Hielprik

‘Als het maar gezond is’, vijf woorden die iedereen uitspreekt tijdens de zwangerschap. Vijf woorden die staan voor hoop, verwachting en toch ook, vaak onbewust, een beetje angst. Want wat als je kindje niet gezond is? Gelukkig zijn de meeste kinderen gezond en worden kinderen tijdens de zwangerschap en daarna in Nederland goed in de gaten gehouden. Eén van die controlemomenten vindt een aantal dagen na de geboorte plaats: de hielprik.

Wat is de hielprik?
Kort na de geboorte krijgen kinderen een hielprik. Met de hielprik worden kinderen gescreend op zeldzame aandoeningen. In de hielprik zijn zeldzame ziekten opgenomen die:

  • Via een op papier ingedroogde bloeddruppel opgespoord kunnen worden;
  • Te behandelen zijn met medicatie of een dieet;
  • Ernstig invaliderend of zelfs dodelijk zijn wanneer de behandeling niet zo spoedig mogelijk na de geboorte wordt gestart.

Wat zit er in de hielprik?
Op dit moment zitten er negentien zeldzame, vaak erfelijke aandoeningen in de hielprik. In de periode 2018-2022 wordt de hielprik met nog eens twaalf ziekten uitgebreid. De meeste van deze ziekten zijn stofwisselingsziekten. Lees hier meer over de (toekomstige) aandoeningen in de hielprik.

Hoe werkt de hielprik?
Een screener van de Jeugdgezondheidszorg of de verloskundige maakt een klein prikgaatje in de hiel van het kindje. Vervolgens vangt de screener zes druppels bloed op met een speciale hielprikkaart. Dit gebeurt bij voorkeur drie dagen na de geboorte tot maximaal zeven dagen na de geboorte. De hielprikkaart met gedroogde bloeddruppels wordt vervolgens opgestuurd naar een van de screeningslaboratoria.

De uitslag
Op dit moment geldt: geen bericht is goed bericht. Als binnen vijf weken na de hielprik nog geen bericht hierover is gekomen, is de hielprikuitslag niet afwijkend. Van de ruim 172.000 hielprikken die jaarlijks worden uitgevoerd, hebben ongeveer 600 kinderen een afwijkende hielprikuitslag.

Afwijkende hielprik, en dan?
Wanneer de hielprik afwijkend is, bezoekt de huisarts de ouders zo snel mogelijk thuis. De huisarts geeft de ouders de eerste informatie en verwijst het kindje door naar een kinderarts in een Universitair Medisch Centrum (UMC). Wanneer het om een stofwisselingsziekte gaat, is dit een metabole kinderarts.

In het UMC laat de kinderarts aanvullend onderzoek uitvoeren om de uitslag van de hielprik te bevestigen. Ongeveer een derde van de kinderen met een afwijkende hielprikuitslag, circa 185 kinderen per jaar, hebben ook daadwerkelijk de gevonden aandoening.

Meer informatie over de hielprik

 

Reageren is niet mogelijk