Tyrosinemie type 1 (fumarylacetoacetase)

Categorie:

Tyrosinemetabolisme

Synoniemen:

Tyrosinemie type 1
Fumarylacetoacetase deficiency / deficiëntie
Fumarylacetoacetate hydrolase deficiency / deficiëntie
FAH deficiency / deficiëntie
Erfelijke infantiele tyrosinemie
Hepatorenale tyrosinemie

Meest gebruikte naam:

Tyrosinemie type 1

Samenvatting:

Tyrosinemie type 1 is een zeldzame, erfelijke stofwisselingsziekte. Met 'stofwisseling' wordt het omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam bedoeld. Dat is nodig voor de opbouw van weefsels, zoals spieren, botten en organen en voor het vrijmaken van energie. De Stofwisseling vindt plaats in alle cellen van ons lichaam, waar enzymen hun werk doen. Als er iets mis is met een enzym, is de stofwisseling verstoord. Een bepaalde stof kan niet meer worden omgezet en hoopt zich op in de cel, terwijl het mogelijk belangrijke product te weinig of soms helemaal niet meer gevormd wordt. Deze situatie kan tot min of meer ernstige klachten leiden. Dit noemen we een stofwisselingsziekte.
Het lichaam van een patiënt met tyrosinemie type 1 kan door een enzymdefect geen tyrosine afbreken. Zonder behandeling gaat het om een ernstige ziekte, waarbij kinderen soms vroegtijdig overlijden. Voor tyrosinemie type 1 bestaat echter een behandeling met NTBC in combinatie met een specifiek tyrosine-beperkt dieet. Behandelde patiënten hebben een sterk verbeterde levensverwachting.

Uit het blad 'Wisselstof':

Juni 2011: Informatie (ingekort)

Rekenen met eiwit
Het dieet bij Tyrosinemie type 1

Een patiënt met Tyrosinemie type 1 wordt ogenschijnlijk als een gezonde baby geboren, maar wordt al snel in de periode na de geboorte ziek en komt in het ziekenhuis, waar de diagnose moet worden gevonden. Sinds 2007 is Tyrosinemie één van de stofwisselingsziekten die is opgenomen in het screeningsprogramma voor pasgeborenen, zodat nu in de meeste gevallen wordt voorkomen dat de diagnose pas kan worden gesteld als de patiënt al heel ernstig ziek is. Zodra de diagnose is gesteld, wordt er direct gestart met de behandeling: een speciaal dieet en medicatie. Het dieet bij Tyrosinemie type 1 is een voeding die weinig tyrosine (Tyr)  en phenylalanine (Phe) bevat. De ziekte is erfelijk, er worden in Nederland ieder jaar 1-2 nieuwe patiëntjes geboren. 

Het dieet Tyr en Phe beperkt
Wat zijn Tyr en Phe voor stoffen? Om deze vraag te beantwoorden, moeten wij u eerst iets vertellen over onze normale voeding en de verwerking van de voeding in ons lichaam. Onze dagelijkse voeding zoals brood, melk(producten), vlees, groenten, aardappelen enzovoort, bestaat uit een aantal verschillende voedingsstoffen: o.a. eiwitten, vetten, koolhydraten, water, vitamines en mineralen. Ons lichaam gebruikt deze voedingsstoffen als bouwstof, brandstof en reserve. Eiwitten bijvoorbeeld zijn vooral belangrijk als bouwstof. Eiwit is nodig om nieuwe cellen te bouwen en oude cellen te vervangen. Vóórdat eiwit echter als bouwstof gebruikt kan worden, moet eiwit eerst in de maag en darmen worden verteerd. Eiwit kan vergeleken worden met met een lange ketting opgebouwd uit vele kralen. Bij de vertering wordt deze lange ketting in stukken geknipt. De kraaltjes die daarbij vrijkomen noemen we aminozuren. Deze aminozuren worden vanuit de darm in het bloed opgenomen. Twee van die aminozuren (kralen) zijn tyrosine en phenylalanine afgekort als Tyr en Phe. Tyr en Phe komen voor in alle voedingsmiddelen die eiwit bevatten. Onze dagelijkse voeding bevat echter een overmaat aan eiwit, zodat er een overschot aan aminozuren, dus ook aan Tyr en Phe, ontstaat.

