Jansky-Bielschowski CLN2

Categorie:

Neuronale Ceroid Lipofuscinose (CLN)

Synoniemen:

Ziekte van Jansky-Bielschowski
Ceroid lipofuscinosis, neuronal type 2
CLN2
Laat-infantiele Neuronale Ceroid Lipofuscinosis (NCL)
Batten disease

Meest gebruikte naam:

Jansky-Bielschowski (NCL2 / CLN2)

Samenvatting:

De ziekte van Jansky Bielchowski (NCL2) is een zeldzame, erfelijke stofwisselingsziekte. Met 'stofwisseling' wordt het omzetten en verwerken van stoffen in ons lichaam bedoeld. Dat is nodig voor de opbouw van weefsels, zoals spieren botten en organen en voor het vrijmaken van energie. De Stofwisseling vindt plaats in alle cellen van ons lichaam, waar enzymen hun werk doen. Als er iets mis is met een enzym, is de stofwisseling verstoord. Een bepaalde stof kan niet meer worden omgezet en hoopt zich op in de cel. Als dit tot klachten leidt, noemen we het een stofwisselingsziekte.
De ziekte van Jansky-Bielschowsky (NCL-2) wordt ook wel laat-infantiele NCL (LI-NCL) genoemd. Deze ziekte begint vanaf ongeveer het derde jaar. De meeste kinderen met de ziekte van Jansky-Bielschowksy overlijden voor hun vijftiende levensjaar.

Uit het blad 'Wisselstof':

Wisselstof september 2010: Informatie

Onderzoek biedt hoop
Laatste ontwikkelingen op NCL gebied

Op de tweejaarlijkse dag voor ouders van kinderen met de infantiele en laat-infantiele vormen van NCl geeft  Riet Niezen, arts voor verstandelijk gehandicapten bij het NCL expertisecentrum, vaak een update van het onderzoek bij NCL-ziektes dat wereldwijd plaatsvindt. De laatste jaren zijn er voor de infantiele en laat-infantiele vorm een aantal ontwikkelingen geweest op het gebied van therapeutisch onderzoek.

Stamcel- en gentherapie
In de VS hebben de eerste onderzoeken plaatsgevonden naar stamceltransplantatie en gentransplantatie. Er is een eerste fase onderzoek gedaan bij kinderen met de infantiele en laat-infantiele vorm om donorstamcellen via injecties door de schedel direct in de hersenen te brengen. Hierbij bleek de techniek veilig en hoewel de zes onderzochte kinderen al in een gematigd of gevorderd stadium van de ziekte waren, bleek er enig positief effect te zijn.
In ongeveer dezelfde periode is er een eerste fase onderzoek gedaan naar gentherapie bij de laat-infantiele vorm. Hierbij wordt het gezonde gen ingebouwd in een onschadelijk gemaakt virus, bijv. een gewoon verkoudheidsvirus. Dit virus wordt dan op verschillende plaatsen direct in de hersenen ingebracht en kan daar goed functionerend enzym maken. In dit onderzoek blijkt ook, dat de methode veilig is. Het lijkt ook effectief, hoewel dit nog verder onderzocht moet worden, omdat een groot deel van de kinderen ook in dit onderzoek al verder in het ziekteproces was en de opzet van het onderzoek niet gericht was op het meten van de effectiviteit, maar op het vaststellen van de veiligheid van de methode.
Beide onderzoeken zijn nu afgerond en recent is subsidie toegekend, die een begin van vervolgonderzoek voor gentherapie mogelijk maakt. Ouders in de VS hebben ook een project gestart om een vervolg op de gentherapie mogelijk te maken.

Medicijnen
Cystagon is een medicijn dat de stapeling in de cellen doet afnemen. Er loopt al enige jaren een onderzoek. Recent is er ook een subsidie toegekend om dit onderzoek verder af te ronden.

Enzymvervangende therapie
De ontbrekende enzymen bij de infantiele en juveniele vormen zijn bekend, dus enzymvervangende therapie ligt voor de hand. Het probleem is echter, dat het enzym niet in de hersenen terecht kan komen, omdat het niet door de zogenaamde bloedhersenbarrière, een extra bescherming tussen bloedvaten en hersenen kan. Deze barrière is een natuurlijk veiligheidsmechanisme om te voorkomen, dat er schadelijke stoffen en bacteriën in de hersenen komen. Deze belemmert echter ook het enzym. Nu is recent aangetoond, dat
de cellen van de bloedvaten in het hersenweefsel bij muizen met NCL veranderd zijn. Van deze verandering hebben de onderzoekers gebruik gemaakt om in de bloedvatcellen van zieke muizen een gezond gen te brengen, dat het goede enzym maakt. Het blijkt dat dit goede enzym naar de hersencellen getransporteerd wordt. Het gevolg blijkt positief: de stapeling in de hersencellen verdwijnt en het functioneren van de muizen verbetert. Het gen kan via het bloed toegediend worden. Deze techniek van gentherapie is minder belastend dan toediening via de hersenen. Het is nog niet zover dat een onderzoek bij mensen kan worden gedaan, maar er is subsidie voor de start van een vervolgonderzoek.

