4H syndroom

4H syndroom 

Inleiding

Het 4H syndroom is een zeldzame, erfelijke stofwisselingsziekte. Met ‘stofwisseling’ wordt het omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam bedoeld. Dat is nodig voor de opbouw van weefsels, zoals spieren, botten en organen en voor het vrijmaken van energie. De stofwisseling vindt plaats in alle cellen van ons lichaam, waar enzymen hun werk doen. Als er iets mis is met een enzym, is de stofwisseling verstoord. Een bepaalde stof kan niet meer worden omgezet en hoopt zich op in de cel. Als dit tot klachten leidt, noemen we het een stofwisselingsziekte.

Achtergrond
Het 4H syndroom is een progressieve leukodystrofie van onbekende afkomst. Kenmerkend is dat er weinig myeline is rond zenuwen, zowel in de hersenen als in perifere zenuwen in armen en benen. Als er te weinig myeline wordt aangemaakt, noemen we dat ‘hypomyelinisatie’. Ook de kleine hersenen worden steeds kleiner, wat leidt tot problemen met balans, moeite met lopen en in een later stadium ook moeite met de fijne handmotoriek. Verdere kenmerken zijn het ontbreken van de puberteit door gebrek aan hormonale stimulatie vanuit de hersenen (zogenaamd hypogonadotroop hypogonadisme) en vertraagde en abnormale tandontwikkeling, waarbij ook tanden kunnen ontbreken (hypodontie). Er worden steeds meer patiënten met deze kenmerken gevonden. Het betreft dan ook een ‘nieuwe’ ziekte waarover nog veel onbekend is.

Witte stof
Het 4H syndroom behoort tot de groep ‘leukodystrofieën’. De term ‘leukodystrofie’ is een verzamelnaam voor aandoeningen die invloed hebben op de witte stof van de hersenen en het ruggenmerg. Hersenen en ruggenmerg vormen samen het centraal zenuwstelsel. De term stamt van het Griekse woorden “leuko”= wit, wat verwijst naar de witte stof in de hersenen, en “dystrofie” = afbraak, wat verwijst naar de aantasting van de witte stof. Witte stof in de hersenen is wit door de aanwezigheid van myeline. Dit is een vetachtige substantie die als isolatielaagje rond zenuwvezels aanwezig is. Myeline is te vergelijken met de isolatie om een elektriciteitsdraad. Er zijn vele soorten leukodystrofieën geïdentificeerd, waaronder Adrenoleukodystrofie (X-gebonden), de ziekte van Canavan, de ziekte van Krabbe, Metachromatische Leukodystrofie, de ziekte van Pelizaeus-Merzbacher en de ziekte van Refsum. De oorzaken zijn verschillend, maar in alle gevallen wordt de witte stof van de hersenen beschadigd en zijn de symptomen vergelijkbaar.

Het defecte of ontbrekende enzym
Het 4H syndroom is een erfelijke ziekte. Het defecte of ontbrekende enzym is nog niet bekend.

Zeldzaamheid
Het 4H syndroom is een zeldzame stofwisselingsziekte. Hoe zeldzaam de ziekte is, is nog onbekend. Het aantal bekende families wereldwijd groeit snel en ligt nu boven de 30.

Symptomen

Net na de geboorte en in het eerste levensjaar ontwikkelen kinderen zich motorisch (rollen, kruipen, zitten, staan, lopen) normaal of ze lopen slechts een beetje achter. De geestelijke ontwikkeling loopt meestal wat achter. Na één of een paar jaar wordt het lopen wankelend en dat wordt over de jaren langzaam erger. Kinderen kunnen ook spastisch worden en ze kunnen een beweging niet meer op juiste moment stoppen. Kinderen kunnen (op latere leeftijd) in een rolstoel belanden. Er zijn echter ook kinderen aan wie de eerste jaren niets te merken is en die pas later verschijnselen krijgen, bijvoorbeeld bij 10 jaar.
Kinderen hebben meestal een groeiachterstand. Daarnaast is het doorbreken van de tanden vertraagd. Kenmerkend is vooral het laat doorbreken van de bovenste voortanden. Als eerste verschijnen er kiezen, die vervolgens weer uitvallen. Echter, soms worden de kinderen met tanden geboren. De bovenste snijtanden breken vaak pas na het 6e levensjaar door. Sommige tanden ontbreken of hebben een ongewone vorm.
Ook krijgen kinderen moeite met spreken, ze worden onverstaanbaar. Soms treedt er epilepsie op. Een typisch symptoom is het uitblijven van de puberteit.
Opvallend veel kinderen hebben een bril nodig, omdat ze bijziend zijn.

Diagnose

De symptomen wankelende wandelgang en de abnormale tandontwikkeling wijzen in de richting van het 4H syndroom. MRI onderzoek is nodig om de uiteindelijke diagnose te stellen. Op de MRI zijn afwijkingen van de witte stof in de hersenen te zien; er is weinig myeline. Ook zijn de kleine hersenen kleiner dan normaal.

Onderzoek van bloed en urine laten geen afwijkingen zien.

Zolang de genafwijking niet bekend is, is prenataal onderzoek niet mogelijk.

Behandeling

Er is momenteel geen genezing mogelijk. De behandeling is er op gericht het leven van de patiënt zo aangenaam mogelijk te maken. Vaak heeft het kind speciaal onderwijs nodig. Fysiotherapie kan helpen de motoriek zo goed mogelijk te houden. Logopedie kan helpen de spraak zo lang mogelijk goed verstaanbaar te houden. Als de handicap erger wordt, moet de revalidatiearts ingeschakeld worden voor behandeling en het aanschaffen van aanpassingen, zoals uiteindelijk een rolstoel. Als er epilepsie is, kan het nodig zijn dat er medicijnen tegen de epilepsie worden voorgeschreven.