Wat gebeurt er bij patiënten met Tyrosinemie type 1?
Bij gezonde mensen wordt het overschot aan Tyr in de lever omgezet in een andere stof. Hiervoor is een enzym nodig. Enzymen zijn nodig voor de stofwisseling om in ons lichaam stoffen te kunnen omzetten in andere stoffen. Ons lichaam heeft veel verschillende enzymen nodig. Bij patiënten met Tyrosinemie is het enzym dat het laatste stapje in de afbraak van Tyr moet doen, onvoldoende of totaal niet werkzaam. Het lichaam is dan niet in staat Tyr volledig af te breken. Er ontstaat een teveel aan Tyr en afbraakproducten van Tyr in het bloed. Een te hoog Tyr en afbraakproducten van Tyr die schadelijk zijn voor het lichaam. Bij de behandeling wordt een medicijn voorgeschreven (NTBC) dat de vorming van die afbraakproducten remt en er wordt een dieet gegeven met weinig Tyr en Phe, want tyrosine zit niet alleen in eiwit maar wordt ook door het lichaam zelf gemaakt uit Phe. Met vroegtijdig ontdekken middels de hielprik en NTBC is de behandeling van tyrosinemie enorm verbeterd. Levertransplantatie, zoals in het verleden vaak noodzakelijk, is waarschijnlijk nog maar zelden nodig.

De behandeling: het dieet
Het dieet is zo samengesteld, dat van alle voedingsstoffen voldoende, en van Tyr en Phe precies de juiste hoeveelheid binnen komt. Deze voeding mag beslist niet te veel, maar ook niet te weinig Tyr en Phe bevatten. Dit wordt vertaald tot een hoeveelheid eiwit, die dagelijks in het dieet kan worden gebruikt. Omdat in alle eiwitten Tyr en Phe voorkomt, wordt bij de  praktische uitvoering van het dieet met eiwitten gerekend. De hoeveelheid eiwit waarmee gerekend wordt, is vele malen kleiner dan gebruikelijk in de voeding zonder dieet.
De eerste levensmaanden bestaat de voeding uit een speciale dieetvoeding gecombineerd met borstvoeding of met gewone zuigelingenvoeding. Op latere leeftijd bestaat de voeding voor een deel uit normale voedingsmiddelen, aangevuld met speciale eiwitarme dieetproducten. Bijvoorbeeld eiwitarm brood, macaroni, biscuit en dergelijke, verkrijgbaar bij daarin gespecialiseerde firma’s, die hun producten vooral via internet verkopen.
Om een idee te geven in grote lijnen hoe het dieet er uitziet, vindt u in het schema onderaan voorbeelden van dranken, tussendoortjes en maaltijden. De hoeveelheid eiwit verschilt per patiënt, maar u heeft dan wel een indruk wat altijd onbeperkt kan worden gegeten en gedronken en wat in afgepaste hoeveelheden.

Het resultaat is een eiwitbeperkt dieet met precies de juiste hoeveelheid eiwit. Hierdoor ontstaat er een zeer onvolwaardige voeding. De tekorten worden opgevangen door gebruik te maken van een speciaal preparaat. Dit preparaat bevat eiwit zonder Tyr en Phe en daarnaast ook vitaminen en mineralen. Deze preparaten moeten een aantal malen per dag worden ingenomen, meestal drie keer per dag. Ze zijn verkrijgbaar via de apotheek of via hierin gespecialiseerde facilitaire bedrijven. De smaak en de geur van deze preparaten is heel sterk.