DNA therapie
Een mogelijkheid om direct de fout in het DNA te herstellen, zodat het gen weer voor een goed enzym kan coderen, is natuurlijk de meest fundamentele therapie voor NCL. Bij bepaalde kleine mutaties (stopmutaties) is daar recent onderzoek naar gedaan, bijv. bij de spierdystrofie van Duchenne. Zo’n stopmutatie belemmert het aflezen van de gehele gencode. Er wordt dan een te klein, dus niet goed functionerend enzym gemaakt. Een bepaald medicijn kan ervoor zorgen, dat er een overbrugging plaatsvindt van de stop en dat de code geheel kan worden afgelezen met als resultaat een redelijk tot goed functionerend enzym. Er wordt een onderzoek gestart om deze techniek ook bij stopmutaties bij de infantiele NCl te testen. 

Riet Niezen

Datum laatst bewerkt:

2012-04-03 16:21:13

Ervaringsdeskundigen:

De 9-jarige Madelief ligt bij haar moeder, Thérèse, op schoot. Ze heeft het uiterlijk van een leeftijdsgenootje, maar heeft zowel lichamelijk als geestelijk een achterstand in haar ontwikkeling. Madelief heeft de Stofwisselingsziekte Jansky-Bielschowski.

In de eerste jaren was de ontwikkeling van Madelief normaal, totdat ze op de leeftijd van 2,5 jaar moeilijk gedrag vertoonde. Ze krabde en bijtte, en begreep niet dat ze hiermee andere mensen pijn deed. Daarnaast kreeg Madelief last van epilepsieaanvallen. Ze liep achter in haar ontwikkeling en de consultatiebureau- arts raadde de ouders aan om hun dochter te laten onderzoeken door een team van de integrale vroeghulp (MEE). Dit is een samenwerking van verschillende hulpverleners die steun bieden bij ontwikkelingsproblemen.

Diagnose
Ook dit team stuurde de familie weer door, ditmaal naar een kinderarts, die Madelief verder onderzocht. De epilepsie bleek moeilijk te behandelen en het volgende station was een UMC. Daar konden ze epilepsie gelukkig behandelen met medicijnen. Ook zagen ze wat er precies aan de hand was; Madelief kreeg de diagnose Jansky-Bielschowski (JB).

JB is een ziekte waarbij pigmentstoffen worden opgeslagen in alle lichaamscellen, maar voornamelijk in de zenuwcellen van patiënten. De ziekte kenmerkt zich eerst door blindheid en epilepsie, later gaan ook andere belangrijke lichaamsfuncties achteruit.

Zodra de diagnose duidelijk was, zijn de ouders direct in contact gebracht met het Bartimeushage in Doorn, een expertisecentrum op het gebied van ziektes zoals JB. Deze organisatie bood hulp bij het regelen van sociale zorg en thuiszorg, maar had ook informatie over deze onbekende ziekte. Thérèse en haar man konden met veel vragen terecht en kregen hulp bij nieuwe medicatie.

Bijvoorbeeld medicijnen die de epileptische aanvallen onderdrukken, hierdoor heeft Madelief bijna geen last meer van aanvallen. Maar de achteruitgang zal altijd aanhouden. Tot haar vierde jaar kon ze nog lopen, maar al snel begon ze (weer) te kruipen. Nu kan ze alleen nog liggen. Ze heeft af en toe onwillekeurige spiertrekkingen. Eén keer in de week krijgt ze fysiotherapie voor haar stijve spieren.

Aanpassingen
Enkele aanpassingen zijn de aangebouwde slaapkamer van Madelief met speciaal bed, bad en tillift en de bedbox voor in de huiskamer. Voor deze aanpassingen is wel wat initiatief benodigd; zo bellen de ouders regelmatig met de verzekering, de artsen of hulpinstanties.