Erfelijkheid

Stofwisselingsziekten zijn erfelijke ziekten. Mensen vinden erfelijkheid ingewikkeld. We proberen het zo duidelijk mogelijk uit te leggen.

Het menselijke lichaam bestaat uit allemaal cellen. In de kern van elke cel is erfelijk materiaal aanwezig. Dit noemen we DNA. Het DNA bevat alle erfelijke eigenschappen. Dat DNA is er in tweevoud: de helft van het DNA komt van de vader en de andere helft van de moeder. De chromosomen bevatten stijf opgerolde DNA-strengen. Je kunt ze onder een microscoop waarnemen, als de cel zich deelt. Er zijn normaal gesproken per cel 22 gelijke paren chromosomen (autosomen), terwijl het 23e paar geslacht-bepalend is en bij een vrouw twee X chromosomen en bij een man een X en een Y chromosoom heeft. Een man erft het Y chromosoom altijd van zijn vader een vrouw krijgt van haar moeder een X chromosoom en van haar vader het andere X chromosoom. De chromosomen bevatten de genen die met een hele lange streng letters een recept of code vormen voor één erfelijke eigenschap. Ook de genen bestaan dus voor de helft uit materiaal afkomstig van vader en voor de andere helft uit materiaal afkomstig van moeder.

Autosomaal recessief
Deze stofwisselingsziekte erft ‘autosomaal recessief’ over. Autosomaal betekent dat het afwijkende gen op één van de 22 gewone chromosomen ligt , niet op de geslachtschromosomen X en Y. Zowel jongens als meisjes kunnen de aandoening dan krijgen. Ook is het afwijkende deel van het gen ondergeschikt aan het functionele gen afkomstig van het andere chromosoom. Dit wordt bedoeld met de term recessief. Dit betekent meestal dat dragers van één afwijkend gen daarvan geen klachten hebben, omdat het functionerende gen  op het andere chromosoom de taak van het afwijkende gen compenseert.

Er zijn dus twee afwijkende genen nodig om ziekteverschijnselen te hebben. Een persoon met een autosomaal overervende stofwisselingsziekte heeft van allebei de ouders precies het afwijkende deel van het gen geërfd. Bij deze persoon zorgt deze combinatie voor een genetische code die niet werkt. Hierdoor kan één enzym of eiwit niet of niet voldoende worden gemaakt. Dat zorgt voor de ziekteverschijnselen.

Dragerschap en overerving
In de meeste gevallen hebben beide ouders nergens last van. Zij zijn dan gezonde dragers. Het functionerende gen  op het andere chromosoom zorgt ervoor dat het benodigde enzym of eiwit bij hen voldoende aangemaakt wordt. Elk mens heeft ongeveer 25.000 genen. Elk mens draagt tenminste zeven recessieve afwijkende genen met zich mee. Deze afwijkende genen, maken ons deels tot unieke individuen. Maar zorgen er dus ook voor dat er ineens een kind geboren kan worden met een erfelijke aandoening. Zonder dat die aandoening in de familie voorkomt. Zonder dat ouders wisten dat zij drager waren.

Wanneer men weet dat beide ouders drager zijn van hetzelfde afwijkende gen, weten we dat ze bij elke zwangerschap een kans van 1 op 4 (25%)  hebben op een kind met de ziekte. Ook hebben ze 75% (3 op 4) kans op een kind dat niet ziek is. Van de gezonde kinderen zal 2/3, net als de ouders, gezonde drager zijn. Deze kinderen kunnen de ziekte alleen doorgeven als hun partner ook dezelfde afwijking heeft op zijn DNA.

Overige informatie

Omim nummer

Synoniemen:

Hypomyelination with hypogonadotropic hypogonadism and hypodontia
Ataxia, hypodontia and hypomyelination (AHH)
Ataxia, delayed dentition and hypomyelination (ADDH)
Hypomyelinating leukodystrophy-7 (HLD7) 

Hypomyelinating leukodystrophy-8 (HLD8) OMIM 614366

Meest gebruikte naam

4H syndroom

Kenniskaarten:

Informatie voor kinderen:

stripalgemeen

Stripboek

Zijn er leden met deze ziekte?

Er is één lid met ‘4H syndroom’ bij ons aangemeld.

Datum laatst bewerkt:

18 September 2017

Autorisatie door:

prof. dr. M.S. van der Knaap

Disclaimer

Aan de ziekte-informatie kunnen geen rechten worden ontleend. De informatie is mogelijk niet op alle punten actueel, omdat de ontwikkelingen en inzichten snel kunnen gaan. VKS tracht de ziekte-informatie zo goed mogelijk actueel te houden.
Ervaringsverhalen zijn persoonlijke verhalen. De beschrijving van de ziekte en symptomen gelden voor deze persoon. Zoals voor veel erfelijke ziekten geldt, is er een behoorlijke variatie in ernst onder de patiënten. U kunt uit dit verhaal dan ook geen algemene conclusies trekken. Het verhaal geeft slechts een beeld hoe het leven met deze stofwisselingsziekte in de praktijk eruit kan zien.

Heeft u hulp nodig bij het inloggen?

Vond u deze informatie nuttig? Help ons dan om dit in stand te houden.

Reageren is niet mogelijk