  Vrij toegestaan
In afgepaste hoeveelheden
 
Dranken Limonade (bereid van limonadesiroop of rozebottelsiroop of kant en klaar)
Frisdrank
Appelsap, vruchtendranken
Thee, icetea
Zwarte koffie
Bouillon
Eiwitarme melkdrank 
 
 
Versnaperingen Fruit
Rauwkost zoals tomaatjes, wortel, komkommer
Snoep (geen chocolade)
Eiwitarme koekjes en biscuit
Sorbetijs op fruitbasis
Limonadeijslolly 
Biscuit, koekjes
 
Broodmaaltijden Eiwitarm brood
Eiwitarme crackers 
Margarine, halvarine, kruidenboter, mayonaise 
Zoet beleg (geen chocolade, geen pindakaas) 
Fruit en rauwkost  

Rijstewafel, cracker, chocoladebeleg

 
Warme maaltijd Bouillon (van een blokje of zelf getrokken, vlees eruit zeven) 
Rauwkost
Groenten
Eiwitarme pizza 
Eiwitarme rijst
Eiwitarme pasta 
Soep (vlees eruit zeven)
Aardappel (gekookt en gebakken en als puree zonder melk), rijst, pasta
 
Nagerecht Fruit, appelmoes, compote 
Fruitsorbetijs, limonadeijslolly
 

Greet van Rijn en Gineke Venema UMC Groningen


Maart 2011: Informatie (ingekort)

‘Monogenetische aandoeningen bestaan niet'
Invloed van genen en omgeving zijn bepalend in verloop ziekte

De aanleiding van het tyrosinemie onderzoek, wat nu van start is gegaan, is dat de ontwikkeling van de patiënten minder is dan gedacht. ‘In Canada blijken de patiënten wel een normale ontwikkeling te hebben’, vertelt Van Spronsen. Een verklaring voor het verschil tussen Europese en Canadese patiënten is er nog niet. ‘In Canada is de populatie homogener wat betreft de DNA mutaties. In het Westen zijn meerdere verschillende afwijkingen in het DNA (mutaties), die tyrosinemie veroorzaken. Misschien hebben patiënten in Canada naast hun mutatie voor tyrosinemie nog een mutatie die een beschermende werking heeft voor effecten van tyrosine of phenylalanine.’ In Europa zijn bijvoorbeeld patiënten met tyrosinemie die geen dieet en medicijnen nodig hebben en normaal functioneren, ondanks dat zij familieleden verloren hebben aan de ziekte met dezelfde mutatie. ‘We weten nog zo weinig van deze ziekte.’

Onderzoek
Om er achter te komen wat de oorzaak is van de achterstand in ontwikkeling bij tyrosinemiepatiënten, wordt gekeken of concentraties phenylalanine en tyrosine in het bloed stabiel zijn gedurende de dag. Verklaart een mogelijk te lage phenylalanine concentratie de achterstand in ontwikkeling of is wellicht een te hoge tyrosine concentratie giftig voor de hersenen? Van Spronsen: ‘Door een lage hoeveelheid extra phenylalanine te geven, kijken we wat er in het bloed gebeurt. Het vervelende is wel dat een groot deel van de phenylalanine in tyrosine omgezet zal worden. De vraag is hoe we de balans kunnen vinden.’
Tyrosine is een aminozuur dat in ons voedsel voorkomt. Ook wordt tyrosine in ons lichaam gevormd uit fenylalanine (ook een aminozuur dat in ons voedsel zit). Tyrosine wordt voornamelijk in de lever afgebroken. In tyrosinemie type 1 ligt het defect in de laatste stap van de tyrosine afbraak. Tyrosinemie type 1 treedt op als het enzym fumarylacetoacetase niet goed werkt. De stofwisselingsproducten (metabolieten) van tyrosine zijn giftig voor de lever en nieren en kunnen leverfalen en leverkanker veroorzaken. Een van deze metabolieten is succinylaceton. Dat is tevens de stof waarmee men in het laboratorium de diagnose voor tyrosinemie type 1 kan stellen.
Aan het tyrosinemie onderzoek doen zes patiënten in Groningen mee. Er worden dag- en weekcurves bepaald zonder het geven van fenylalanine en daarna worden metingen verricht na het geven van phenylalanine. Het onderzoek zal in het najaar van 2011 klaar zijn. In een vervolgonderzoek wil Van Spronsen kijken of er verschil in neuropsychologische testen is na het geven van phenylalanine. ‘Voor dat onderzoek hebben we misschien wel 30 patiënten nodig en daarvoor zullen we moeten samenwerken met centra uit landen, zoals Frankrijk, Canada, Engeland en Duitsland.’ Voor dat onderzoek is een internationale klinische database met ondermeer gegevens over leverkanker, nierproblemen en leerproblemen nodig. Op dit moment is er alleen een internationale biochemische database, met informatie over bloed- en urinewaarden.