Madelief kan door haar ziekte ook niet meer goed eten, dus ook hier zijn aanpassingen nodig. De eerste optie was een slangetje in haar neus, maar dit bleek geen succes. Toen ze vijf was heeft ze een zogenaamde PEG gekregen (Percutane Endoscopische Gastrostomie). Een PEG is een opening in de buikwand waar een maagsonde op aangesloten kan worden, zodat de voeding direct in de maag terecht komt. In deze sondevoeding zitten alle voedingsstoffen die Madelief nodig heeft.

Communicatie
Madelief heeft nog wel leren praten, maar op een laag niveau. Nu kan ze ook dat niet meer. Madelief is steeds minder gaan zien en is nu blind, maar ze kan wel goed horen. Door gezichtsuitdrukkingen en geluidjes ziet Thérèse hoe haar dochter zich voelt. Het is moeilijk om contact met Madelief te maken.  ‘Tot een jaar of zes, zeven, sliep ze heel slecht en moest ze veel huilen. Ze had driftbuien midden in de nacht, waarbij ze zichzelf op dat moment ook niet meer begreep. Op zo'n moment had je geen contact, je kon er niks mee.’

Met prenatale diagnostiek kan JB tijdens de zwangerschap worden vastgesteld. Bij Madeliefs broertje Teun (6) was dit niet meer mogelijk, omdat Thérèse op het moment van de diagnose hoogzwanger was. Bij zusje Pien (4) hebben de ouders een vlokkentest laten doen om te controleren op JB. Gelukkig zijn beide kinderen gezond.

Lotgenotencontact
Twee keer per jaar hebben de ouders contact met lotgenoten; via VKS. Ondanks dat het ziekteverloop per kind verschilt, vinden de ouders het fijn en nuttig om ervaringen uit te wisselen. Hulpmiddelen die aangevraagd kunnen worden, symptomen die men kan verwachten of medicijnen die voorhanden zijn, zijn enkele gespreksonderwerpen. Ook praktische tips over dagopvang en het werk zijn onderwerpen waar de meeste ouders over kunnen meepraten. Zo verbleef  Madelief tot en met haar zesde jaar doordeweeks in een dagcentrum, zodat de ouders konden werken. In het dagcentrum zat ze in een speel- en leergroep, samen met andere kinderen met een achterstand.

Thuis
Toen Madelief bijna zeven werd hebben ouders ervoor gekozen haar geheel thuis te verzorgen. Madelief werd te kwetsbaar om heen en weer met de bus er naar toe te gaan. Madelief is erg gevoelig voor een longontsteking. Ook de geboden activiteiten waren niet passend meer. Alle zorg is omgezet naar een PGB budget. Thérèse is gestopt met werken en heeft een groot deel van de zorg op zich genomen samen met een aantal zorgverleners. Door middel van het PGB konden ze deze zelf werven en mensen vinden die in hun thuissituatie passen. Er zijn vaak zorgverleners in huis, dus de klik moet er wel zijn.
Het meeste belangrijke advies wat Thérèse voor andere ouders heeft, is: ‘Volg altijd zoveel mogelijk je eigen gevoel, als je iets wilt voor je kind is het echt de moeite waard om door te zetten.’

Hoop voor een medicijn hebben de ouders niet meer. ‘Toen Madelief nog jonger en minder ziek was, heeft ze een nieuw medicijn getest wat niet bleek te werken. Nu doet ze niet meer mee aan zo'n onderzoek, er is al teveel aangetast.’ Per kind is de achteruitgang onvoorspelbaar en heel verschillend. Wel blijft de lichamelijke en geestelijke toestand altijd achteruit gaan. De meeste kinderen met JB overlijden tussen de 8 en de 12 jaar.
 

Disclaimer

Aan de ziekte-informatie kunnen geen rechten worden ontleend. De informatie is mogelijk niet op alle punten actueel, omdat de ontwikkelingen en inzichten snel kunnen gaan. VKS tracht de ziekte-informatie zo goed mogelijk actueel te houden.
Ervaringsverhalen zijn persoonlijke verhalen. De beschrijving van de ziekte en symptomen gelden voor deze persoon. Zoals voor veel erfelijke ziekten geldt, is er een behoorlijke variatie in ernst onder de patiënten. U kunt uit dit verhaal dan ook geen algemene conclusies trekken. Het verhaal geeft slechts een beeld hoe het leven met deze stofwisselingsziekte in de praktijk eruit kan zien.

Let op: U bent niet ingelogd. U mist mogelijk informatie. Ga terug naar ziekte-informatie en log in om de volledige tekst te bekijken.

Disclaimer | Copyright © 2012


Zoeken naar ziekten of bekijk de lijst met alle ziektebeelden.