënten. U kunt uit dit verhaal dan ook geen algemene conclusies trekken. Het verhaal geeft slechts een beeld hoe het leven met deze stofwisselingsziekte in de praktijk eruit kan zien.

Heeft u hulp nodig bij het inloggen?

Vond u deze informatie nuttig? Help ons dan om dit in stand te houden.

Reacties zijn gesloten.