Kwaliteit van leven verbeteren
Naast het bekijken van de tyrosine en phenylalanine concentratie, worden in het tyrosinemie onderzoek ook succinylaceton en NTBC waarden gemeten. NTBC is het medicijn dat sinds 1992 aan tyrosinemiepatiënten gegeven wordt. NTBC remt de werking van een enzym dat een aantal stappen eerder in de tyrosine afbraakroute zit. Zo wordt de vorming van schadelijke metabolieten tegen gegaan en leverschade zoveel mogelijk voorkomen. ‘In het verleden gaven we veel NTBC, maar nu zijn we voorzichtiger. Vroeger lag de focus op het in leven houden van de patiënten met leverfalen, nu kunnen we ons ook richten op de kwaliteit van leven, zegt Van Spronsen. Normaal gesproken worden er bij patiënten elke drie maanden bloedwaarden bepaald en wordt de behandeling met NTBC of dieet zo nodig aangepast. Door inzicht te krijgen in de balans tussen de verschillende stoffen, kan de behandeling scherper afgestemd worden op de patiënt, maar dat verdient vaker een analyse van stoffen in het bloed. We lopen tegen nieuwe vragen aan. Kennen we de ziekte gewoon nog niet goed genoeg? Werden de leer en ontwikkelingsproblemen vroeger gewoon niet gezien, omdat patiënten overleden? Komen de leer- en ontwikkelingsproblemen door de impact van de ziekte (ziekenhuisopnames e.d.) of is de behandeling nog niet goed genoeg?’

Van Spronsen zegt dat bij een andere stofwisselingsziekte, phenylketonurie (PKU), de verhouding phenylalanine en tyrosine belangrijk is en dat schommeling van de phenylalanine spiegel gevolgen heeft voor het functioneren van de patiënt. ‘We kunnen veel leren van PKU patiënten voor tyrosinemiepatiënten, door een aantal redenaties toe te passen. Andersom kijken we naar tyrosinemiepatiënten om vragen bij PKU patiënten op te lossen, maar we mogen niet vergeten dat deze stofwisselingsziektes ook erg verschillen, vertelt Van Spronsen. 

Marjolein van der Burgt
 

Datum laatst bewerkt:

2012-04-03 16:21:13

Ervaringsdeskundigen:

 

Disclaimer

Aan de ziekte-informatie kunnen geen rechten worden ontleend. De informatie is mogelijk niet op alle punten actueel, omdat de ontwikkelingen en inzichten snel kunnen gaan. VKS tracht de ziekte-informatie zo goed mogelijk actueel te houden.
Ervaringsverhalen zijn persoonlijke verhalen. De beschrijving van de ziekte en symptomen gelden voor deze persoon. Zoals voor veel erfelijke ziekten geldt, is er een behoorlijke variatie in ernst onder de patiënten. U kunt uit dit verhaal dan ook geen algemene conclusies trekken. Het verhaal geeft slechts een beeld hoe het leven met deze stofwisselingsziekte in de praktijk eruit kan zien.

Let op: U bent niet ingelogd. U mist mogelijk informatie. Ga terug naar ziekte-informatie en log in om de volledige tekst te bekijken.

Disclaimer | Copyright © 2012


Zoeken naar ziekten of bekijk de lijst met alle ziektebeelden.